Blauwe schapen

Het is al weer een week geleden dat alle deelnemers in een letterlijk stomend hete eetzaal hun overwinning op de Mont Ventoux zaten te vieren. Het hoofd zat deze week nog barstenvol verhalen, maar de benen konden daar blijkbaar niet langer op teren, er moest weer even een stuk gefietst worden. Afgelopen woensdag heb ik in een race tegen de invallende duisternis er nog ruim vijfendertig kilometers uit weten te persen. Lekker! Weer terug in Meppel werd de thuisbasis overigens prachtig overkapt door dieprode wolken. Het zal waarschijnlijk een van de laatste avondritjes zijn geweest, want de huiselijke beslommeringen staan het niet vaak toe dat ik eerder dan een uur of zeven vertrek. Toch wel jammer, het is immers het begin van het einde van het zomerseizoen.

Ik ben trouwens wel van plan hoe dan ook door te blijven rijden. Het liefst buiten op de fiets, en als het echt niet langer mogelijk is, dan via een alternatief als spinning, of misschien moet er maar een goedkope mountainbike aangeschaft worden. Ik heb het fietsen namelijk helemaal herontdekt en zou het erg jammer vinden als ik de conditie die ik heb opgebouwd als voorbereiding op de Mont Ventoux verloren laat gaan. Ja, het moet wel erg raar lopen wil ik er volgend jaar niet opnieuw bijzijn. Niet alleen om op sportieve wijze mijn steentje aan de kankerbestrijding bij te dragen, maar ook om de unieke sfeer van dit evenement weer te mogen ervaren. En laat ik eerlijk zijn, omdat ik vorige week heb ontdekt hoe onvergelijkbaar het is om met de fiets echt hoog de bergen in te klimmen.

Op weg naar Montbrun-les-Bains in de bus wist ik dat natuurlijk nog niet en hetzelfde gold voor Peter. Als je dan op weg bent naar één van de meest beruchte bergen in de wielerwereld en je slechts twee dagen in de omgeving bent, dan is het niet zo verwonderlijk dat je het debuut niet nog een dag wilt uitstellen. Al in de bus bedachten Peter en ik daarom manieren om direct de volgende dag omhoog te gaan. Weliswaar als twee toeristen die de tijd nemen om foto’s te nemen waar hen dat zo uitkomt, maar toch. Het feit dat de bus pas tegen middernacht aankwam bij het tot appartementencomplex omgebouwde kasteel, je dan nog in het appartement terecht moet zien te komen, pas na enen onder de dekens kruipt en dan de hele reis nog een tijdje door het hoofd blijft spoken, deed niets af aan dit plan. We zouden de top al op vrijdag bereiken, en dat was dat.

Hoe precies wisten we overigens nog niet, want alle deelnemers zouden volgens het schema vrijdag tegen de middag op de foto moeten voor de sponsors. Het stond ook voor ons als een paal boven water – of moet ik zeggen ‘een meteorologisch station hoog boven de Provence’ – dat we hierbij aanwezig zouden zijn. De hele onderneming is tenslotte bedoeld om geld in te zamelen voor de kankerbestrijding. Dan is het wel zo netjes om de sponsors op deze manier te bedanken. De beklimming zou dus waarschijnlijk na de fotosessie plaatsvinden. Waarmee we een toch al krap schema nog wat voller propten. Na een tijdje won de vermoeidheid het van de lichte opwinding over ons klimdebuut. Moet ver na een uur zijn geweest.

Toen ik de volgende ochtend het kasteel uitliep, lag de omgeving nog grotendeels in de schaduw, of beter gezegd: de zon had nog niet tot dit deel van de Provence door weten te dringen. Mijn blik ging naar voren en botste in de verte tegen een berg die superieur uitstak boven de heuveltjes dichterbij. Helemaal aan de top waren de contouren te zien die ik de afgelopen maanden al zo vaak op foto’s had gezien: een kale top met daar fier bovenuit stekend de toren van het meteorologisch station. Omdat de zon hier wel scheen, leek het bovenste deel van de Mont Ventoux wel te zijn besneeuwd, zo wit stak het af tegen de rest van het berglandschap. Er ging een steek door mijn hart: ja daar moet ik heen, en wel meteen!

Na het ontbijt nam een geanimeerde sfeer bezit van het terrein rondom het chateau. Dit gold in het bijzonder voor Peter en mij, want het schema van de dag bleek te zijn gewijzigd, waardoor de fotosessie al tegen elf uur zou plaatsvinden en wij dus opeens een heel stuk ruimer in onze tijd zaten. Mooi! De fietsen werden uit de vrachtwagens geladen en ontdaan van karton, dekens of wat voor beschermende materialen dan ook, door eigenaars die soms toch wel enigszins nerveus waren of alles heel was overgekomen. Dat viel op een enkele uitzondering na gelukkig mee. Her en der over het terrein verspreid waren plukjes mensen bezig hun fiets te inspecteren, met andere deelnemers te kletsen, tweewielers van anderen te bewonderen, de oprijlaan knerpte regelmatig van testritjes, velen vonden in een helling van zo’n twintig procent op het terrein zowaar hun eerste uitdaging, en daar tussendoor fladderden Peter en Wilbert om hun eerste filmpje te schieten. Ikzelf kon eerlijk gezegd niet wachten eer de training van start zou gaan, want die was gepland op een stukje helling van de Ventoux. Goede planning Rein!

