Economie van een onsje minder

Ik peins al jaren over het feit dat zo’n beetje alle economieën zijn gebaseerd op groei. Sinds het schrijven van het vorige artikel over de Canadees die een paperclip gaat ruilen voor een huis, borrelt het onderwerp zo heftig in mijn hoofd dat het er nu toch maar eens uit moet. Want groei lijkt weliswaar een soort natuurlijk gegeven, maar toch kent de groei-economie een paar heftige nadelen.

Om te beginnen is daar de eeuwige cyclus van werknemers die meer loon willen, bedrijven die daar al dan niet gedwongen door keiharde onderhandelingen met vakbonden schoorvoetend op ingaan, zich daardoor geconfronteerd zien met hogere arbeidskosten en hun producten in prijs moeten laten stijgen. Als dit maar op voldoende grote schaal gebeurt, en dat is meestal het geval, worden de werknemers op hun beurt weer geconfronteerd met een dagelijks leven dat duurder is geworden doordat alles in prijs is gestegen, inflatie dus.

Als ze geluk hebben, is hun loon harder gestegen dan de prijzen van levensbenodigdheden en consumentengoederen. Maar het feit dat mensen ervaren dat ze minder kunnen kopen met hun geld, wakkert het verlangen naar meer loon verder aan. Waarna weer een ronde onderhandelingen over de hoogte van de salarissen volgt, de arbeidskosten van bedrijven weer stijgen, de producten uiteindelijk weer duurder worden, mensen door de nieuwe inflatieronde minder kunnen besteden met hun loon, enzovoort, enzovoort.

Nu zijn de bedrijven over het algemeen erg bedreven in het reduceren van hun kosten door bijvoorbeeld hun productieprocessen te optimaliseren, maar er komt ooit een einde aan die rek. Dan volgt de vlucht naar de lagelonenlanden, meestal ten koste van de werknemers in het land van oorsprong. En dat is dus het tweede grote probleem van de groei-economie: werkloosheid en onrust.

In de landen waar mensen in het begin nog bereid zijn om voor een schijntje keihard te werken zie je uiteindelijk hetzelfde proces van hogere looneisen enzovoort ontstaan. En dat leidt dan weer tot een vlucht naar weer een ander land waar het nog goedkoop werknemers vinden is en werkloosheid in het oorspronkelijke lagelonenland. Nog meer onrust.

Een ander groot probleem van de groei-economie is de explosie in behoefte aan brandstoffen om de boel draaiende te houden. Dit geldt niet alleen voor de westerse samenleving, maar de laatste tijd steeds meer voor opkomende economieën als China en een aantal landen uit Zuidoost-Azië. De behoefte aan olie stijgt met het succes van hun economieën. Dit leidt tot het steeds sneller opbranden van de energiereserves in de wereld, en daar worden traditioneel machtige en energie slurpende landen als de VS weer heel zenuwachtig van. Weer een vorm van onrust waar niemand op zit te wachten dus.

Dit zijn natuurlijk slechts een paar problemen die de groei-economie veroorzaakt. Als er dan zoveel nadelen aan onze economie kleven, waarom  is er dan nog nooit een groot denker opgestaan die een economie van stilstand, c.q. stabiliteit, heeft bedacht? Of een economie van ‘mag het een onsje minder zijn’? Het zit blijkbaar in het overgrote deel van de mensheid om steeds meer te willen. Het zou volgens mij heel goed zijn wanneer we met z’n allen eens goed nadenken over het waarom van dit verlangen. Blijkbaar zit het verlangen naar meer erg diep in ons wezen verankerd. Waarom toch? De westerse mens heeft meer dan genoeg en gooit bijvoorbeeld dagelijks genoeg eten weg om heel Afrika van voedsel te voorzien. Maar nog is het niet genoeg. Er zit blijkbaar een onrust in mensen die dit verlangen naar meer voedt. Dan lijkt het mij hoog tijd dat we die onrust met z’n allen eens grondig, eerlijk en oprecht in de ogen durven kijken.

Scroll Up

Pin It on Pinterest