Leren fietsen

Vandaag in een uur tijd een jaar ouder geworden. En het begon allemaal zo mooi…

De jongens hebben gisteren zowaar gefietst en ze vinden het nog leuk ook. Nicht Kimberly heeft ze zover weten te krijgen. Fietsen blijkt een makkie. Natuurlijk, Josse en Tamas zijn al zeven jaar. Sterk genoeg dus en over hun coördinatie maak ik me ook geen zorgen sinds ik ze de meest enge capriolen zie uithalen op de trampoline. Fietsen? Mag geen probleem zijn. Maar ja, dan moet je ze wel zo gek krijgen om het te proberen. Is ons niet gelukt. En geloof me, we hebben het geprobeerd…

Trots kwamen ze gisteren thuis. Vanochtend stel ik aan het ontbijt daarom voor hun fietsen te pakken omdat ik ze met eigen ogen wil zien fietsen. Ze reageren enthousiast. Eigenlijk willen nog in hun pyjama’s al op de fiets springen. Dat belooft wat.

Josse vertrekt als eerste. Al na een paar meter glijdt zijn linker voet van de trapper. Logisch, het zadel staat veel te laag en hij zit opgevouwen op de fiets. Ik had al geprobeerd hem hierop voor te bereiden, maar ik ben waarschijnlijk niet tot hem doorgedrongen. Zijn korte lontje knispert al aardig, maar hij probeert het zowaar nog een keer. Daar blijft het bij. Als zijn voet er voor de tweede keer vanaf schiet en hij daardoor valt, explodeert Josse. Ik probeer kalm en begripvol uit te leggen wat er aan de hand is en wat ik eraan ga doen, maar dat hoort ie niet. Natuurlijk niet. Snap ik ook wel, want die begripvolle aanpak is een flinterdun laagje dat een door machteloosheid gevoede woede in bedwang tracht te houden.

Josse is er klaar mee, maar ik nog niet. Ik weet niet waar ik het vandaan haal, maar ik ga rustig aan de slag met steeksleutels. Tamas mag het nu proberen met een iets verhoogd zadel. In de steeg blijkt het niet genoeg: ook zijn voet schiet er regelmatig af. Het oefenterrein blijkt bovendien aan de smalle kant. Hij belandt in een heg. Tamas heeft geen lontje, die explodeert direct als een kernbom. ‘Die stomme fiets stuurt steeds naar rechts’, schreeuwt hij me toe. ‘Ja, en als die fiets naar rechts stuurt, dan stuur jij naar links. Daar is een stuur namelijk voor bedoeld’, antwoord ik geïrriteerd. Ik dring wederom niet door. Tamas slingert een serie verwensingen naar de fiets, want die heeft het natuurlijk gedaan. Ik onderdruk de neiging om hem met fiets en al die heg in te smijten. Nee, dat doe je als liefhebbende vader natuurlijk niet, je herpakt jezelf. Terug naar de gereedschapskist.

Als het zadel van de eerste fiets op de goede hoogte staat, mag Josse het weer proberen. Op straat dit keer. Alle ruimte. Die blijkt hij helemaal niet nodig te hebben. Rustig legt hij de voeten op de pedalen, rustig zit hij op de fiets en rustig trapt hij. Iets te rustig soms, maar verder rijdt hij alsof ie nooit anders heeft gedaan. Mooi om te zien. Tamas mompelt even later nog iets over ‘hard vallen op deze straat’, maar ook hij fietst best lekker weg. Na een keer op en neer rijden, vinden de mannen het echter wel genoeg. Ze beleven duidelijk geen plezier aan dit glorieuze moment. Ik ook niet, ik ben helemaal leeg. Leren fietsen, het is toch een mijlpaal in de ontwikkeling van een kind die reclamemakers tot roze gekleurde filmpjes inspireert. Zo niet hier. Hard werken is het, keihard werken. Binnenkort Kimberly maar eens bellen…

Scroll Up

Pin It on Pinterest