‘De uitvinders’ – Walter Isaacson

‘Hoe een groep hackers, genieën en nerds de digitale revolutie ontketende’, schreeuwt de ondertitel van ‘De uitvinders’ van Walter Isaacson. De toon voor deze dikke pil lijkt gezet: het is een spannend jongensboek in de stijl van de film ‘Pirates of Silicon Valley’ uit 1999 over Steve Jobs versus Bill Gates.

Een tweede belofte, iets minder prominent op de achterkant van de kaft van het boek, is om meer aandacht te besteden aan de vaak vergeten maar essentiële rol die vrouwen in de ontwikkeling van de computer hebben gespeeld. Die belofte wordt zonder meer ingelost, terwijl het schreeuwerige van de ondertitel gelukkig nergens in het boek is terug te vinden.

Isaacson begint de reis bij Ada Lovelace, dochter van Lord Byron, die zich ontpopt tot een wiskundige denker met romantische inslag. Haar filosofieën over ‘computers’ en vooral hun toepassingen bevinden zich volgens Isaacson op het snijvlak van kunst en wetenschap, daar waar latere pioniers als Steve Jobs zich ook graag ophielden. Isaacson besteedt vrij veel aandacht aan deze eerste denkers over ‘computers’. Dat is ook logisch omdat mensen zoals Lovelace de route hebben uitgezet waarlangs alle uitvinders na hen geprobeerd hebben om mechanische, elektronische en digitale computers en aanverwante toepassingen te maken.

Na deze filosofische inleiding gaat het in een veel hogere versnelling langs allerlei stappen die hebben geleid tot de uitvinding van de moderne computer. Om het belang van bepaalde uitvindingen duidelijk te maken, of juist het falen van andere pogingen te verklaren, moet Isaacson soms behoorlijk technisch worden. Enige achtergrond op dit gebied helpt zeker om bijvoorbeeld te kunnen inzien wat een knap technisch staaltje de ontwikkeling van de transistor is geweest, al blijft het boek ook voor de ‘leek’ waarschijnlijk goed leesbaar.

Isaacson maakt de belofte over de rol van vrouwen meer dan waar. Het levert ook mooie inzichten op, zoals het feit dat vrouwen de eerste programmeurs waren, en er beter in bleken te zijn dan hun mannelijke collega’s. De auteur benadrukt ook keer op keer dat niet de geniale ingeving van een individu, maar de teamprestatie bepalend zijn geweest in de ontwikkeling van de computer. Niet de unieke wetenschapper in zijn rommelige achterkamertje, maar een klimaat van kennis delen met elkaar en andere teams maakt de revolutie mogelijk, aldus Isaacson. Niet de romantiek maar bedrijfskunde is uiteindelijk bepalend, had de conclusie hierover ook kunnen luiden.

Isaacson schetst ook veelvuldig de sociale achtergrond en karaktertrekken van de hoofdrolspelers. Vaak een nuttige aanvulling op het verhaal omdat het een mogelijke verklaring is voor het waarom van een ontwikkeling. In het geval van Nobelprijswinnaar William Shockley blijkt zijn karakter zelfs allesbepalend, omdat hij zich meer en meer ontpopt tot een individualist die anderen hun successen bij de verdere ontwikkeling van de transistor niet gunt. Shockley was beslist niet de teamspeler die de digitale revolutie eigenlijk nodig heeft en het loopt nog tragisch met hem af ook…

Als het verhaal is aangekomen bij het ontstaan van de personal computer, zijn de vrouwen helaas grotendeels verdwenen. Wat verblijft zijn mooie hoofdstukken over Gates en Microsoft, de opkomst van de gamesindustrie, het ontstaan van internet en de toepassingen die daar weer uit zijn voorgekomen, enzovoort. ‘De uitvinders’ blijft boeien, al vind ik persoonlijk het deel over het ontstaan van de computer stukken interessanter.

Aan het eind van het boek vat Isaacson alles samen. Goed bedoeld, maar daarmee krijgt ‘De uitvinders’ opeens het karakter van een studieboek. En de ode aan Ada Lovelace helemaal op het eind is charmant, maar overduidelijk een constructie. Wat niet wegneemt dat dit boek een aanrader is voor iedereen die wil weten waar computers eigenlijk vandaan komen.

'De uitvinders' - Walter Isaacson
Scroll Up

Pin It on Pinterest