Hout is autobrandstof van de toekomst

In een wereld waar hongersnood allesbehalve tot het verleden behoort, is het bijna obsceen om voedselbronnen als maïs, koolzaad en suikerriet te gebruiken als brandstof voor de automobielindustrie. Wetenschappers en particuliere bedrijven zijn daarom bezig een methode te ontwikkelen die gebaseerd is op houtvezels.

Het is een bijna iconisch beeld van de Tweede Wereldoorlog: een zwart-wit foto van een auto met achterop een enorme tank met flinke schoorsteen. Dat bleek om een houtgasinstallatie te gaan. De werking ervan is bijzonder eenvoudig: stop hout in een luchtdicht afgesloten tank en verhit het geheel flink. Als je ervoor zorgt dat er geen zuurstof bij komt, ontstaat uit het hout het brandbare houtgas, een prima bandstof voor automotoren. Het hout verast daarbij niet, maar wordt omgezet in houtskool. En zo kwam menig ‘Jan Splinter door de Oorlogswinter’.

Dat hout als brandstof voor auto’s kan dienen, is dus absoluut niets nieuws onder de zon. Wel actueel zijn zaken als enorm gestegen aardolieprijzen en toenemende zorg over het milieu. Er wordt hard gewerkt aan oplossingen: dieselolie laat zich eenvoudig vervangen door olie op basis van allerlei natuurlijke producten als koolzaadolie, maïsolie en andere oliën die we ook in een koekenpan of salade zouden kunnen terugvinden. Plastics kunnen gemaakt worden met basisproducten die zijn gemaakt van suikerriet en auto’s rijden prima op ethanol die gewonnen is diezelfde plant, maar ook deze natuurlijke grondstof zien de meeste mensen toch liever in hun eigen mond verdwijnen.

Het is hierom dat wetenschappers in nauwe samenwerking met particuliere ondernemingen druk bezig zijn methoden te ontwikkelen om brandstof te winnen uit grondstoffen die wij niet kunnen eten. Hout, cellulose om precies te zijn, is hiervoor een veelbelovende kandidaat. Er bestaan diverse manieren om ethanol te verkrijgen uit cellulose, waaronder vergassing en een methode waarbij in diverse stappen die gebruikmaken van enzymen en gisten uiteindelijk ethanol wordt gewonnen. Beide methoden hebben gemeen dat ze vrij kostbaar en bovendien ook gecompliceerd zijn.

Het Amerikaanse bedrijf Mascoma is daarom een andere weg ingeslagen. Het gebruikt bacteriën en andere micro-organismen voor de productie van ethanol uit hout. Het bedrijf is constant over de hele wereld op zoek naar micro-organismen die in de natuur al doen wat nodig is, namelijk het omzetten van de cellulose in houtsoorten in brandstoffen. Biochemici helpen de sterkste kandidaten een handje door ze genetisch te manipuleren, een methode die ook wordt gebruikt om bacteriën van suiker grondstoffen voor plastics te laten maken. Mascoma heeft in de stad Rome in de staat New York een testfabriek ingericht die in staat is gebleken om uit 20 ton aan houtsnippers of ander materiaal dat cellulose bevat, tussen de 4 en 20 miljoen liter ethanol te winnen.

De fabriek in Rome is natuurlijk nog geen installatie die in massale hoeveelheden ethanol kan produceren, zo is ook Mascoma de eerste om toe te geven. Toch is het bedrijf erg optimistisch. De technici weten hoe ze de genetische manipulatie van de micro-organismen moeten aanpakken om de productie te kunnen opvoeren. Mascona denkt daarom dat al in 2011 op grote schaal ethanol uit cellulose kan worden gewonnen. Het grootste obstakel is volgens het bedrijf de distributie in de Verenigde Staten. Er zijn op dit moment ongeveer 1800 tankstations waar automobilisten ethanol kunnen tanken, nog geen procent van het totaal aantal benzinestations. Als er echter vanaf nu een grootschalig distributienetwerk wordt opgezet, kan ethanol al in 2015 een rol van betekenis spelen, aldus Mascona. Wie dat gaat betalen, vermeldt de optimistische ethanolwinner echter niet…

Scroll Up

Pin It on Pinterest