Chip wordt Abraham

Microprocessors worden in zo een overweldigende hoeveelheid gebruikt dat niemand zich meer kan voorstellen dat ze er ooit niet zijn geweest. Bijna alles waar stroom doorheen loopt heeft tegenwoordig wel de een of andere processor (chip) aan boord, van koelkasten tot auto’s en van mobieltjes tot de krachtigste supercomputers.

Toch is het alweer vijftig jaar geleden dat de Amerikaan Jack Kilby een transistor, weerstanden, condensatoren en alle noodzakelijke bedrading uit één stuk materiaal maakte en dit op een glasplaat lijmde. Kilby gebruikte hiervoor een stuk (chip) germanium ter grootte van een stevige vinger als halfgeleider. Het was een uiterst grove microprocessor met slechts één schakeling. Maar dat gaf niet, want het werkte, en daarmee is de chip officieel geboren in de zomer van 1958.

De microprocessor heeft in de vijftig jaren daarna een enorme ontwikkeling doorgemaakt: terwijl zijn omvang steeds minder werd, herbergde de chip steeds meer transistors. Een chip met een omvang van een 20 eurocent muntstuk kan makkelijk 125 miljoen transistors herbergen. Het materiaal dat hiervoor wordt gebruikt, is overigens geen germanium maar silicium. Slechts een half jaar nadat Kilby de chip had uitgevonden, wist Robert Noyce hetzelfde voor elkaar te krijgen, maar nu op basis van silicium. Die methode bleek praktischer te zijn. Noyce richtte Intel op en fabriceerde in 1968 de eerste microprocessors. Tegenwoordig is de gehele ICT-industrie goed voor zo’n triljoen dollar omzet per jaar. Dat is nog eens een prestatie om trots op te zijn, Abraham!

Scroll Up

Pin It on Pinterest