Drukwerk favoriet Groninger Museum

Als er ergens een plek is waar het visuele een hoofdrol speelt, is het een museum. Het Groninger Museum is hierop geen uitzondering. Het museum schenkt uiteraard veel aandacht aan de manier waarop de exposities worden tentoongesteld. Daar blijft het echter niet bij: de noordelijke kunsttempel betracht dezelfde zorgvuldigheid bij de productie van de communicatiemiddelen. Drukwerk speelt hierin een belangrijke rol.

Het Groninger Museum biedt veel ruimte aan moderne kunst. De website — fris, modern en functioneel vormgegeven — is een bevestiging van deze constatering. Twee beelden vragen aan de rechter bovenkant onontkoombaar de aandacht van de bezoeker. Het ene is een landingsgestel dat ophoudt te bestaan op de plek waar het vliegtuig had horen te beginnen. Twee banden met grotesk profiel steken doelloos in de lucht. ‘Nowhere to Land’ is de doeltreffende titel die kunstenaar Yin Xiuzhen het werk heeft gegeven.

Het beeld daarnaast is zo mogelijk nog treffender. Lara Croft, maar dan een tikkeltje verontrustend anders. Niet de pastel getinte, tepelloze Hollywood-creatie staart de bezoeker aan, maar een letterlijk teerzwarte variant. De ogen scheren over haar lichaam, dat tegelijkertijd aantrekkelijk glanst en afstotelijk druipt. Is dat een sigaret in haar mond? Wie doorklikt om meer werken te zien uit de expositie ‘Urban Gothic’ van kunstenaar Marc Bijl, ziet deze ruige versie van Lara langzaam op en neer door het beeld glijden. Een beetje zoals de ene mens de andere van top tot teen kan opnemen.

Helemaal onderaan de website staan de links naar alle bekende social media. De pictogrammen van Facebook, Twitter, Flickr, YouTube, Foursquare en Vimeo leiden tot de conclusie dat het Groninger Museum een multimediale aanpak gebruikt om bezoekers te trekken en aan zich te binden.

Breed scala aan drukwerk

In het museum zelf valt in de ontvangsthal de hoek met ansichtkaarten en kunstboekwerken direct op. Ook hier is ‘Lara’ prominent aanwezig. De eerste vraag aan Willemien Bouwers van de afdeling communicatie is geboren. Helaas, het Groninger Museum blijkt dit drukwerk zelf niet uit te geven. ‘Onze conservatoren stellen de inhoud samen en een externe vormgever maakt deze boeken op, maar het museum is niet de uitgever’, helpt Bouwers dit misverstand de wereld uit.

Het scala een drukwerk dat het Groninger Museum wél uitgeeft is behoorlijk breed. Drie maal per jaar verschijnt er een leaflet met informatie over de komende tentoonstellingen en aandacht voor mogelijkheden om het museum financieel te steunen. Het museum maakt tevens een magazine, dat vier keer per jaar wordt gedrukt bij Scholma Druk in Bedum en wordt verspreid in een oplage van 25.000 stuks. Het museum heeft ook aparte flyers voor sponsorwerving, de ‘Vrienden van het Groninger Museum’, oproepen geld te schenken aan het museum, de JuniorClub en boekwerkjes met algemene informatie over het museum, maar ook een prachtige huisstijl, gedrukt door drukkerij Tienkamp.

‘Ook maken we voor alle exposities posters in diverse afmetingen en voor verschillende toepassingen zoals abri’s, reclame op stations en winkelruiten, maar ook de enorme doeken voor de gevel van het museum’, vult Bouwers deze reeks aan. ‘Het Groninger Museum maakt zoveel verschillend drukwerk dat we met een jaarplanning moeten werken.’

Constante factor

Het Groninger Museum beschikt al meer dan 10 jaar over de stabiele factor Rudo Menge. Deze vormgever produceert vrijwel alle publicaties en andere producties van het museum. Menge is niet de eerste de beste. Zijn website straalt nog meer de eenvoudige zelfverzekerdheid uit dan de website van het Groninger Museum, die hij ook heeft ontworpen. ‘Zie hier mijn werk. Dit ben ik’, is de boodschap. Mag ook wel, als je onder andere hebt ontworpen voor kunstenaars als Erwin Olaf.

