Betoverend

Drieënhalve week niet gefietst, dus vandaag moest het maar gebeuren. Onder het eten besluit Lidia niet naar yoga te gaan en daarmee ligt de weg voor mij open. Ik heb de wielerkleding nog niet aan of Umai en Josse komen opgewonden binnenlopen. ‘Het dondert buiten, pap’, zijn hun ontnuchterende woorden.

Ik wil niet opgeven. Niet na die ‘eeuwigheid’ van inactiviteit. De buienradar geeft een dun snoertje van kleine, maar felle buien aan. Zo over, redeneer ik. De fiets gaat dus van de haak.

Nog in Meppel begint het te druppelen. Met een sierlijke draai zoef ik vanaf de brug over het Meppeler Diep rechts de Zomerdijk op om het windjackje aan te doen onder diezelfde brug. Het begint al iets harder te regenen. Op de Bremerbergweg richting Zwartsluis stortregent het al. Daar kan ik de lol nog van in zien, zeker als ik een lotgenoot tegenkom. Op de Nieuwedijk richting Wanneperveen klinkt de eerste donderslag. Niet leuk, maar ik besluit door te fietsen. Bij Blauwe Hand is een tunnel, dus als het echt erg wordt, kan ik daar schuilen.

Ik draai de Kooiweg op. Verkeerde keuze, want veel te open. Op de plek waar de weg een scherpe bocht naar rechts maakt, klinkt plots een enorme knal recht boven me. Ik trek intuïtief het hoofd naar beneden. Alsof dat iets geholpen zou hebben. Ik moet zo snel mogelijk naar de beschutting van Wanneperveen. Gelukkig heb ik wind mee en ben ik er zo. De stortregen is al een tijdje overgegaan in een waterval. Met een glimlach op het gezicht glibber ik de tunnel bij Blauwe Hand in. Even wachten op betere tijden. Kan nog steeds de lol inzien van dit avontuur.

Het is gezellig in de tunnel. Twee mede-wielrenners en een stel op elektrisch aangedreven fietsen. Het keuvelt lekker door. Helpt de tijd doden. Prettig, want het blijft maar regenen, donderen en bliksemen. En hagelen, heel hard hagelen. De tunnel staat in korte tijd blank. Na een minuut of twintig geloof ik het wel. Het regent nog steeds, maar ik wil verder. Op weg naar Sint Jansklooster klaart het voorzichtig op. Het is inmiddels al zo laat dat er ook al een zonsondergang gaande is. De sfeer net na een bui is al bijzonder, maar het oranje licht van de zon maakt het wel heel speciaal. Tikkeltje bevreemdend ook.

Als ik even voor Vollenhove naar Zwartsluis ombuig, nader ik een bushokje langs de Oppen Swolle. Gevuld met een hoop mensen. Pas als ik het hokje passeer, realiseer ik me dat het wielrenners zijn die hier schuilen. Logisch, en toch ervaar ik het als surrealistisch. Ik geef die vreemde oranje luchten de schuld. Betoverend. De rit gaat verder naar Zwartewatersklooster, terug naar Zwartsluis en van daaruit over de Staphorster Grote Stouwe naar Meppel. De hele rit baadt in het zachte, oranje licht. Ik wil het bewaren. Pas bij de brug over de vaart ben ik in staat iets van die prachtige, maar rare sfeer vast te leggen.

Scroll Up

Pin It on Pinterest