Hoe werkt polaroid

Is het u wel eens opgevallen dat de kinderen van tegenwoordig direct vragen ‘mag ik ‘m zien’ of iets van dien aard wanneer iemand een foto van ze heeft genomen? Digitale camera’s kunnen een foto ook meteen tonen en met de opkomst van dit type camera werd het langzaam maar zeker heel normaal dat een foto een seconde later al te zien is.

Kinderen weten tegenwoordig niet beter, maar voor hun ouders is de digitale camera stiekem best wel een wondertje. En toch is de kans vrij groot dat ze al in de vorige eeuw een vergelijkbaar effect hebben gezien toen iemand een foto nam met een polaroidcamera. Ook hier leek sprake van een wondertje: een paar minuten na het nemen van een foto had de fotograaf een printje in zijn handen. Het wonder zit hem echter niet zo zeer in het proces, want dat is feitelijk ‘ordinaire’ chemie, maar de manier waarop deze chemicaliën aan het werk zijn gezet.

Edwin Land

De Amerikaanse natuurkundige Edwin Land gaf in 1938 zijn droom van een film die zichzelf ontwikkelt gestalte door een eigen bedrijf op te richten. Polaroid deponeerde een aantal patenten en slaagde er in 1947 in om een werkend prototype te demonstreren in New York. Een jaar later was de allereerste Polaroid camera te koop, waarmee de ‘instant camera’ dus alweer zestig jaar op de markt is! Het eerste model bevatte een instant zwart-wit film. De camera maakte gebruik van twee fysiek van elkaar gescheiden films. De negatieve film bevat een drager met daarop een lichtgevoelige laag waarin microscopisch kleine korreltjes zilverhalogenide zitten. Deze film wordt in de camera belicht, waarbij sommige zilverhalogenide korrels wel met licht (fotonen) in aanraking zijn gekomen en andere niet.

Ontwikkelvloeistof

De tweede stap bestaat eruit dat het positieve vel zeer nauwkeurig gepositioneerd onder het negatieve wordt geschoven. De twee vellen worden door een set rollers geperst die vergelijkbaar is met een ouderwetse waswringer. De druk waarmee dit gebeurt zorgt ervoor dat een reservoir met ontwikkelvloeistof vrijkomt, die als een dunne film tussen de twee fotografische vellen gaat zitten. De ontwikkelaar gaat een reactie aan met alle zilverhalogenide korrels. De korrels die met licht in aanraking zijn gekomen, ontwikkelen zich en blijven in de negatieve film achter. De onbelichte korrels lossen op in de ontwikkelaar en worden met behulp van diffusie overgebracht naar de positieve film.

polaroid_01
Afbeelding 1
Zilver

Het negatieve beeld dat latent aanwezig is door het al dan niet belichten van korrels, is hiermee omgezet in een positief beeld. Hiermee is het proces echter nog niet beëindigd, want het beeld in de positieve film is nog te zwak. Daarom bevat de positieve film chemicaliën die het zilverhalogenide van de korrels omzetten in puur zilver, wat een veel duidelijker beeld oplevert. Dit hele proces duurt ongeveer een minuut, waarna de twee vellen van elkaar worden getrokken. De negatieve film is zo samengesteld dat de meeste ontwikkelvloeistof erin wordt opgenomen, terwijl de positieve film zo gemaakt is dat de ontwikkelvloeistof er geen verbinding mee kan aangaan.

Complementaire kleur

Een zichzelf ontwikkelende kleurenfilm zit iets ingewikkelder in elkaar. In eerste instantie waren de negatieve en positieve films fysiek van elkaar gescheiden en werd de foto buiten de camera ontwikkeld. Vanaf 1972 kwam de geïntegreerde kleurenfilm op de markt, een film waar de negatieve film, positieve film en ontwikkelaar in één pakket zitten. Aangezien de basisprincipes hetzelfde zijn, wordt hier het ontwikkelen in een geïntegreerde kleurenfilm besproken. Het negatieve deel van deze film bestaat uit negen verschillende lagen. Helemaal onderaan een laag die de film stevigheid moet geven, de boel bij elkaar houdt zeg maar. Daar bovenop liggen drie secties van een laag met zilverhalogenide korrels erin die gevoelig zijn voor één bepaalde primaire kleur licht. Direct onder deze drie kleurgevoelige lagen ligt een laag die kan worden omgezet in kleurstof in de complementaire kleur van de primaire kleur daarboven. De drie kleurensecties zijn van elkaar gescheiden door een tussenlaagje.