Als even later alle deelnemers in hetzelfde rode tenue verschijnen voor de groepsfoto, wordt zichtbaar wat iedereen die hele morgen al heeft gevoeld. We zijn allemaal lid van dezelfde club. Kort daarop vertrekt iedereen voor de korte training: een ritje van Montbrun-les-Bains naar Sault en van daaruit een klein stukje de Mont Ventoux op. Peter en ik hebben zogezegd uitgebreidere plannen. We gaan met de rest mee naar Sault, maar de beklimming zal pas aan de top eindigen. We besluiten om praktische redenen in het blauwe Boom-tenue te gaan, waarmee we wel erg nadrukkelijk de uitzondering zijn. ‘Hé, verkeerde pakkie aan’, is veelvuldig ons deel. Tja, hadden we ons maar niet moeten aankleden als de blauwe schapen in de kudde…

Een kwartiertje nadat we vanuit Sault aan de beklimming waren begonnen (met een stevige afdaling, maar dat terzijde), zien we Rein aan de kant van de weg staan. We groeten hem vriendelijk. ‘Jullie gaan door’, vraagt hij en we antwoorden positief. Zijn blik lijkt te verraden dat hij het niet echt verstandig vind, maar zeker weten doe ik het niet. Misschien kijkt hij altijd wel zo. Ik denk overigens dat hij het aan de andere kant ook heel goed begrijpt. Hij pakt gewoon zijn verantwoordelijkheid die hij in deze grote groep heeft. Prima, dat doen wij op onze beurt ook door vandaag niet als twee idioten naar boven te scheuren. Het gaat niet echt steil omhoog, dus is er meer dan genoeg energie over om over een fraai uitzicht te beslissen hier al dan niet stil te gaan staan voor een foto.

Zwaar wordt het de twintig kilometer naar Chalet Reynard verder niet. Toch besluiten we daar lekker de tijd te nemen voor een hapje eten. Ik weet niet of een ‘Omelet fromage’ de juiste voorbereiding op de komende kale zes kilometer zijn, maar smaken doet het in ieder geval wel. In een lekker warme zon en een soort wintersportsfeer kijken we vanaf het terras naar wat er zoal omhoog gaat. Het gezin dat in degelijk dikke kleding, bergschoenen die zonder kliksysteem op hun trappers staan en behoorlijke forse en waarschijnlijk ook zware fietsen omhoog gaat en dat we een tijdje geleden hebben ingehaald, heeft het chalet ook bereikt en gaat na een korte stop in prima onderlinge stemming omhoog. Mm, zo zwaar kan die klim blijkbaar ook weer niet zijn, bedenk ik met enige verwondering.

Het gevreesde kale stuk blijkt op een forse tegenwind na best mee te vallen. Eerlijkheid gebied me te moeten zeggen dat Peter helemaal los gaat met zijn camera en dat we daardoor met enige regelmaat stil staan. Of liever gezegd, rondjes draaien op de helling in mijn geval. Gewoon een stukje omlaag laten vallen en weer rustig omhoog klimmen terwijl Peter foto’s schiet. Deze onrust van mijn kant blijkt onverwacht een mooie manier om bij te komen, want de spieren krijgen in de afdaling even rust en kunnen daarna weer lekker aan de slag. Als er wel echt gekoerst wordt, fietsen we waar mogelijk naar de mensen vóór ons en zo bereiken we het monument van Tommy Simpson. Beroemd verhaal natuurlijk, maar het feit dat ik hier nu op deze plak sta, doet me eerlijk gezegd niet zo veel. Wel grappig om te zien hoe velen hier een bidon achterlaten. Die ruimen ze vast aan het eind van het seizoen allemaal op. Alsof deze gedachte nog niet ontnuchterend genoeg is, gaat de telefoon over. Oeps, telefoon thuis staat nog op automatische doorschakeling na een x-aantal keer overgaan…

Na het monument is de top niet ver meer: een pittig recht stuk, bocht naar links en een iets minder pittig maar lang stuk en dan tot slot de bocht naar rechts en een heel steil maar kort klimmetje naar de top. We hebben het doel met eigen spierkracht bereikt en we zijn er ondanks onze toeristenaanpak van deze dag behoorlijk trots op.

Scroll Up

Pin It on Pinterest