Beklimming van de Kale Berg

Van start!

Voordat de wekker afloopt ben ik wakker. Te ver om uit bed te stappen, maar te dichtbij om het lijf weldadig om te draaien voor het laatste restje nachtrust. Een halfslachtige poging om toch verder te slapen eindigt in dwarrelende gedachten.

Gelukkig had de kamergenoot minder last van de luchtwegen dan de vorige nacht. Net als ik gaat hij straks de Mont Ventoux hardlopend beklimmen. Vandaag kom ik te weten of al die training genoeg is geweest. Na Oostenrijk weet ik hoe zwaar lang klimmen kan zijn. Maar hoe zwaar is het straks? Langer dan 18 kilometer heb ik dit jaar nog niet achter elkaar hardgelopen. Vandaag ga ik een halve marathon omhoog, en dan ben ik dus nog steeds niet op de top. De onzekerheid over deze onderneming die tijdens de voorbereiding ook al regelmatig de kop op stak, balt zich kort maar krachtig samen in mijn maag. Vreemd genoeg kan ik me tegelijkertijd niet voorstellen dat ik het niet haal.

Een uurtje later slenter ik naar de grote tent om te ontbijten. Het is nog donker. De tent is een stuk minder rumoerig dan gisteren en dat heeft zeker niet alleen te maken met het vroege uur. Wie hier op dit moment aan een van de lange tafels zit, gaat over een paar uur de Ventoux op. Hier en daar zie ik gespannen trekjes op gezichten. Het is ongetwijfeld een combinatie van zenuwen over de beklimming en de gedachten over de dierbaren waarvoor mijn tafelgenoten vandaag de Kale Berg gaan beklimmen. Mooi eigenlijk, deze naar binnen gerichte sfeer.

In Sault is de zon al op, maar in de schaduw is het nog best fris. Tijd voor het thuisfront. Ik bereid me mentaal voor op de beklimming, zij zijn bezig aan de opmaat naar een doodgewone school- en werkdag. Ruim 1200 kilometer scheiden ons, maar daar weet een telefoon wel raad mee. Ik krijg Josse aan de lijn. De onalledaagsheid van het gesprek is aan beide uiteinden merkbaar, maar toch wordt het snel een leuk gesprekje. Eén voor één komt de rest langs. Als ik mijn lief aan de lijn krijg, merk ik dat ik wel kan blijven praten. Ah, ze hadden hier ook gewoon bij moeten zijn!

Veel tijd om sentimenteel te zijn krijg ik niet, want de deelnemers worden naar voren geroepen. Vlak voor de start volgt het moment van stilte dat ik al een aantal keren heb meebeleefd. Het blijft indrukwekkend. De intensiteit van deze minuut is tastbaar, en het startschot voel bijna als een bevrijding. Enthousiast zetten we ons in beweging, de hardlopers voorop. De eerste anderhalve kilometer naar de top gaan omlaag en de conditie is nog honderd procent, dus is er nog adem over voor korte gesprekjes. Als de weg in de uitgebloeide lavendelvelden onder Sault omhoog gaat lopen, vallen de deelnemers langzaam stil. In de verte, al een een flink stuk hoger dan de rest, beweegt een silhouette richting het bos. ‘Een echte hardloper’, beoordeel ik de zwarte gestalte met respect.

Nog in het open veld merk ik dat de zon wel heel erg zijn best doet om het gekrioel onder hem op te warmen. Iets later blijkt het bos in deze fase van de beklimming nog te iel om constant voor schaduw te zorgen. Het is nog best vroeg, maar nu al warm. Dat kan nog wel eens knap lastig worden op het kale stuk, bedenk ik me. Na een kilometer of zes staat daar in een bocht de eerste verzorgingspost op ons te wachten. Dorst heb ik niet, maar ik weet een prima bestemming voor een van de flesjes bronwater op de tafel. Als ik het flesje wil aanpakken, aarzel ik enigszins omdat ik twijfel tussen halfleeg terugzetten, of meenemen. Als ik de blik van de vrijwilliger ontmoet, zie ik een lichte bezorgdheid. ‘Moet ik het hardlopers met de dop erop of eraf aangeven’, vraagt ze me. Ik kan haar twijfel helaas niet echt wegnemen. Ik mompel wat, neem toch een slokje, gooi een stevige teug verkoeling over mijn hoofd, draai de dop er weer op ren met het flesje in de hand verder.