Menge is niet alleen de vormgever van het museum, hij is tevens de man met de kennis over het grafische vak. Bouwers: ‘Wij hebben kwaliteit hoog in het vaandel staan. Niet alleen qua vormgeving zitten we daarmee goed met Menge, hij is ook degene die weet waar onze uitingen gedrukt en afgewerkt moeten worden. Menge is daarbij onze spreekbuis. Dat bevalt goed. We zien dan ook geen aanleiding om direct contact met de drukker te gaan leggen.’

De samenwerking met hun vormgever verloopt naadloos. Bouwers: ‘Samen bepalen we wat hét beeld is dat we gebruiken om de tentoonstelling te promoten. We hebben door jarenlange ervaring een goede neus ontwikkeld voor welk beeld wel werkt en welk beslist niet.’ Wat het Groninger Museum betreft blijft deze relatie nog lang in stand. ‘Niemand is gebaat bij al te frequente wisselingen van vormgever. Het wordt dan wel heel lastig om een constante stijl te hanteren.’

Grootste impact

De indruk dat het Groninger Museum een multimediale aanpak hanteert voor de communicatie klopt volgens Bouwers. ‘Voor iedere nieuwe tentoonstelling bepalen we allereerst de belangrijkste doelgroep. Minstens zo belangrijk is de keuze voor het meest aansprekende beeld uit de expositie. Met inachtneming van het budget dat we tot onze beschikking hebben, bepalen we vervolgens met welke mix van media we de doelgroep het beste kunnen verleiden met dit beeld. Het kan dan zo zijn dat we voor een specifieke tentoonstelling meer doen via internet of social media dan in drukwerk.’

Andere media dan drukwerk doen dus nadrukkelijk mee in de campagnes die het museum voert om zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Social media kunnen volgens Bouwers heel handig zijn als je wilt dat iets snel wordt opgepikt. Een goede campagne gaat wat haar betreft om de mix van media die een organisatie gebruikt. Drukwerk is daarbij heel belangrijk voor het Groninger Museum. Bouwers: ‘Ik schat in dat drukwerk zo’n 70 procent van het totaal uitmaakt. Dat is niet voor niets zo. Het beeld dat mensen naar ons museum moet trekken, komt het best tot uiting in print. Drukwerk heeft gewoon de meeste impact.’

Het Groninger Museum heeft een beperkt advertentiebudget. Net als bij de productie van het eigen drukwerk, is ook hier de verscheidenheid groot. Afhankelijk van de expositie adverteert het museum bijvoorbeeld in modebladen, regionale media of landelijke dagbladen. De museumladder is een vaste waarde. De hoeveelheid staat met het afnemen van het budget iets onder druk. Het museum probeert dit op te vangen door free publicity te genereren. ‘Bouwers: ‘Je moet creatief zijn. Wij nodigen bijvoorbeeld studenten van de hogeschool uit om films te maken rondom een expositie. Hun ervaringen en filmpjes delen ze via de social media. Zo kan een nieuwe expositie heel snel opgepikt worden. Het is een win-win situatie.’

Drukwerk als rustpunt

De hoeveelheid drukwerk wordt overigens wel iets minder. Dit heeft te maken met het budget dat het museum ter beschikking heeft. Bouwers: ‘Het museum heeft minder te besteden aan communicatie. We laten daarom ook wel eens uitgaven printen omdat het voor kleinere oplagen goedkoper is. Het kwaliteitsverschil is minimaal. Dat viel ons honderd procent mee. Het eindresultaat van printen is geen aanleiding om ermee te stoppen.’

Het Groninger Museum vergeet de andere media niet, maar behoudt dus een sterke voorkeur voor drukwerk. Ook als het ‘drukwerk’ geprint is. Op de vraag hoe lang drukwerk deze dominante positie zal blijven innemen, is Bouwers stellig: ‘Ook al hebben veel mensen tegenwoordig een iPad, posters blijven heel belangrijk. Natuurlijk zouden we aan onze gevels beeldschermen kunnen hangen met steeds wisselende inhoud. Mensen krijgen dat elders in de stad al zoveel te zien. Een museum is toch ook een plek van rust. Daar past een krachtig beeld op een mooi medium als drukwerk bij. Ik zie voor het Groninger Museum voorlopig weinig veranderen in die situatie.’

Dit artikel is geschreven voor PrintMatters en verscheen in editie 4 – winter 2012 onder de titel ‘Beeld heeft op papier de meeste impact’.

Scroll Up

Pin It on Pinterest