G1 versus iPhone: don’t mention the war

De eerste mobiele telefoon met het besturingssysteem Android van Google werd afgelopen dinsdag aan de pers getoond: de G1. Als dit het begin van een strijd betekent tussen het mobiele platform van Google en dat van Apple, zoals veel analisten beweren, zal dat vooral een strijd zijn tussen de open source-benadering van Google en de bijna ziekelijke controlezucht van Apple.

Android draait op een toestel van HTC. Aanbieder T-Mobile gaat de G1 verkopen. De prijs van het toestel en de bijbehorende abonnementen liggen in de VS iets onder de prijs van de iPhone van Apple. Dat was misschien ook wel te verwachten. De specificaties zien er op het eerste gezicht goed uit: de G1 bevat een ingebakken muziekwinkel van Aamazon; speelt mp3-, AAC- en WMA-bestanden af als deze geen kopieerbeveiliging bevatten; heeft een uitschuifbaar toetsenbord, aanraakscherm, WiFi, Bluetooth en GPS-antenne aan boord; kan Word-, PDF- en Excel-bestanden lezen (maar niet bewerken) en werkt uiteraard als een zonnetje met de online applicaties van Google. De browser is gebaseerd op Webkit en mag wat Google betreft best Chrome Light worden genoemd.

Handig is dat er submenu’s worden opgeroepen door lang met de vinger op een object te blijven drukken. Minpunt is dat er geen ministekker opzit voor een koptelefoon. Dat is toch wel een behoorlijke afknapper voor iedereen die lekker op zichzelf wil genieten van zijn muziek. Daar staat dan wel weer tegenover dat er zaken op de G1 kunnen worden gekopieerd en geplakt. Is dat belangrijk dan? Ja, dat is heel belangrijk vinden veel bezitters van een iPhone, want die heeft dit handigheidje niet en dat vinden ze maar niets! Als Apple een dollar kreeg voor ieder artikel, forumpost of reacties op weblogs die over dit onderwerp zijn gepubliceerd, zou het opeens een stuk meer hebben verdiend aan de iPhone.

Goed, de vergelijking is nu al twee keer gemaakt en dat is natuurlijk niet voor niets. Het woord iPhone is dinsdag gedurende de gehele persconferentie niet één keer gevallen. Dat is natuurlijk vrij bizar, want iedereen vergelijkt de G1 natuurlijk direct met het apparaat van Apple. Het leidde ook nog tot een opvallend ‘incident’: toen Google-oprichter Sergey Brin tijdens de persconferentie per ongeluk over de App Store sprak, maar natuurlijk de Android Market van Google bedoelde, leverde hem dat de nodige boze blikken op van de overige sprekers. Waarschijnlijk deed hij zo hard zijn best om niets over Apple te zeggen, dat hij het juist wél deed. Precies zoals hoteleigenaar Basil Faulty (John Cleese) voorafgaand aan het bezoek van een groep Duitsers zijn personeel ‘Don’t mention the war!’ toebijt, maar daar zelf zo hard mee bezig is dat hij helemaal losgaat met het beledigen van die arme Duitse gasten.

En misschien maken we ook wel het begin mee van een oorlog. De eerste, voorzichtige conclusie op basis van de specificaties zijn dat de G1 een serieuze concurrent kan zijn van de iPhone. Niet qua vormgeving, daar is iedereen het over eens, maar wel wat betreft de mogelijkheden. Niet onbelangrijk natuurlijk, maar de echte oorlog wordt waarschijnlijk uitgevochten tussen de twee totaal afwijkende filosofieën die Google en Apple hanteren bij de ontwikkeling van software voor hun telefoon. Waar Google en zijn partners het Android-platform volledig baseren op open source, legt Apple softwareontwikkelaars voor de iPhone behoorlijk aan banden. Apple heeft namelijk strenge regels opgesteld voor het mogen ontwikkelen van software voor de iPhone en behoudt zich het recht voor om programma’s uit de App Store te verwijderen omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden.

In eerste instantie leek er geen vuiltje aan de lucht te zijn voor de App Store van de iPhone. Er werden in korte tijd enorm veel programma’s ontwikkeld en er ontstond een behoorlijke hype rond dit ontwikkelplatform. De laatste weken beginnen er echter behoorlijke doffe plekken in dit glanzende imago te verschijnen. Kort achter elkaar verwijderde Apple namelijk programma’s voor de iPhone om onduidelijke of minstens aanvechtbare redenen. De laatste ‘rode kaart’ die Apple uitdeelde was aan MailWrangler, een programma dat e-mail van meerdere Gmail-accounts tegelijkertijd kan ophalen. Dit is een functie die Mail van Apple zelf niet heeft en dus waren veel mensen blij met MailWrangler. Behalve Apple dus, dat redeneerde dat het ‘verwarrend’ is voor gebruikers.

Apple lijkt voorlopig volledig ongevoelig voor kritiek op dit beleid. Sterker nog, het probeert juist de controle over het leger softwareontwikkelaars verder te vergroten. Zo mogen ontwikkelaars niets meer naar buiten brengen over de redenen waarom hun programma is geweigerd, of uit de App Store is verwijderd. Als klap op de vuurpijl mogen ze vervolgens ook niet hun programma ergens anders op een website zetten om het te verkopen. Dit is echt heel onsympathiek en het zou op de lange duur ook behoorlijk schadelijk kunnen zijn voor Apple. Als het ontwikkelen van software voor de iPhone blijkbaar een onderneming is met een dergelijke ongewisse afloop, zouden meer en meer ontwikkelaars wel eens Apple de rug kunnen toekeren. Even andersom geredeneerd: als onder de strenge regels van Apple in korte tijd al zoveel programma’s gemaakt kunnen worden, wat zijn dan de mogelijkheden van het op open source gebaseerde Android? Dat is eigenlijk een retorische vraag zou je zeggen…

Scroll Up

Pin It on Pinterest