robert_bos_sault

De flanken van de Ventoux kruipen hier en daar al voelbaar steiler omhoog, maar het blijft lekker gaan. Ik geniet van de onderneming, het korte contact met bekende leden van het medische team op de motor, de fotograaf en zeker ook supporters langs de weg. Ze zijn hier weliswaar voor iemand anders, maar moedigen mij en de rest van de deelnemers net zo hard aan. Ik loop al kilometers in mijn eentje, maar voel me beslist niet eenzaam, in tegendeel. Dan hoor ik het bonkige geluid van een motorfiets naderen. Het blijken mensen van Time Star Media te zijn, die voor de stichting veel promotiewerk verrichten. ‘Je loopt iedereen eruit’, roept de bijrijder tegen me. Ook al weet ik dat dit niet klopt, geniet ik van het compliment. Het gaat ook goed, wat me ook wel verwondert eigenlijk. Met een inwendige glimlach bedenk ik me dat dit natuurlijk komt omdat ik twee engeltjes op mijn rug heb. Mijn vader en schoonzus zijn beiden overleden aan kanker, maar vandaag zijn ze heel erg aanwezig. Nee, borrelt weer iets later de gedachte op, ze zitten niet op mijn rug, het zijn mijn vleugels tijdens deze beklimming. Als ik bedenk dat dit een mooie gedachte is voor het dankwoord aan mijn sponsors, schiet ik bijna vol.

Een paar kilometer voor Chalet Reynard begint het toch wel een lange tocht te worden. De benen zijn al wat zwaarder en ik wil ook wel eens iets anders eten dan een stukje banaan. Een beetje tegen beter weten in pak ik bij een verzorgingspost een krentenbol van tafel, zet mezelf in beweging en probeer een hap naar binnen te werken. Het blijkt inderdaad een onmogelijke onderneming te zijn. De krentenbol eindigt in een struik. De grote verzoringspost ligt dit jaar iets verder dan Chalet Reynard. Het blijkt een schot in de roos. Een mooie open plek helemaal voor ons zelf, hapjes, drankjes, een dj en spreker Harm die voor nog meer enthousiasme zorgt. Op de terugweg blijf ik hier zeker hangen, maar nu wil ik door. Maar eerst een berichtje aan het thuisfront. Beloofd is beloofd. De kinderen zitten op school en mijn lief blijkt ook niet online. ‘Het gaat goed. Heb al iets meer dan en halve marathon gelopen’, whatsapp ik en zet me weer in beweging.

robert_kale_berg

Het kale stuk is het zwaarste gedeelte van deze klim, met hellingspercentages tussen de acht en elf procent. Aan de andere kant van de weg zie ik de bekende afstandspaal en mompel tegen de hardloper naast me ‘nog 4 kilometer’. Door het over het einde van de beklimming te hebben, lijk ik een soort van betovering te hebben verbroken. Tot nu toe was de tocht een lang uitgestrekt moment van onderweg zijn. Zwoegend op de kale, steile helling wordt dit gevoel verdrongen door het verlangen naar de eindstreep, waar ik overduidelijk nog niet ben. De lichamelijke ongemakjes en signalen van vermoeidheid komen steeds nadrukkelijker bovendrijven. Het lichtvoetige genieten van het begin is verworden tot een stijd met de afstand. Jammer!

Het tijdelijke loopmaatje loopt inmiddels een paar honderd meter voor me. Letterlijk, want hij wandelt dus. Ook bij hem heeft de vermoeidheid blijkbaar toegeslagen. Mijn lijf wil eigenlijk ook gaan wandelen, maar het is mijn eer te na. Ik blijf hardloopbewegingen maken, maar kom geen stap dichterbij de

route_mont_ventoux

De route van Sault naar de top van de Kale Berg.

wandelaar. Ik kan er de humor wel van inzien, ook al vind ik die laatste kilometers wel heel erg lang duren. Honderd meter voor de top word ik door een auto ingehaald waar oud-collega en Mont Ventoux-maatje Peter mij uit het raam hangend toeschreeuwt. Het geeft me zo’n boost dat de laatste steile tientallen meters naar de finish luchtig worden afgelegd. Het is volbracht!

Zelf meedoen? Schrijf je dan in via de website van Stichting Mont Ventoux!

Scroll Up

Pin It on Pinterest