Bergop in Nederland

Afgelopen week bracht de post een heerlijk boekje: ‘Bergop in Nederland, de 50 leukste beklimmingen in kaart’ van Jos Berkers en Jennemieke Snijders. Deze twee wielerfanaten hebben voor zover ze zelf weten iedere verheffing in ons land die de naam ‘beklimming’ mag dragen met de fiets overwonnen en de vijftig die hen het meest zijn bijgebleven letterlijk en figuurlijk in kaart gebracht.

Gewapend met hoogtemeter, aantekeningenblok, fototoestel en uiteraard een paar racefietsen, bedwong het stel menige helling in Nederland en beoordeelde ze allemaal op stijgingspercentage, lengte, schoonheid en sportief vermaak.

De vijftig steilste, langste, mooiste en leukste omschrijven Jos en Jennemieke in dit in eigen beheer uitgegeven juweeltje. De omschrijving bestaat uit een korte tekst naast een foto van een kenmerkend stuk uit de beklimming, daaronder een hoogteprofiel en op de pagina daarnaast een topografische kaart met de route van de klim en daar weer onder de belangrijkste kenmerken van de klim: de positie in de Top 50 op basis van steilte, lengte en hoogteverschil, gevolgd door achtereenvolgens de lengte van de klim, het te overbruggen hoogteverschil, het hoogste punt, het gemiddelde stijgingspercentage en het maximum stijgingspercentage.

En dat is het dan: verwacht geen poëtische beschrijvingen van beklimmingen, geen uitvoerige beschouwingen over de zwaarte van een klim of toeristische prietpraat, want dat staat allemaal niet in dit boekje. Het is gemaakt voor mensen die leuke klimmen willen maken en eenmaal afgereisd naar de Utrechtste Heuvelrug, Arnhem of Limburg die heuvels dan ook daadwerkelijk kunnen vinden. Het is namelijk behoorlijk frustrerend als je een paar uur in de auto hebt gezeten om de bekende heuvels te veroveren op de fiets en je er vervolgens steeds net langs rijdt. Waar begon die Keutenberg ook alweer? Gulpen? Schin op Geul? Valkenburg? Nee, dat was die andere bekende berg, toch????

Het boekje is overigens niet alleen leuk voor wielrenners die regelmatig de weg kwijt zijn, ook voor renners met ingebouwd kompas voor hellingen is het de moeite waard. Ik heb in mijn verbrokkelde wielercarrière heel wat van die vijftig hellingen overwonnen, maar niet allemaal, blijkt nu. Dat is dan mooi, want dan heb ik op weg naar de Mont Ventoux weer een trainingsdoel: het afwerken van de hellingen waar mijn benen nog nooit energie hebben hoeven leveren om boven te komen, om het eenvoudige feit dat ik er nog nooit overheen ben gegaan.

Het boek is voor mij ook een enorme verzameling herinneringen, waar ik op dit moment niemand mee zal lastigvallen. Nou vooruit, eentje dan. De allereerste klim die wordt beschreven is namelijk de ‘berg’ die ik hoogstwaarschijnlijk het meest van allemaal heb bedwongen: het Kopje van Bloemendaal. Al vrij snel nadat ik begin jaren negentig in Haarlem was komen wonen, werd ik door een collega ‘ingewijd’ in het best bewaarde geheim van Bloemendaal, althans voor mij. Op weg er naartoe was ik nieuwsgierig maar toch ook tot op het laatste moment sceptisch: een berg in Noord-Holland, dat kan toch niets worden?

Het Kopje weet zich behoorlijk goed te verstoppen. Zelfs als ik de hockeyvelden van de beroemde club Bloemendaal al aan de linker kant passeer, zie ik de start van de klim niet aankomen. Helemaal links in de hoek zie ik de klim dan toch. Als ik na een paar honderd meter stijgen de weg plots een forse knik naar links maakt, is mijn scepsis verdwenen. In die bocht liggen namelijk klinkers en de bocht wordt afgebakend door een stenen muurtje. Dit roept sferen op van echte heuvels, een gevoel dat wordt versterkt als de weg zich voortzet over een door schaduw overwonnen bosweg. Even flink aanzetten en ik bereik het uitzichtpunt met pannenkoekenhuis; beide een stop waard, maar dat weet ik op dat moment nog niet, dus ik fiets gewoon door. Nog een paar kleine klimmetjes door de luxe villawijk op het hoogste punt van Bloemendaal en dan volgt de zoevende asfaltweg naar beneden, Overveen in. Helemaal goed: nog een keer, en nog een keer, en….

Zover is het eerlijk gezegd nooit gekomen. Zo dicht bij een leuk klimmetje heb ik echter nog nooit gewoond, dus werd Het Kopje regelmatig aangedaan, zelfs toen ik inmiddels naar Amsterdam was verhuisd. En nu ik Het Kopje van Bloemendaal in dit boekje ben tegengekomen en vooral de aangename verrassing van die scherpe, sfeerbepalende bocht naar links sterk naar boven komt, weet ik vrij zeker dat het diezelfde bocht is geweest die voor de schrijvers de doorslag heeft gegeven. Het Kopje moest er gewoon in, en niet alleen omdat het ‘toevallig’ de enige echte klim van Noord- en Zuid-Holland is. Daarmee zouden ze deze ‘klassieker’ tekort hebben gedaan!

Bergop in Nederland
Scroll Up

Pin It on Pinterest