Het duurloopmisverstand – Klaas Lok

Hardloper Klaas Lok behaalde veel successen toen hij trainde volgens de methode van Herman Verheul. Hij ontwikkelde deze trainingsmethodiek verder tot de souplessemethode en schreef er het praktische boek ‘Het duurloopmisverstand’ over.

Klaas Lok heeft een missie en die bestaat eruit om het ‘duurloopmisverstand’ de wereld uit te helpen. In het gelijknamige boek heeft de oud-topatleet eigenlijk niet zo heel veel bladzijden nodig om uit te leggen waarom schema’s met veel duurlopen volgens hem niet optimaal zijn. De traditionele schema’s bestaan vaak uit twee keer per week een keiharde tempotraining en de rest voornamelijk duurtrainingen van verschillende lengtes. Deze schema’s zijn volgens Lok veel te belastend voor het merendeel der hardlopers. In lekentermen gesteld ben je als atleet jezelf met zo’n schema alleen maar aan het afbreken.

Lok voert hier ook voorbeelden aan van atleten die veelbelovend begonnen, harder en harder gingen trainen en uiteindelijk steeds minder snel liepen. Voorstanders van deze methode voeren de toptijden van kampioenen aan als bewijs van hun gelijk. Die kampioenen hebben het geluk dat ze sneller en beter herstellen dan de rest, waardoor ze niet kapotgaan aan de gangbare trainingsmethode, werpt Lok hier tegenin. Hij schuwt de confrontatie absoluut niet.

Natuurlijk heeft de traditionele hardloopwereld ook niet stilgezeten. Intervaltrainingen zijn een vast onderdeel geworden van veel trainingsschema’s. Toch zijn ook deze schema’s volgens Lok nog te veel gericht op duurlopen. En die hebben weer een ander nadeel: ze worden in een te laag tempo en te eenzijdig afgewerkt. Hardlopers verliezen daardoor hun souplesse en leren eigenlijk vooral om heel lang langzaam te lopen. Ja, ook op dit punt gaat Lok de strijd aan met de gevestigde orde.

Hoe moet het duurloopmisverstand dan wel weggeruimd worden? Met de Souplessemethode, die atleten volgens Lok verkrijgen door een trainingsschema dat vooral bestaat uit extensieve intervaltrainingen bevatten met tempo’s die duidelijk onder het wedstrijdtempo van de atleet liggen. Het grootste deel van de week wordt er getraind met intervallen van diverse lengtes, oplopend van 200 meter tot een kilometer. Dit zorgt ervoor dat atleten met souplesse leren lopen. Een wedstrijd hoort wat hem betreft nadrukkelijk bij het wekelijkse trainingsschema. En voor de marathonlopers hoort er natuurlijk ook een duurloop bij, maar met mate, anders verliezen ze hun souplesse.

Lok is de eerste om toe te geven dat hij geen literatuur heeft geschreven, maar een praktisch boek voor een zo breed mogelijk publiek heeft willen samenstellen. Het boek bevat een groot aantal schema’s voor diverse afstanden en niveaus. Ook hardlopers met beperkte ervaring kunnen met de schema’s aan de slag. Het boek bevat een tabel waarmee hardlopers op basis van hun 10-kilometertijd de optimale snelheden van diverse intervallen kunnen bepalen. De echte beginner heeft dus nog niet zo veel aan de schema’s in dit boek. Lok geeft dit ook ruiterlijk toe. Het boek is oorspronkelijk voor prestatie- en wedstrijdlopers geschreven en in de laatste editie op verzoek van lezers uitgebreid met informatie voor de minder ervaren hardlopers.

Wat de literatuur betreft: dat hoeft natuurlijk helemaal niet in zo’n boek. Wel is het jammer dat de mooie voorbeelden van atleten die vooruitgang boekten met de souplessemethode helemaal achterin staan, terwijl ze een twijfelende lezer in het begin juist het boek in zouden kunnen trekken. Nu moeten de meeste lezers de lange weg van schema’s en uitleg daarvan bewandelen om gaandeweg de voordelen van Lok’s methode te ontdekken. Een beetje gemeen zou je kunnen stellen dat dit iets te veel op een ouderwetse duurloop lijkt, maar daarmee zou ik ‘Het Duurloopmisverstand’ te kort doen.

actiefoto_cover_duurloopmisverstand

 

Meer info over Het Duurloopmisverstand

Scroll Up

Pin It on Pinterest