'Draag nooit een gele trui' - Alex van der Hulst

GO!

Het is een mooie zomeravond en de nieuwe (gebruikte) kunststof racefiets mag dit seizoen voor de tweede keer een training doen. Ter hoogte van de camping bij Blauwe Hand ziet de berijder een man met surfplank en karretje aanstalten maken over te steken. En hij kijkt heel erg niet naar links, naar de aanstormende fiets en wielrenner dus.

Het belletje zit net niet op de plek van de oude racefiets. Er is geen tijd om te zoeken en dus aarzelt de bereider geen moment: 'Pas op!' klinkt het keihard uit zijn mond. De man staat aan de grond genageld. Als de wielrenner hem voorbijsnelt, hoort hij de man nog mopperen 'dat je toch gewoon kunt bellen'.

De vraag of je al dan niet een bel op je racefiets monteert, is een van de terugkerende elementen uit het boek 'Draag nooit een gele trui' van Alex van der Hulst. Moedwillig geen bel op je racefiets hebben, is blijkbaar een van de ongeschreven wetten van het peloton der recreanten, aldus Van der Hulst. Onzinnig, gevaarlijk en slecht voor de reputatie van wielrenners, zo stelt ook een aantal van de oud-profs die de auteur voor dit boek heeft geïnterviewd. Die interviews vormen het meest serieuze onderdeel en zijn echt het lezen waard. Echt genieten hoe relaxed de meeste van hen tegen het wielrennen na hun profcarrière aankijken. Wat overigens niet wil zeggen dat ze geen uitgesproken mening hebben over zadelhoogte en klimtechnieken.

De rest van het boek mag een stuk minder serieus worden genomen, adviseert Van der Hulst zelf ook al. Nou ja, op het dragen van de gele trui na dan, dat spreekt. Vermakelijk zijn de tamelijk 'dik' aangezette karakterschetsen van de verschillende types wielrenners zeer zeker. Wie helemaal niets herkent in de omschrijving 'de boer', 'de ijdeltuit', 'materiaalfreak', 'nostalgische rijder', 'terrastijger', 'het buikje', 'de vlieg', enzovoort, heeft nog nooit op de racefiets gezeten. Mooi is het verhaal over de liefde voor het Italiaanse 'vintage' merk Gios, en ronduit hilarisch de handleiding voor het passeren van twee stellen bejaarde fietsers. Je zou maar Riet of Dinie heten...

Neem tot slot even de tijd om de mooie illustraties bij de types wielrenners te bekijken, want die zeggen vaak net zoveel als de woorden die erop volgen. Als er al kritiek op dit amusante kleinood mag zijn, dan is het de snelheid waarmee je het verslindt. Meer dan een middagje heb je er niet voor nodig, maar dat is dan wel een goed besteed dagdeel.

Waardering: 72%