Genieten, puur genieten

Natuurlijk hebben Peter en ik de Ventoux al op vrijdag beklommen, maar toch. Het was wel de beklimming vanaf Sault, die onder de kenners bekendstaat als de watjesklim. Tja, Peter en ik gingen de lange aanloop naar Chalet Reynard inderdaad vrij ontspannen omhoog. Er werd weinig getranspireerd en zeer regelmatig gekletst. Ging over weinig anders dan de klim natuurlijk, want dat is wat je op dat moment aan het doen bent. Het diende misschien ook wel als geruststelling, omdat we beiden niet wisten wat ons op het kale gedeelte te wachten zou staan. Geen van beiden hadden we op dat moment ervaring met echte beklimmingen en dan de Kale Berg willen ‘doen’ op de eerste de beste dag dat je in de buurt bent, het getuigt in ieder geval van vertrouwen.

We wisten de berg die vrijdag op ontspannen wijze te bedwingen. Rijdend van groepje naar groepje, van individu naar individu en de combinaties daarvan kwamen we fit boven. En toch had ik er zaterdag niet honderd procent vertrouwen in. De klim vanaf Bedoin is immers totaal andere koek: in het bos gaat de weg een kilometer of acht tussen de acht en tien procent omhoog. Respect is het woord dat me nu te binnen schiet. Misschien heeft het te maken met de verhalen rond deze oude vulkaan. In de bus op weg naar het startpunt vertelde een reisgenoot een treffend verhaal. Het is volgens hem niet zo dat iemand een overwinning behaalt op de Mont Ventoux, nee, de berg gunt iemand een zege. Treffender kan ik het niet verwoorden.

Aan de voet van de Mont Ventoux aangekomen, lijkt het er sterk op dat de berg vandaag iedereen een overwinning gunt. Er is geen pact met de weergoden gesloten, zoals vorig jaar, toen een ijzige wind en dikke mist ervoor zorgde dat de beklimming een ware marteltocht werd. De grijze beelden van lopende mensen die wanhopig proberen de wapperende fiets in hun handen onder controle te krijgen, staan nog op mijn netvlies gebrand. Respect voor hen die het vorig jaar volbracht hebben, respect voor de berg die hen dit ‘aandeed’ ook. Het weer is vandaag echter goed, zei het dat het boven nog slechts drie graden is en het erg hard waait, zo vertelt onze motard ons. Het maakt dat ik mijn respect voor deze berg handhaaf. Rustig beginnen dus en maar zien hoe mijn lichaam zich houdt. De eerste kilometers zit ik nog wat te dollen met collega’s, maar als het iets steiler wordt, kiest iedereen het eigen tempo. Peter en ik gaan er vandoor, maar als we het bos inrijden en het steilste stuk van de klim aanbreekt, gaat hij me net iets te snel. Tien meter voor me roept hij nog of het goed gaat. ‘Ja, alles in orde’, schreeuw ik terug en ik zie hem langzaam maar zeker in de hoogte verdwijnen.

Ik heb niets gelogen: het is zwaar, maar de benen voelen goed en dat blijft ook zo, alleen hebben ze niet helemaal de power van gisteren. Jammer dat ik alleen verder moet, maar wat is eigenlijk alleen? We zijn in de staart van het peloton vertrokken en nu blijkt dat ik toch nog best goed vooruit kom. Zo passeer ik met enige regelmaat collega ‘Go for Mont Ventoux-ers’ maar ook lokale Fransen die hun vrije zaterdag hebben aangegrepen om zich eens lekker uit te sloven. Op mijn beurt wordt ik ook weer ingehaald door renners. Mooi hoe zo’n groep strijders zich op deze manier door elkaar beweegt. Alleen ben ik dus allerminst, in tegendeel. We zijn individueel maar uiteindelijk met z’n allen bezig te strijden tegen een berg maar zeker ook voor de kankerbestrijding, een gevoel dat tijdens de minuut stilte aan de voet van Mont Ventoux op indrukwekkende wijze werd opgeroepen. Onder de indruk van het moment en ook in gedachten aan mijn vader, Corine en haar fantastisch enthousiaste familie, houd ook ik het de minuut stilte niet helemaal droog.

Het bos gaat gestaag maar intimiderend steil verder. Momenten dat ik bekenden tegenkom zijn heerlijk. De aanmoedigingen hartverwarmend, want erg gemeend. Er is ook humor. Op een gegeven moment roept iemand vanaf de zijlijn mij toe dat ik een fietstasje over mijn nummerplaatje heb hangen. ‘Lachend antwoord ik dat ik nu eenmaal eigenwijs ben. Ik wil gewoon alles bij me hebben, roep ik ze toe. Schuin daar tegenover staat iemand van de organisatie met een halve banaan klaar om mij te fourageren. ‘Dan wil je deze zeker ook niet’, daagt ze me lachend uit. ‘Nee’, zeg ik snel, ‘zo eigenwijs ben ik nu ook weer niet.’ Ik pak al rijdend de banaan aan, neem een hap en proef de lekkerste kromme vrucht die ik ooit verorberd heb. Nooit geweten dat een banaan zo heerlijk zoet kan zijn.

