Hoogstestage

Lac des Corbeaux ligt normaal al goed verscholen tussen steile heuvels. Als de stratenmakers van La Bresse dan ook nog eens twee toegangswegen blokkeren met onverbiddelijke hekwerken, natuurlijk op typisch Franse wijze vergeten zijn de omweg ook maar enigszins opvallend aan te geven, zorgt de speurtocht naar het meer voor het gevoel middenin de rimboe te zijn beland. Valt wel mee overigens, één afdaling en je bent weer in La Bresse. Maar dat gaan we pas aan het eind van de dag ontdekken.

Het is de eerste serieuze klimtocht deze vakantie. De mannen blijken het prachtig te vinden. Klagen niet als het vanaf de oever van het meer direct steil omhoog de beboste heuvels in gaat. In tegendeel, druk kletsend en fantaserend stappen ze omhoog. Gevaar zien ze niet, dat laten we aan Lidia over. Die moet zoals altijd erg wennen aan de grote hoogteverschillen. De wetenschap dat dit na een paar wandelingen over zal zijn, helpt vandaag helaas weinig. Gelukkig kan ze er zelf ook om lachen, zelfs als ze er op smalle, steile stukken eigenlijk helemaal niet om kan lachen.

De wandeling voert ons langs keienvelden, diepe afgronden, omgevallen bomen, vage stroompjes en hier en daar een doorkijkje op het meer onder ons, dat dieper en dieper wegzinkt. We willen eigenlijk wel meer uitzicht op het meer. Er is maar één punt dat onze wens kan vervullen, en wat voor een invulling! La Roche du Lac. De naam zegt het al: een groot stuk rots dat als een balkon over het meer lijkt te hangen. Lida blijft op veilige afstand van de rand en ziet de kinderen nonchalant tegen de slappe, ijzeren kabels hangen die ervoor moeten zorgen dat ze niet te pletter vallen. Ik ben er ook niet helemaal gerust op, maar dat blijkt ongegrond. De kinderen zijn net als ik onder de indruk van de grote hoogte waarop we lijken te zweven.

Het vervolg gaat in het begin langs een smal pad met diepe afgrond, maar ontmoet al snel een breed bospad. Loopt ontspannen, maar is eigenlijk ook wel een beetje saai na al die klimavonturen. Als we weer beneden zijn, blijkt de zon te zijn doorgebroken en ligt het meer er opeens wel erg verleidelijk bij. Hier hadden we niet op gerekend. We laten ons echter niet stoppen door een gebrek aan zwemkleding. De mannen gaan in blote kont het water in en de rest volgt in ondergoed.

Het water is heerlijk. Fris, maar niet te koud. Umai en ik blijven er het langst in. Als ik haar vertel dat we nu op 800 meter hoogte aan het zwemmen zijn, zie ik in haar ogen een beetje twijfel en een meerderheid aan trotse verwondering. Ergens in het gesprek hierover, ontstaat een droogtraining balletje overgooien. Umai schakelt over op om en om watertrappelen, neemt de werppositie in en gooit de virtuele bal keurig netjes mijn richting in. Ik lig inmiddels ook stabiel in het water, schat de snelheid van de onzichtbare bal in, vang hem op in mijn enigszins gebogen hand, beweeg mijn arm met de bal mee naar achteren en geef de bal vervolgens een zwieper naar voren. Umai herhaalt mijn handelingen. Lachend werken we deze hoogtestage af. Umai weet de virtuele bal zelfs en keer te missen, werpt zichzelf naar achteren, pakt de bal, draait zich weer om en gooit de bal grinnikend mijn richting in. Tijdloos tafereel. Hoe zouden de mensen op de oever ernaar hebben gekeken?

Scroll Up

Pin It on Pinterest