De diepe geheimen van de Vulkaaneifel

De Eifel is toch dat mooie stukje Duitsland waar gele koolzaadakkers, donkere bossen en frisgroene weides als een lappendeken over de zachtjes afgeronde heuvels zijn gedrapeerd? Klopt, maar de Eifel heeft ook mooie geheimen.

Camping Strotzbuscher Mühle komt voorzichtig tot leven. De koffie en een stevig maar ook weer niet te groot ontbijt zitten in het lijf. Het is koud. Iets minder koud dan de vorige dag, toen het ’s nachts net niet vroor en de ochtend lang fris bleef. Een waterig zonnetje geeft een illusie van warmte die niet echt helpt. In korte broek wandel ik naar de toiletten. De gedachte ‘een man in korte broek op dit moment is een tikkeltje vreemd’ sleep ik met me mee. We wilden niet te veel bagage meenemen en ‘dus’ ook maar één setje hardloopkleding. Dat werd een outfit voor de warmere dagen, dit is tenslotte de meivakantie.

Tijd om het hardloophorloge te activeren. Behendig tik ik door het menu om de route op te starten. Kaarten van het gebied hebben we niet, dus wordt het blind vertrouwen op de route die als een rode lijn op het schermpje van mijn Garmin kronkelt. Niet het duurste model, dus loopt de lijn niet over een kaart, maar een effen gekleurde achtergrond. Het is in Nederland soms zelfs al lastig navigeren, dus hoe zal het vandaag in volkomen onbekend terrein verlopen? We gaan het zien…

Het rode lint wijst richting de opgang door de bossen. Dat ligt in de lijn van mijn verwachtingen. De camping ligt namelijk diep verscholen in een nauw dal, dat in vele duizenden jaren geduldig en volhardend is uitgeslepen door een beekje van nog geen drie meter breed, de Uess. Onze aankomst gisteren was mijn eerste verrassing in deze streek. We doken met de auto vanuit de groengele lappendeken een donker bos in en stortten ons via een smal weggetje en twee krappe haarspeldbochten het dal van de camping in. Wauw, dacht ik, de Eifel heeft blijkbaar meer te bieden dan lieflijk glooiende heuvels.

Het lijf zet zich in beweging richting de steile helling die volgens mij het begin van de route moet zijn. Als de eerste tientallen, moeizame meters zijn afgelegd, blijkt mijn positie behoorlijk af te wijken van de rode lijn. ‘Off Route’ laat het horloge de zwoegende hardloper weten. Tja, die conclusie was ook door de drager al getrokken. Na wat puzzelwerk, oftewel geïrriteerd heen en weer lopen, blijkt de route gewoon door het slingerende dal van de Uess te lopen. Beter eigenlijk, dan kan het lijf wat meer ontspannen op temperatuur komen.

Veel tijd om te genieten van de rust in het dal krijg ik niet. De rode lijn wijst onverbiddelijk naar links, waar een helling wacht die me doet grinniken. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? Dit is hardlopend niet te doen! Wat las ik laatst ook alweer? O ja, boven een hellingspercentage van vijftien procent is wandelen efficiënter dan hardlopen. En deze stijging is echt een flink stuk forser dan dat omslagpunt. De route op mijn horloge is dan ook een wandelroute, maar ik handhaaf het hardlopen. Het lukt me een paar honderd meter om hardloopbewegingen te blijven maken, maar hardlopen is het echt niet meer. Ik wandel de laatste tien meter omhoog tot een bocht naar rechts, en zie dat de weg nog steeds omhoog loopt. Minder fanatiek dan de meters achter me, maar de hartslag krijg ik op deze manier niet echt omlaag. Dit patroon herhaalt zich een aantal maal. Ik blijf maar klimmen, het lijkt hier verdorie Oostenrijk wel!

Na ruim twee kilometer klimmen verbreedt het pad zich tot een bijna honderd procent horizontaal gelegen bosweg. Een paar honderd meter verder eindigt de weg in een weide. Het is het frisgroen van de lappendeken, maar ik beleef het als een Alpenweide. De route slingert verder over het gras en stort zich daarna weer in een bebost dal met steile hellingen die meestal samenkomen bij een beekje. Kilometer na kilometer herhaalt het patroon zich van helling op, helling af, beekje over, en weer een helling op. Het is knap vermoeiend, maar wat zit deze route goed in elkaar. Ik ben ingewijd in een geheim van de Vulkaaneifel. De bovenkant is lieflijk, maar de diepe, smalle dalen zijn bergachtig ruig. Met een glimlach op het gezicht realiseer ik me dat ik de Eifel tot vandaag eigenlijk helemaal niet zo goed kende.

Moe na ruim zestien kilometer hardlopen die als een zware halve marathon aanvoelden, dender ik de camping op. Niet wetende dat ik die middag een deel van de route nog een keer wandelend ga afleggen met mijn lief.

Scroll Up

Pin It on Pinterest