Hoe werkt color management

Het is waarschijnlijk iedereen overkomen die voor het eerst een afdruk wil maken van het favoriete, kleurrijke kiekje uit een digitale fotocamera: op standaardpapier rolt er een tegenvallend, flets resultaat uit de printer. Het resultaat op duur fotopapier is al een stuk beter, maar ook dit printje haalt nog steeds niet het briljante beeld dat het beeldscherm weergeeft. Er is op zich niet zoveel te doen tegen dit verschijnsel, maar met behulp van speciale technieken is het wel een stuk beter te voorspellen. De grafische industrie doet dit met behulp van color management.

Color Management is al jarenlang een hot item in de grafische industrie omdat drukkers er alles aan gelegen is de klanten een goed eindresultaat te leveren. Goed betekent in dit geval een druk met de kleuren die het origineel dat de klant voor ogen heeft, zo dicht mogelijk benaderen. Vanwege het belang van het onderwerp is color management als apart hoofdstuk en workshop opgenomen in het boek ‘DTP in de Praktijk’, dat wordt uitgegeven door Pearson Education. Het boek is voor ongeveer de helft geschreven door mij. Jan Ris heeft de andere helft voor zijn rekening genomen, Hans Frederiks speelde een belangrijke rol als leverancier van ideeën, kritische volger, eindredacteur, coördinator bij de opmaak en verdere productie.

De naam van Peter Kentie siert de omslag omdat hij de schrijver is van de eerste versie uit begin jaren negentig. Die versie sloeg destijds in als een bom: desktop publishing kwam toen pas net van de grond en er was tot op dat moment nog geen boek uitgekomen dat de vele aspecten daarvan op een rijtje had gezet. Het verhaal dat hierna volgt is een iets aangepaste versie van de workshop over color management die in de tweede versie van ‘DTP in de Praktijk’ staat. Het betreft een verhandeling met behulp van software die inmiddels verouderd is, maar als uitleg van het principe van color management is het verhaal nog steeds zeer geschikt!

Keten

Het grafische productietraject is een keten van invoer- en uitvoerapparatuur. Scanners, digitale camera’s, cd-rom’s met afbeeldingen, enzovoort nemen de invoer van digitale data op zich, terwijl monitoren, printers, proefsystemen, printsystemen en drukpersen de uitvoerende kant voor hun rekening nemen. Het doel van deze keten is het zo goed mogelijk reproduceren van de kleuren van een origineel. Alle apparaten die een rol spelen bij de productie ‘praten’ dus voortdurend met elkaar over kleur.

colorman01groot
Afbeelding 1

Het probleem hierbij is dat ze niet precies weten waarover ze praten. Dit leidt in het grafisch traject tot teleurstelling bij opdrachtgevers omdat de eindresultaten op de pers het origineel niet goed genoeg benaderen (zie afbeelding 1). Color management is een ‘tolk’ voor de apparaten die ervoor zorgt dat het eindresultaat beter kan worden voorspeld.

Kleurbereik

Alle apparaten hebben een bepaalde kleurbereik (gamut) en een manier om deze te omschrijven, de kleurruimte. Een manier om kleuren te omschrijven is in percentages van de primaire kleuren rood (R), groen (G) en blauw (B). Dit noemt men de RGB-kleurruimte.

colorman02groot
Afbeelding 2

Een aardig idee van de manier waarop dit werkt is te zien door in Photoshop 7 (OS X) onder Voorkeuren | Algemeen | Kleurenkiezer de optie ‘Apple’ te selecteren, vervolgens op het vierkante symbool voor de voorgrondkleur onderaan het gereedschapspalet te klikken, bovenin het venster ‘Kleuren’ dat daarna verschijnt op het symbool met de schuifbalken te klikken en vervolgens de optie ‘RGB-schuifbalken’ te selecteren. Stel rood in op 64 (25%), groen op 128 (50%) en blauw op 192 (75%). Dit levert een fraai ‘zomerlucht blauw’ op.

Kleurruimtes

Kleuren laten zich ook omschrijven in percentages van de secundaire kleuren cyaan (C), magenta (M), geel (Y), aangevuld met zwart (K). Dit zijn de kleuren waarmee drukkers hun kleuren opbouwen. Wanneer u wederom in Photoshop op het vierkante symbool voor de kleur op de voorgrond drukt en in het venster ‘Kleuren’ nu ‘CMYK-schuifbalken’ selecteert, ziet u dat dezelfde kleur ‘zomerlucht blauw’ is opgebouwd uit 74% cyaan, 50% magenta, 24% geel en 0% zwart.

colorman03groot
Afbeelding 3

Wanneer u 15% zwart toevoegt, ontstaat een ‘vervuilde’ variant van het blauw.

