Chinese wijn

Ik heb het afgelopen weekend overleefd en er gelukkig een heerlijk gevoel aan over gehouden. Al wekenlang stond vast dat er zondag door de Limburgse heuvels gereden zou gaan worden, een onderneming waar ik enorm veel zin in had. Ook reeds lang van tevoren bekend was dat ik bij de viering van het jubileumfeest van MZ&PC De Reest een van de clowns zou zijn tijdens het middagprogramma voor de jeugd. Ik kan nu wel eerlijk bekennen dat ik me daar enigszins zorgen over heb gemaakt: twee uur lang in het water met ongemakkelijke kleren aan, kinderen die aan je gaan hangen, vanwege het fietsen al wekenlang geen waterpolotraining gedaan, dit alles maakte dat ik behoorlijk twijfelde aan een goede afloop.

Maar zoals wel vaker bleek dat allemaal erg mee te vallen. De kinderen waren het grootste deel van de tijd erg fanatiek bezig met allerlei spelletjes in en op het water en wij clowns konden daar druk doende ludiek doorheen fietsen. Aan het eind mochten de kinderen letterlijk los en toen hingen er inderdaad binnen een minuut drie kinderen aan mijn nek, en dat is toch vrij snel een ongelijke strijd, sterke fiets- en waterpolobenen ten spijt. Dodelijk vermoeiend, maar wel een hoop lol gehad! Het avondprogramma liet ik schieten, want er is niet bijster veel zelfkennis nodig om te beseffen dat het wat mij betreft tijdens een feestje niet bij één biertje blijft, en dan is zondagochtend een vertrektijd van zes uur wel HEEL erg vroeg.

De ‘Omloop Math Salden’ die de vierkoppige ‘Boom Wielerploeg’ zondag heeft gereden, had voor mij op voorhand alles in zich voor een door herinneringen voortgedreven rit. Veel bekende en onbekende asfaltwegen in Zuid-Limburg heb ik op de motor en vooral met de fiets beklommen en afgedaald en de landweggetjes en zandpaden daartussenin werden te voet verkend, wat in de loop der jaren genoeg aanknopingspunten heeft opgeleverd voor ‘aha-erlebnissen’.

De grote verrassing van afgelopen zondag was dat dit dus niet gebeurde, althans niet op de manier die ik me van tevoren had voorgesteld. Wat zeker hielp was dat de toertocht behoorlijk noordelijk van start ging, een uitvalsbasis die ik nooit eerder heb gekozen. We fietsten daardoor op een voor mij onbekende manier het heuvelland in en dat zorgde voor een lekkere dosis desoriëntatie van mijn kant. Daardoor moest ik mij overgeven aan de pijlen van de organisatie en vergat ik na te denken over waar ik me nu precies bevond. Ik herkende wel veel plaatsnamen, maar de volgorde waarin deze langskwamen, was nieuw voor me: heerlijk, want het maakte dat ik zowaar redelijk onbevangen rondfietste met een geest die de landschappen, beklimmingen, afdalingen en alle andere gebeurtenissen over zich heen laat komen

Mooi eigenlijk, want ik heb jaren geleden het merendeel van de fietstochten in Limburg gemaakt met mensen die de streek heel goed kenden, waardoor ik me helemaal kon overgeven aan alles wat komen zou, wat mij precies hetzelfde gevoel bezorgde als afgelopen zondag, een tijdloos gevoel zonder richting en doel, een staat van zijn waar de zenmeesters over spreken, als ik hen tenminste goed heb begrepen. Hoogdravend? Misschien, maar feit is wel dat ik de tocht van 120 kilometer pas lastig begon te vinden op het moment dat ik me in gedachten ging bezighouden met het einde, het geschatte uur van aankomst, de twee uur rijden naar Meppel die daarna nog moesten volgen, enzovoort.

Toen we in Sibbe langs camping De Linde fietsten, veerde ik letterlijk op: ‘mannen, ik heb ooit op deze camping gestaan!’ Ik wist daardoor dat vanuit Sibbe de kortste route naar Valkenburg de Sibbegrubbe is, een betoverend weggetje dat een smalle, kronkelende verbinding vormt tussen het hooggelegen Sibbe en het 71 meter lager gelegen Valkenburg. Een groot deel gaat door een bos waarvan de bomen aan de oevers het asfaltbeekje volledig overspannen met hun kruinen. Jammer dat we ons naar beneden moesten storten over hier en daar verraderlijk nat asfalt, waardoor de aandacht veel te veel naar de techniek van het afdalen moest gaan en te weinig naar het sprookjesbos.

Ooit stond ik hier met mijn lief op de camping. Na een actief dagje denderden we met de fiets over de Sibbegrubbe naar Valkenburg en vonden daar een Chinees restaurant. We bestelden een rode wijn en omdat we bij de Chinees waren, moest dat ‘natuurlijk’ een Chinese wijn zijn. De fles bleek een wijn te herbergen die meer deed denken aan port en minstens zo koppig was. Lidia en ik lieten ons echter niet kennen en maakten deze Oosterse bedrieger soldaat. Het eten dat eveneens onze maag bereikt had, bleek bij lange niet in staat om te voorkomen dat we enigszins licht in het hoofd het restaurant verlieten. Gelukkig voor ons is de klim naar Gribbe met een maximaal stijgingspercentage van net geen 7 procent niet de meest steile, dus wisten we zowaar fietsend boven te komen.

Een dag later spoelden we weg uit ons tentje, pakten ons boeltje weer op de fiets, daalden af naar Maastricht, pakten de trein omdat we geen zin hadden om in de regen terug te fietsen naar Amsterdam en zagen het weer onderweg beter en beter worden. Weer een dag later lagen we met onze luie krent op het strand van Bloemendaal te genieten van de ondergaande zon. Fietsen is leuk, Limburg letterlijk en figuurlijk top, maar er zijn ook een heleboel andere fijne dingen te beleven in ons landje.

Scroll Up

Pin It on Pinterest