Meninkje

Het schrikbeeld van menig familielid zijn de feestjes waarop iedereen netjes op een stoel in een kringetje zijn uiterste best doet het naar de zin te hebben. De gesprekken bloeien voorzichtig op, beleven soms een kortstondig en luidruchtig hoogtepunt en sterven even plotseling als pijnlijk uit. Iedereen bedenkt wanhopig waarover in godsnaam te praten en haalt opgelucht adem wanneer een reddende engel een gespreksonderwerp aansnijdt.

Die redende engelen zijn vaak ofwel de lolbroek, en daar wil ik het hier verder niet over hebben, of de trotse bezitter van heel veel meningen. BSE een probleem? Onzin, als ‘ze’ nu even dit en dat doen, dan is er helemaal niets meer aan de hand. Parkeerprobleem in Amsterdam? De kant en klare oplossing rolt vloeiend over hun lippen. Internet een bedreiging voor grafische industrie? Belachelijk, want…

Lang heb ik opgekeken naar deze meningenbezitters, maar na minstens zo lang nadenken ben ik tot de conclusie gekomen dat deze mensen weinig tot niets beter zijn dan wie dan ook. Sterker, het hebben van een duidelijke mening over veel onderwerpen getuigt volgens mij van een schadelijke vorm van arrogantie. Arrogant omdat het voor één onderwerp al bijna ondoenlijk is om alle feiten te kennen en er een genuanceerde mening over te formuleren, schadelijk omdat we ons maar al te vaak blind door onze meningen laten leiden en informatie die in de richting van het tegendeel wijst het liefst zo lang mogelijk negeren.

Een mening is volgens mij niet zo interessant, belangrijker is dat je de juiste vraag stelt. De filosoof Nietzsche liet zijn studenten colleges lang een vraag formuleren, zo belangrijk vond hij die exercitie. Het beantwoorden van een juist geformuleerde vraag leidt tot iets dat meer is dan een meninkje dat wordt weggeblazen als een stofje in de wind. Tja, dit is natuurlijk ook slechts een mening, maar misschien geeft deze enig stof tot nadenken.

Scroll Up

Pin It on Pinterest