colorman04groot
Afbeelding 4

De RGB- en CMYK-kleurruimten zijn helaas ongeschikt als universele taal. Wat namelijk ontbreekt is informatie over hoe groot deze kleurruimten zijn, hoeveel kleuren erin passen. Digitale camera’s bijvoorbeeld leggen afbeeldingen vast in sRGB, een kleurruimte die kleiner is dan Adobe RGB, dat monitoren weer wél kunnen weergeven. Kort door de bocht komen de kleuren van de digitale camera daardoor iets ‘doffer’ over dan van hetgeen op een monitor mogelijk zou zijn. Beide kleurruimten drukken de kleuren uit in percentages rood, groen en blauw. De RGB-waarde 25% rood, 50% groen, 75% blauw levert daardoor in sRGB en Adobe RGB twee verschillende kleuren ‘zomerlucht blauw’ op. In de afbeeldingen hieronder is overdreven weergegeven hoe het ‘zomerlucht blauw’ in Adobe RGB veel helderder is dan in sRGB, terwijl ze beide dezelfde RGB-waarde hebben:

colorman05groot
Afbeelding 5
colorman06groot
Afbeelding 6
CIE-Lab

Apparaten hebben dus een echt universele kleurentaal nodig om goed te kunnen ‘praten’ met elkaar over kleur. De Commission Internationale de l’Eclairage (CIE) bedacht al in 1931 een methode om kleuren vast te leggen met behulp van numerieke waarden die waren gebaseerd op de manier waarop het menselijk oog reageert op kleuren. Aldus ontstond een driedimensionaal model, dat de individuele kleuren uit de kleurruimte beschreef met waarden op de X-, Y- en Z-as. Een voorbeeld van zo’n driedimensionaal model is HSV. Een kleur wordt in dit model omschreven door de tint (hue), de verzadiging (saturation) en de helderheid (value). De inkepingen in het model worden veroorzaakt door het feit dat het menselijk oog gevoeliger is voor sommige kleuren.

colorman07groot
Afbeelding 7

In de kleurenkiezer van Mac OS X is dit model ook een optie. Klik op het vierkante symbool in Photoshop voor de voorgrondkleur, vervolgens in het venster ‘Kleuren’ op de kleine gekleurde cirkel bovenin, en de kleurenkiezer geeft aan waar dit blauw zich in de HSV-cirkel bevindt en welke helderheid daar bij hoort. De helderheid kan worden aangepast met de verticale schuifregelaar rechts van de cirkel).

colorman08groot
Afbeelding 8

CIE gebruikt het Yxy-model, waar de zuivere kleuren binnen een hakvormig vlak liggen, op een manier die goed vergelijkbaar is met de cirkel uit het HSV-model. Dit geldt ook voor de helderheid van de kleuren, die op een eveneens met het HSV-model vergelijkbare manier wordt vastgelegd op de Y-as.

colorman09groot
Afbeelding 9

CIE bedacht in 1976 een verfijning in de vorm van het CIE-Lab model. ‘L’ definieert daarin de helderheid, terwijl de ‘a’ de verhouding vastlegt tussen rood en groen in een kleur en ‘b’ de verhouding tussen de gele en blauwe tinten van een kleur. Aldus ontstaat een bol waarin alle kleuren met dezelfde helderheid in een cirkelvormig vlak liggen en de helderheid in verticale richting varieert . In zijn algemeenheid lijkt CIE-Lab op het HSV-model.

colorman10groot
Afbeelding 10
Gamut

CIE-Lab is dus een kleurentaal die alle apparaten begrijpen. Nu moeten we nog weten hoe groot het kleurbereik (gamut) van een specifiek apparaat op een bepaald moment is. Met andere woorden, hoeveel verschillende kleuren het apparaat op een bepaald moment kan weergeven.

colorman11groot
Afbeelding 11

Het kennen van de huidige staat waarin de machine verkeert, wordt karakteriseren genoemd. Het principe hiervan is eenvoudig: vergelijk de gemeten invoer- of uitvoerwaarden van een aantal kleuren met de waarden die het idealiter zouden moeten zijn (de referentiewaarden), doe op basis hiervan een uitspraak over de staat waarin het apparaat nu verkeert en leg dit vast in een profiel. Een praktijkvoorbeeld met de monitor komt zo meteen aan bod.

