Grootmeester

‘Ik wil schaken’, roept Tamas kort voor zijn officiële bedtijd. Ik mompel wat bedenkingen, maar die slaat Umai direct machteloos neer als ze roept dat ze wel een potje met haar broer wil spelen.

Ik schuif aan om ze te helpen met het opstellen van de stukken. Blijf nieuwsgierig hangen. Wat gaat er gebeuren? Ik bemoei me er zachtjes mee. Hier en daar advies, of een alternatief voor de zet die ze zojuist hebben gedaan.

Umai zit sterk in de rol van grote zus die kleine broer inwijdt in iets magisch. Een liefdevol uitgevoerde rol. Tamas geniet. Een uur geleden was hij nog gefrustreerd over van alles en nog wat. Nu niet meer, in tegendeel. Ook hij zit helemaal in dit spannende spel. De lach als hij een zet doet, toont hoe lekker hij zich voelt. Ik bemoei me steeds minder met het slagveld dat de grootmeesters met pretogen aanrichten op het bord.

Als Josse thuiskomt, spurt hij enthousiast naar ons toe. ‘Schaken’, roept hij lachend. Ja, de kinderen hebben tegenwoordig een fascinatie voor schaken. Waar ze het vandaan hebben, weet ik eigenlijk niet zo goed. Alhoewel, ook ik was ooit gefascineerd. Trots zat ik bij opa en oma achter een schaakbord het feit te proeven dat ik aan het schaken was. Verwonderd over de bewegingen die de schaakstukken mogen uitvoeren, de voor mij volledig onoverzichtelijke brei aan zetten die ik moet overwegen.

Ik meen me zelfs te kunnen herinneren dat het ook als een inwijding voelde. Schaken is tenslotte iets dat ‘grote mensen’ doen. En daar hoorde ik na dat eerste potje schaak dus een beetje bij. Zou dit laatste ook voor onze kinderen gelden? Ik weet het niet. Het is waarschijnlijk toch meer de magie van de stukken en het spel dat die kunnen spelen.

Scroll Up

Pin It on Pinterest