Selecteer een pagina

Rob Veer heeft een heerlijk boek geschreven over hardlopen. ‘De tien, de halve en de hele’ richt zich met de schema’s nadrukkelijk op zeer ervaren hardlopers. Best jammer, want de rest van het boek is voor ieder type hardloper interessant.

De tien, de halve en de hele – Rob Veer

door | 12 juli 2018 | 0 Reacties

Een warme zaterdag in juli. Lidia en ik combineren het nuttige met het aangename. We zijn goed bezig geweest door in Drachten een gebruikte vriezer op te halen. En nu genieten we van een trail van ongeveer dertien kilometer door het prachtige landgoed Lauswolt bij Beesterzwaag. Het tempo ligt bewust laag en dus is er alle tijd voor gesprekken. Ze gaan vooral over het mooie bos waar we doorheen struinen. Wat een ontdekking is dit, zeg! Maar we praten ook over conditie, die soms door zaken waar je verder weinig aan kunt doen behoorlijk afneemt, zoals bij mijn lief. Het gesprek eindigt met de conclusie dat ik voor Lidia een opbouwschema voor de tien kilometer ga maken. Een schema dat haar weer op het oude niveau moet brengen.

Een dag later duik ik in het boek van Veer, waar hele mooie schema’s voor de tien kilometer in staan. Maar eigenlijk wist ik al dat die niet geschikt zijn voor hardlopers als mijn lief. Die gaat echt niet vijf keer per week trainen. Veer is zelf duidelijk over de doelgroep van ‘De tien, de halve en de hele’, maar deze bewuste keuze blijft ergens toch jammer. Het eerste deel over de wetenschap en de praktijk van hardlopen en trainen is namelijk zo helder en lekker geschreven dat het voor ieder type hardloper interessant en nuttig is.

In het eerste deel legt Veer haarfijn uit hoe onze spieren aan brandstof komen, welke soorten brandstof in verschillende mates van belasting de hoofdrol spelen en de processen die daarvoor nodig zijn. Helderder dan dit zal een hardloper het niet vaak tegenkomen. Deze theoretische ondergrond dient als basis voor alles wat in het eerste deel volgt. Als je weet welke soort brandstof je bij een bepaalde belasting verbruikt en welke eigenschappen die verbranding heeft, wordt ook duidelijk wat je dan eigenlijk aan het trainen bent. Maar dan moet je wel eerst goed weten in welke fase je bezig bent, waar weer mooie hoofdstukken over verschillende methodes om de mate van belasting te meten uit voortrollen. Zo werkt Veer langzaam maar zeker toe naar de trainingsschema’s in het tweede deel van ‘De tien, de halve en de hele’.

Die schema’s zitten voor de lezer die goed heeft opgelet in het eerste deel een stuk logischer in elkaar dan een hardloper die voor het eerst een hardloopschema onder ogen krijgt. Wel richt Veer zich met deze schema’s op de ambitieuze tot en met de professionele hardlopers. Daar maakt hij ook geen geheim van. Vijf keer trainen is het minimum om ieder schema dat in het tweede deel aan bod komt, met goed gevolg af te werken. Zelf loop ik als 55-jarige gemiddeld zo’n vijftig tot zestig kilometer per week en in de opbouw naar de Mar-athon in Sneek liep dat op naar 70 kilometer of meer. Het zal ongetwijfeld bovengemiddeld zijn in mijn leeftijdscategorie, maar nog steeds aan de magere kant voor de schema’s in dit boek. Toch is ook dit deel de moeite waard, alleen al om de schema’s op basis van de verschillende trainingsmethodieken die voor de diverse afstanden worden behandeld. Heel leerzaam om de verschillen te zien en zeker ook een inspiratie om een eigen, minder zwaar schema op te bouwen dat gebruikmaakt van de ideeën van deze methodieken.

Ook fijn aan het boek zijn de korte commentaren van toplopers Michel Buiter en Jip Vastenburg over onderdelen van het boek. Vaak een aanvulling en soms een ontnuchterend constatering die zomaar een glimlach op het gezicht van de lezer zou kunnen toveren. ‘De tien, de halve en de hele’ is wat mij betreft dus een echte aanrader. Zonder de theoretische achtergrond van alle belangrijke zaken die rond hardlopen spelen, weet ook een recreant die beter wil gaan presteren niet waarmee hij bezig is. Die hardloper leert zo ook de zin van de onzin te onderscheiden, onzin die zomaar blessures of teleurstelling over het uitblijven van resultaat kan opleveren. En de fanatieke hardlopers hebben daarnaast ook nog hele fijne schema’s om mee ‘los’ te gaan.

PS: Dat 10K-schema voor mijn lief ga ik zelf proberen te maken. Zou ik moeten kunnen na mijn opleiding tot hardloopcoach bij Aart Stigter, ook kort geciteerd in dit boek.

De tien, de halve en de hele – Rob Veer