CMM

Hoe essentieel het ook is om het gamut van alle apparaten uit de grafische workflow te kennen, minstens zo belangrijk is een manier om de kleurruimte van een apparaat te vertalen naar de kleurruimte van het uiteindelijke uitvoerapparaat. Hiervoor is de Color Matching Module (CMM) ontwikkeld, die de profielen zodanig aan elkaar koppelt dat het eindresultaat op de pers zo goed mogelijk wordt voorspeld. De CMM zou bijvoorbeeld kunnen constateren dat een bepaalde kleur groen die een scanner heeft herkend, niet door een vierkleuren offsetpers met ongestreken papier kan worden gereproduceerd. Deze kleur groen moet nu binnen het gamut van de drukpers worden gebracht zonder dat dit opvalt. In de Engelse vakliteratuur heet dit proces gamut mapping, waarvan vier methoden bestaan. De eerste verplaatst kleuren op basis van de manier waarop het menselijk oog ze waarneemt (perceptual mapping). Bijna alle kleuren worden daarbij verplaatst, maar hun onderlinge relaties blijven intact. Het algemene kleurbeeld blijft hiermee goed intact.

colorman12groot
Afbeelding 12

De absoluut colorimetrische methode verplaatst kleuren die niet in het doelgamut passen naar de rand van het uitvoergamut.

colorman13groot
Afbeelding 13

De relatieve variant hiervan verplaatst kleuren buiten de rand van het doelgamut binnen de grenzen met behoud van de helderheid en de tint van de kleur.

colorman14groot
Afbeelding 14

De laatste methode werkt op basis van de kleurverzadiging (saturation mapping). Alle kleuren worden binnenin het doelgamut geplaatst op de plek met de helderst mogelijke kleurverzadiging. De algehele kleurverzadiging blijft hiermee onveranderd, maar de helderheid kan groter of kleiner worden.

colorman15groot
Afbeelding 15
Kalibreren

De monitor is een heel belangrijk onderdeel van de hedendaagse DTP-workflow. Hier volgen de stappen die u moet nemen om onder Mac OS uw monitor softwarematig te kalibreren en er een profiel van te maken. Het kan ook hardwarematig, waarbij een apparaat de taak van uw oog overneemt. Deze methode is een meer betrouwbaar, maar ook veel duurder, omdat de apparaten waarmee dit kan worden gedaan erg veel geld kosten. Goed, over tot de menselijke methode: de ‘Monitor Calibration Assistant’ (Mac OS 9.x) en ‘Display Calibrator’ (Mac OS X) start u op via respectievelijk het regelpaneel ‘Monitoren’ en de systeemvoorkeur ‘Beeldschermen’. Selecteer in de lange lijst die Apple in het venster presenteert uw algemene monitortype en druk op ‘Kalibreer’. Vink in het openingsscherm de optie ‘Geavanceerd’ in, want hiermee krijgt u meer controle over de instellingen.

colorman17groot
Afbeelding 17

De eerste echte stap bestaat eruit de monitor op maximaal contrast te zetten en de helderheid zo in te stellen dat een grijze ellips net niet wegvalt in de zwarte achtergrond.

colorman18groot
Afbeelding 18

De volgende stap legt het huidige gamut van de monitor vast doordat u voor rood, groen en blauw de logo’s zo veel mogelijk in de achtergrond te laten opgaan.

colorman19groot
Afbeelding 19

Kies in het daarop volgende scherm voor een doelgamut van 1,8. Dit is de standaard voor de Macintosh.

colorman20groot
Afbeelding 20

Selecteer nu uw type monitor. Indien deze er niet bij zit, kunt u een algemene omschrijving kiezen zoals ‘Mac kleurenbeeldscherm’.

colorman21groot
Afbeelding 21

Een goed witpunt in het volgende venster is 6500 graden Kelvin. Dit is weliswaar een behoorlijk gelig beeld, maar omdat deze waarde in combinatie met het gamut van 1,8 het dichtst in de buurt komt van gedrukt materiaal is dit toch een goede waarde.

colorman22groot
Afbeelding 22

U geeft in het laatste venster een naam aan het profiel dat u zojuist gemaakt hebt, waarna de software dit automatisch op de juiste plek bewaart en het profiel ook actief maakt.

colorman23groot
Afbeelding 23
Profiel

Er is nu vastgesteld wat de huidige kleurruimte is van de monitor, welke kleuren de monitor kan weergeven. De staat waarin de monitor op dat moment verkeert, is vervolgens vastgelegd in een profiel. Ook belangrijk is om te weten waartoe het apparaat dat het beeld moet reproduceren in staat is. Een profiel maken van een drukpers of printer bijvoorbeeld start met het drukken of printen van een zogenoemd IT8 7/3 target met een groot aantal gekleurde vlakjes.

colorman24groot
Afbeelding 24

Er zitten secties voor de densiteiten, verzadigde kleuren zonder zwart, verzadigde kleuren met 20% zwart en de schaduwpartijen; en vlakjes voor 100% CMYK; vlakjes die de puntverbreding controleren; en neutraal grijze vlakjes die de grijsbalans checken. Kortom, een doorsnee wat hetgeen de pers of printer aan keuren kan drukken of afdrukken. Ook hier worden daarna alle vlakjes van het gedrukte of geprinte target opgemeten, vergelijkt software de meetwaarden met de referentiewaarden en stelt op basis hiervan een ICC-profiel samen.