Voortgestuwd door dit soort momenten en de wetenschap dat de benen zich goed blijven houden, trap ik rustig verder. Helaas krijg ik een kilometer of drie voor het einde van het bos toch een mentaal tikje. Ik heb het eerlijk gezegd helemaal gehad met dat bos en verlang heftig naar Chalet Reynard, een natuurlijk rustpunt in de klim. Het is dat de benen zich goed blijven houden, anders had ik het nog echt zwaar gekregen. Nu ga ik gewoon in hetzelfde tempo verder als een ouderwetse diesel die moeite heeft met accelereren. Prachtig moment is als de motard met zijn maatje het autoverkeer tegenhouden in een bocht waar het binnenstuk wel erg steil is. Iedereen die wil, kan zo de minder lastige buitenbocht nemen. Dankbaar maak ik van deze gelegenheid gebruik om mijn benen tien meter rust te geven. Mooi, hoe iedereen uit deze grote groep een eigen steentje wil bijdragen.

Een minuutje of vijf later bereik ik het plateau waar Chalet Reynard op staat. Daar zie ik Peter weer terug die even heeft gerust en weg wil gaan. Ik was zo gefixeerd op een energiereep lang rust, dat ik hem enthousiast begroet en hem aanmoedig toch vooral te gaan. Achteraf had ik best mee kunnen gaan, om weer als twee strijders de kale laatste zes kilometers te overwinnen. Ach, wat zal het, er komen ongetwijfeld herkansingen. Ik eet mijn reep op, drink wat op mijn gemak en trek een shirt met lange mouwen aan, want het is nu al merkbaar kouder en er raast een behoorlijke wind over het parkeerterrein. Dat belooft wat daarboven, maar het kan me eerlijk gezegd niet zo heel veel meer schelen. Een intens gevoel van genieten overvalt me. Niet euforisch, gewoon een intens meemaken van de klim waar ik mee bezig ben en de taferelen die zich om mij heen afspelen.

Een minuutje of vijf later vertrek ik weer. Tot mijn grote genoegen blijkt de wind rond de Mont Ventoux ook in de rug van zwoegende renners te kunnen blazen. Het intense gevoel wordt hierdoor nog eens versterkt en ik tover een grijns op mijn gezicht die er bij wijze van spreken niet meer af te branden is. Dit is genieten, puur genieten en het kan me nu, in tegenstelling tot het bos, niet lang genoeg duren. De wind blaast overigens ons ook regelmatig keihard in de ogen en dan wordt het stevig ploeteren. Het tempo blijft echter goed en gaat op de stukken waar de wind minder vat op heeft zelfs omhoog. Tandjes bijschakelen op de kale flanken van de Mont Ventoux, het moet niet gekker worden! Nog steeds fit bereik ik de top, waar Peter en de snellere collega’s mij opwachten. De sfeer aan de top is zo ongelooflijk dat ik besluit boven te blijven. Het is zo mooi om al die mensen de top te zien bereiken, hun feestje te zien vieren, emoties bedwingen of juist de vrije loop te zien laten, lachend, oerkreten uitslakend, in trotste stilte de finish passerend, alles komt het komende anderhalf uur voorbij. Ik had het voor geen goud willen missen en velen met mij delen dat gevoel.

Ja, de Kale Berg is ons allemaal erg gunstig gezind zaterdag, want iedereen komt boven en herstelt zich wonderbaarlijk snel. In de afdaling wordt mijn eigenwijze instelling me bijna fataal. Als ik lekker snelheid begin te maken, krijgt de wind vat op mijn fiets en begin ik enorm te slingeren. Ik krijg het eerst niet onder controle en ik denk echt dat ik tegen het asfalt ga kwakken. Opeens schiet me te binnen dat dit een soort ‘speed wobble’ is, een verschijnsel dat ik ooit op de motor ook heb meegemaakt. Ik pas direct de remedie toe: gewicht zo ver mogelijk naar voren om veel druk op het voorwiel te krijgen. Remmen is niet echt verstandig, maar ik heb nog te veel vaart en die moet er uit. Het blijkt een gouden recept. Het slingeren verdwijnt en met de hoogste hartslag van de dag zet ik de fiets aan de kant. Collega Hans stop naast me en samen controleren we de fiets. Niets aan de hand en bij Chalet Reynard kan de monteur ook niets vinden. Hij is het met de conclusie eens dat het fietstasje de boosdoener is geweest. Weer wat geleerd, al was het bijna een wel heel erg harde les geweest. Het is bijna alsof de Kale Berg mij even wilde waarschuwen dat ik hem te allen tijde met respect moet behandelen, altijd. Een mooie gedachte, want zijn het niet dit soort verhalen die de magische klank van de Mont Ventoux in leven houden?

Scroll Up

Pin It on Pinterest