De Renner – Tim Krabbé

2 min leestijd

Waardering

88%

Loodzwaar ligt de reputatie van ‘De Renner’ van Tim Krabbé voor me. ‘Het is geen sportboek, maar een briljant boek dat tot de canon van de Nederlandse literatuur behoort’, is de opvatting van Bert Wagendorp.

Nico Scheepmaker is het niet met hem eens, of toch wel? Scheepmaker vindt het juist het beste sportboek in de Nederlandse taal, maar inderdaad ook een literair meesterwerk dat om die reden over honderd jaar nog gelezen zal worden. En volgens Arthur van den Boogaard moet iedere schrijver over sport sinds 1978 verantwoording afleggen aan ‘De Renner’.

Natuurlijk zijn het juist deze kwalificaties die mij tot dit boek hebben gebracht. Met een mengeling van scepsis en verlangen lees ik de quotes herhaaldelijk één voor één op de achterkant van het boek. Helemaal nieuw is mijn exemplaar, want 33 jaar na de eerste druk is De Renner nog steeds heel goed verkrijgbaar. Het is weliswaar geen honderd jaar, maar toch al best indrukwekkend. Het maakt hongerig naar de inhoud, maar ik weet me een paar dagen te beheersen, net als een kind dat het lekkerste stukje van de taart voor het laatst bewaart.

Net als het boek zit ook ik direct ‘in’ de wedstrijd. De renner Krabbé beschrijft precies één wielercours, doet daar 158 bladzijden over, en het verveelt geen moment. Ik lees het boek de eerste keer vooral als een wedstrijdverslag en doe ontdekkingen over het denken van een renner, de taktische beslommeringen, de beslissingen die hij moet nemen, of juist niet moet nemen. Soms waag ik mij voorzichtig, heel voorzichtig aan een vergelijking tussen de inspanningen van Krabbé onderweg en mijn liefhebberij op twee wielen. Belachelijk natuurlijk, al is die ogenschijnlijke herkenbaarheid wel de motor achter de populariteit van het professionele wielrennen.

Als de wedstrijd vordert, bespeur ik haast in mijn lijf. Onrustig wil ik weten hoe de wedstrijd afloopt. Soms neem ik de tijd om een bespiegeling van renner Krabbé tot me te laten doordringen. Ergens ziet hij een meid langs de kant van de weg. Ze juicht, maar volgens hem is haar enthousiasme gemotiveerd door de valse heroïek die de journalisten rondom het wielrennen hebben gecreëerd. Die meid is geen fan van de wielersport, maar van de verhalen over lijden en afzien. Krabbé vindt het maar niets. Hij haat die meid. Maar ze is wel bloedmooi, merkt hij nog even op.

De wedstrijd snelt verder, vergezeld door een gedachtemix van wielerbeslommeringen, waarnemingen en anecdotes uit de wielerhistorie. Krabbé houdt er op deze manier de vaart in. Helaas voor hem net niet genoeg snelheid om de wedstrijd te winnen. Ik voel een beetje met hem mee. En ik beloof het boek nog minstens één keer te lezen met iets diepere aandacht voor de meer literaire passages uit het verhaal. Het zal me waarschijnlijk weinig moeite kosten.

De Renner - Tim Krabbé
Scroll Up

Pin It on Pinterest