trotse kip

Buiten spelen in de parken

GO!

De fartlek is vaker bezongen in dit weblog en niet voor niets. In zijn puurste vorm is het niet alleen een fijne training voor je lijf, maar ook een mooie oefening in het spontaan bedenken van trainingsvormen. Een praktijkvoorbeeld.

De dagtaken zijn afgestreept, de werkweek zit erop, dus is het tijd voor een training. Normaal een ding waar de hardloper zich op verheugt. Nu het zover is, blijkt de zin niet erg duidelijk aanwezig. Meer uit discipline trekt de uitgewerkte kantoorklerk zijn hardloopkloffie aan. Geen zin in een duurloop, de lust in een flinke serie rondjes op het gras van de ijsbaan ontbreken ook. Wat te doen?

De horloge geeft met een piepje aan dat er een gps-signaal is. De hardloper zet zich in beweging en heeft al snel een idee. Het gaat vandaag een fartlek worden. Het aspect ‘we zien wel wat het wordt’ van deze trainingsvorm lijkt hem een prima kuur tegen tegenzin.

Het lijf zet koers richting Hesselingen. Achter de vijver ligt een heuveltje. Daar zou hij gebruik van kunnen maken, maar de Limburgse heuvels liggen nog te vers in het geheugen. De eerste oefening wordt daarom rondjes lopen om die heuvel heen: drie maal bijna 300 meter in D4-laag met steeds dezelfde afstand herstel (1).

Zes rondjes later vervolgt de hardloper zijn training richting de Reest. In een rustig duurlooptempo. Alle tijd om de volgende training te bedenken. Die borrelt ruim op tijd omhoog: over het fietspad van lantaarnpaal naar lantaarnpaal, afwisselend in een lekker tempo en bijna dribbelend. Om zich extra uit te putten, moet hij daarbij snel op tempo komen en ook weer snel afremmen naar het rustige tempo. Op deze manier is een ‘in-out’ knap vermoeiend. Toch besluit hij op de hoek van de Reestoeverschool nog even door te gaan tot en met de witte brug over de Reest (2).

Daar neemt de hardloper wat extra rust door honderd meter te wandelen. In het Wilhelminapark is het tijd voor wat langer werk. Een rustige kilometer rondom de vijver om goed te herstellen, gevolgd door een steigerung die een kilometer lang duurt. Het tempogevoel is niet helemaal ‘je van het’ vandaag. Veel te snel wordt het tempo opgeschroefd. Halverwege loopt hij al ruim sneller dan vijftien kilometer per uur. Dat blijkt lastig verder op te bouwen. Sterker nog, de laatste honderden meters is het met toenemend kunst en vliegwerk een kwestie van het verval beperken. Met een vaartje van rond de vijftien kilometer per uur is de hardloper blij, nee erg opgelucht, dat het horloge de afgeronde kilometer met een trilling en piepje aankondigt (3).

Na een kleine, gewandeld en rustig gelopen ommetje voor het fotomoment naar een trotse kip, volgt een serie van korte rondjes op een soort van pleintje in het Wilhelminapark. Het oorspronkelijke plan was een piramide, maar het lijf heeft vandaag geen zin in al te extreme zaken. Die steigerung was meer dan genoeg. Het word vier maal een rondje van krap 200 meter snel, gevolgd door hetzelfde rondje rustig. Een man met hond slaat het minzaam gade (4).

En dan gaat het huiswaarts. Een blik op het hardloopuurwerk zorgt voor een nieuw idee. Een ommetje om de tien kilometer te halen, plus een laatste training over de speeldreef. Die is keurig voorzien van honderd meter-aanduidingen, een fijne geste voor hardlopers. Creatieve ideeën zijn niet het sterkte punt van de hardloper vandaag, dus wordt het honderd meter snel, honderd meter rustiger, de vijfhonderd meter speeldreef lang (5). De tien kilometer haalt hij net niet vandaag en hij heeft wel eens een meer afwisselende fartlek uitgevoerd. Het is niet erg, want de hardloper heeft fijn getraind vandaag!

Parcours fartlek