Drents stukje Groningen

Geheel tegen onze principes in was de afgelopen twee weken het privé laptopje mee op vakantie. Dit voor ons gezin nieuwe feit, gecombineerd met een fruitig privé mobieltje met ongekende internetmogelijkheden, maakte dat ik alles in de tent had om live vanaf de camping verslag te doen van de dingen die ik met de rest van de wereld zou willen delen. Maar er zijn grenzen: een laptop meenemen om de kinderen een filmpje te laten kijken bij aanhoudend slecht weer (viel gelukkig enorm mee) is één ding, dat draagbare apparaat gebruiken om dingen te doen die toch min of meer aan het werk gekoppeld zijn, is wat mij betreft nog een stap te ver. Ik doorstond de technologische verleidingen dapper en gaf me over aan de groenblauwe verlokkingen van een zandafgraving pal naast de camping. Dag in dag uit, weer of geen weer, stortten we ons zonder aarzelingen met z’n allen in het waanzinnig heldere, buitenlands gekleurde en behoorlijke diepe en daardoor stevig koude water. Echt, als we enigszins verkleumd uit het water kwamen, zorgden de sensaties in het lichaam voor het besef dat we LEVEN: hoera!

De camping en het superbe aangrenzende, natuurlijke zwembad liggen in het buurtschap Sellingerbeetse, dat weer vlakbij Sellingen ligt, een dorpje dat zich in toeristische zin afficheert als ‘De Parel van Zuidoost Groningen’. Als deze ronkende tekst op het dorp zelf moet slaan, vind ik enige scepsis op z’n plaats, maar in een breder perspectief geplaatst is deze kwalificatie wel verdedigbaar. Daarover later meer. De reis naar de camping was een prima trainingsrit op weg naar de Mont Ventoux. Niet dat er klimmetjes van enige betekenis genomen moesten worden, maar de afstand naar dit voor mij vrijwel onbekend gedeelte van Nederland is genoeg om door te kunnen gaan voor training.

Een beetje op gevoel en voornamelijk gebaseerd op eerdere ervaringen werd daarom een rit uitgezet die mij in de eerste plaats vrij snel op de bestemming moest brengen, maar al doende verrassend goed bleek uit te pakken. Op weg naar Ruinen besluit ik dit keer niet ‘achterom’ te gaan lang de Wold Aa en dan even vóór Ruinen de normale route weer op te pikken, maar gewoon de weg te nemen die iedere automobilist aflegt. In Ruinen fiets ik richting Pesse en als ik restaurant ’t Olde Posthuus passeer, nemen mijn sentimenten het even over van de ratio. Ik rijd niet naar Pesse en van daaruit naar Spier, maar neem de prachtige ‘randweg’ langs het Dwingelerveld. Het is weliswaar een smal fietspad en het wemelt er van het toeristische slenterverkeer, het uitzicht links van me maakt alles goed. Een van de hoogtepunten van deze route is de plek waar Natuurmonumenten een observatieplek heeft gebouwd voor het spotten van vogels. Het water heeft hier bezit genomen van de hei en een aantal bomen heeft tijdens dit proces het leven gelaten. Doods en ontdaan van hun bladeren leveren ze een belangrijke, sfeerbepalende bijdrage aan dit kleine stukje Dwingelerveld. Ook nu betovert dit landschap me weer, zelfs als ik er niet voor blijf stilstaan.

De rit gaat na Spier verder langs Wijster, gevolgd door Mantinge. Een paar kilometer buiten dit dorpje ligt het Mantingerveld, een door Natuurmonumenten terecht gekoesterde zandverstuiving middenin het groene, Drentse landschap. Dit keer passeer ik het natuurgebiedje met een flinke vaart, al dwalen mijn gedachten even af naar eerdere wandelingen door het mulle zand, over licht heuvelende paadjes door bosjes van jeneverbessen, een lange lus door weids grasland waar wild kronkelende dennen af en toe bereidwillig dienst doen als klimtoestel, en de terugkeer naar de zandverstuiving. Op weg naar Meppen duik ik en bos in, waar een bord me erop attendeert dat ik door de gemeente Coevorden fiets. O, hoe heerlijk de verrassing over dit feit van de fietser die zich niet al te grondig heeft voorbereid op een trainingsritje!

Na Meppen volgen Zweeloo, Schoonoord en De Kiel, ook allemaal kernen in de gemeente Coevorden. De Kiel vormt de poort naar een ander bijzonder fraai Drents landschap: de Hondsrug. Op weg naar Exloo kom ik door de bossen een paar klimmetjes tegen, al weet ik uit een eerdere rit met collega’s dat op de Hondsrug pittigere klimmetjes te vinden zijn. Exloo is voor mij het eindpunt van het groene, lieflijke Drentse landschap, zo heb ik het van tevoren ingeschat. Vanuit Exloo moet ik immers het polderachtige landschap richting Groningen oversteken, een kale vlakte die wordt doorstoken door kaarsrechte sloten en al even strakke wegen, de perfecte voorbode van de kale kleivlaktes waar Groningen om bekendstaat. Dat de klei totaal afwezig is in Zuidoost Groningen wist ik al, niet dat de vlakte richting Musselkanaal enorm meevalt, daarbij geholpen door een weg die omgeven is door bomen. Aldus heb ik een overschaduwd uitzicht op de vlakte, zie ik aan de verre overkant bebouwing waarvan ik vermoed dat deze in de provincie Groningen staat, maar is de sfeer op weg daar naartoe evengoed ‘gemoedelijk Drents groen’.

Vanuit Musselkanaal fiets ik een klein stukje in zuidelijke richting en sla ik in, houd je vast, Jipsingboermussel linksaf richting Sellingerbeetse. Dit vertel ik eerlijk gezegd alleen maar vanwege de prachtige naam, slechts een voorbeeld van de vele die in deze streek te vinden zijn. Een streek die overigens sterk doet denken aan Drenthe. De Ruiten Aa kronkelt zich hier langzaam door Zuidoost Groningen en al doende is een landschap ontstaan dat in niets lijkt op de clichés die voor deze provincie gelden. Het is gewoon een stukje Drenthe dat vanwege historische redenen per ongeluk in de provincie Groningen is terechtgekomen. Raar eigenlijk:  als we de landkaart van Nederland bekijken lijkt het alsof dit gebied ooit van Drenthe is afgehakt en toebedeeld aan Groningen. Een kwartiertje later bereik ik de camping, waarmee een trainingsrit van iets meer dan 90 kilometer erop zit. Tien minuten later plonst mijn warme lijf in het ijskoude water en glijden de pijntjes van de in ruim minder dan drie uur afgelegde rit van me af. De vakantie is begonnen.

Scroll Up

Pin It on Pinterest