Kleurstof

Het negatieve deel van de film bestaat achtereenvolgens uit een laag met zilverhalogenide korrels die gevoelig zijn voor blauw licht, daar direct onder een laag die kleurstof in de complementaire kleur van blauw (geel) kan aanmaken, een tussenlaag, een laag met zilverhalogenide korrels die gevoelig zijn voor groen licht, daar direct onder een laag die kleurstof in de complementaire kleur van groen (magenta) kan aanmaken, een tussenlaag, een laag met zilverhalogenide korrels die gevoelig zijn voor rood licht, daar direct onder een laag die kleurstof in de complementaire kleur van rood (cyaan) kan aanmaken, en tot slot de basislaag die de film draagt. Bovenop al deze lagen ligt de positieve laag die het beeld ontvangt; een laag met chemicaliën die de belichting van de film stopzet gedurende het ontwikkelen, het ontwikkelen op tijd stilzet en ervoor zorgt dat de laag met fixeer daarna zijn werk doet; en tot slot een bovenste, lichtdoorlatende beschermlaag.

Kleurenontwikkeling

Als er puur blauw licht op het negatieve deel van de film valt, worden alleen de zilverhalogenide korrels met een gevoeligheid voor blauw licht belicht. Deze belichte korrels blokkeren de moleculen die gele kleurstof kunnen vormen in de laag daar direct onder. Wanneer de negatieve film in aanraking komt met een ontwikkelvloeistof, kunnen op de plek waar de blauwe zilverhalogenide korrels werden belicht alleen de kleurstoffen onder de gele laag tot ontwikkeling komen. De magenta en cyaan vormende moleculen van deze twee lagen worden door middel van diffusie naar de positieve, ontvangende laag gebracht en vormen daar tezamen de kleur blauw. Honderd procent groen licht dat op het negatieve deel van de film valt, passeert de blauwe laag zonder een reactie aan te gaan, maar belicht de korrels in de daarop volgende laag met korrels die gevoelig zijn voor groen licht wel. Dit zorgt ervoor dat de moleculen in de laag daaronder geen magenta kleurstof kunnen aanmaken. Dit betekent dat alleen de gele en cyaan kleurstoffen tijdens het ontwikkelen aangemaakt kunnen worden, door middel van diffusie op de positieve film terecht komen en daar tezamen groen vormen. Honderd procent rood licht passeert de korrels in de blauwe en groene lichtgevoelige laag, maar belicht de zilverhalogenide korrels in de rode laag en blokkeert daarmee de moleculen die cyaan kunnen vormen in de laag daaronder. Tijdens het ontwikkelen worden in dat geval alleen magenta en geel gevormd en die twee complementaire kleuren vormen in het positieve deel van de film de kleur rood.

polaroid_02
Afbeelding 2
Wit licht

Voor licht dat uit meerdere kleuren is samengesteld, geldt hetzelfde principe, alleen worden daar niet één maar twee of meer lagen geblokkeerd. Geel licht is bijvoorbeeld opgebouwd uit groen en rood licht. Als er geel licht op het negatieve gedeelte van de film valt, reageert dit licht dus met de lichtgevoelige korrels in de groene en rode laag. De complementaire kleuren magenta en cyaan worden daarmee geblokkeerd en tijdens het ontwikkelen van de film kunnen dus alleen de gele kleurstofmoleculen op de positieve laag terechtkomen. Op die plekken waar helemaal geen licht valt, wordt geen van de drie primaire kleuren belicht. Alle drie de complementaire kleuren kunnen dan dus tot ontwikkeling komen en op het positieve deel van de film terechtkomen, waar ze tezamen de kleur zwart maken. Wit licht is opgebouwd uit rood, groen en blauw licht. Op de plekken waar puur wit licht valt, worden de zilverhalogenide korrels in de lagen blauw, groen en rood belicht en worden alle complementaire kleuren dus geblokkeerd. Op die plekken komen tijdens het ontwikkelen dus helemaal geen kleuren tot ontwikkeling, waarmee de positieve laag daar dus wit blijft.

Kunstenaars

De fotogevoelige lagen van bepaalde types film die worden gebruikt voor polaroidcamera’s zijn gebaseerd op gelatine. Deze eigenschap, in combinatie met heit feit dat de toplaag van deze films waterdamp slechts mondjesmaat doorlaat, maakt dat een ontwikkelde film lang zacht blijft. Dit heeft kunstenaars geïnspireerd tot het nabewerken van polaroidfilms door op bepaalde plekken van de film te wrijven. Dit beïnvloed het ontwikkelingsproces, waardoor effecten ontstaan die doen denken aan sommige filters voor beeldmanipulatie in programma’s als Photoshop. Maar het resultaat van die filters is honderd procent voorspelbaar en het wrijven van een polaroidfilm zeker niet. In de ogen van veel kunstenaars is dat precies het verschil tussen vakmanschap en ware kunst. En precies daarom zijn veel kunstenaars teleurgesteld dat Polaroid de productie van de polaroidfilms heeft gestaakt.

Scroll Up

Pin It on Pinterest