ColorSync

Er zijn nu profielen gemaakt van beeldscherm en drukpers of printer, maar op zich hebt u daar niet veel aan. De informatie over beeldscherm en drukpers in de profielen en de manier waarop de kleuren van de ene kleurruimte in de andere moeten worden omgezet (gamut mapping), moet met elkaar worden uitgewisseld. Het wordt daarom tijd om de profielen aan elkaar te koppelen met ColorSync, de ‘Haarlemmer olie’ van het color management vanuit Mac OS X.

colorman25groot
Afbeelding 25

Start ColorSync op en selecteer het tabblad ‘Profielen’. Selecteer bij ‘Invoerapparaat’ een specifiek profiel voor het invoerapparaat als u hierover beschikt. Gebruik anders een algemeen profiel zoals Adobe RGB. Selecteer bij ‘Beeldscherm’ het profiel dat u zojuist hebt gemaakt van uw monitor, en anders een algemeen profiel dat het dichtst in de buurt komt van uw monitor, Apple 15” LCD bijvoorbeeld. Stel bij ‘Uitvoer’ ‘Euroscale Coated v2’ in, tenzij u een betrouwbaar profiel hebt van de pers, bijvoorbeeld het profiel op basis van het afdrukken en doormeten van het IT87/3 target. Hetzelfde geldt bij de optie ‘Proefversie’: gebruik hier alleen een specifiek printerprofiel als u hierover beschikt. Het tabblad ‘Documentprofielen’ laat u met rust. Hierin legt u vast wat ColorSync moet doen met documenten die geen profiel bevatten. Dit legt u later vast in Photoshop. Het tabblad ‘CMM’s’ staat standaard ingesteld op ‘Automatisch’. Laat dat zo.

colorman26groot
Afbeelding 26
Photoshop

Na het instellen van color management op systeemniveau, gaan we verder met de instellingen in de belangrijke grafische programma’s; te beginnen met Photoshop 7. Kies in dit programma in het menu ‘Photoshop’ voor de optie ‘Color Settings’. U zet in het venster de optie ‘Geavanceerde modus’ aan en kiest uit de lijst daarboven voor de optie ‘Standaard instellingen drukwerk voorbereiding Europa’.

colorman27groot
Afbeelding 27

Photoshop geeft nu automatisch de instellingen weer die voor het merendeel der Europese grafische bedrijven voldoen. U mag bijna alles ongemoeid laten, behalve het doel (‘Intent’), waar de perceptuele methode (‘Perceptive’) moet worden gekozen, tenzij u werkt met huisstijlkleuren. Gebruik in dat geval de relatief colorimetrische methode (‘Relative Colorimetric’).

QuarkXPress

In QuarkXPress 4 bereikt u het venster met de instellingen voor color management via Edit | Preferences | Color Management. Schakel allereerst kleurbeheer in door de optie ‘Color Management Active’ aan te vinken. Het veld ‘Bestemmingsprofielen’ (Destination Profiles) hier meteen onder is het belangrijkst. Kies de profielen zoals weergegeven in de afbeelding.

colorman28groot
Afbeelding 28

Het veld ‘Standaard bron profielen’ (Default Source Profiles) daaronder is belangrijk omdat u hierin vastlegt hoe Quark omgaat met bestanden zonder ingesloten profiel. Hier gebruikt u dezelfde profielen als in Photoshop, dus Adobe, Euroscale Coated v2 voor CMYK en 15% puntverbreding voor steunkleuren. Als u wilt dat QuarkXPress de beeldschermweergave van afbeeldingen corrigeert voor de pers, kiest u in het veld ‘Weergavecorrectie’ (Display Correction) voor de optie ‘Kleurruimte kleurscheidingsprinter’ (Separation Printer Color Space) van RGB en CMYK (CMGZ).

InDesign

U bereikt de instellingen in het opmaakprogramma InDesign 2.0 via File | Color Settings. Er verschijnt een venster dat sterk doet denken aan het venster van Photoshop 7. Dat is mooi, want u weet inmiddels welke instellingen u moest kiezen en waarom. De instellingen in InDesign wijken hiervan niet af.

colorman29groot
Afbeelding 29

Zet color management dus aan, selecteer vervolgens de optie ‘Standaard instellingen drukwerk voorbereiding Europa’ en pas hetzelfde aan als in Photoshop7.

Workshop color management uit ‘DTP in de Praktijk’

Scroll Up

Pin It on Pinterest