Mijn helden

De zaterdag begint ontspannen, maar tegen de middag moet de versnelling worden ingeschakeld. Ik ga met de kinderen het huis uit. We hebben een missie. Umai weet waarom, de mannen gaan gewoon lekker een eindje fietsen.

Als ik boven snel wat spullen wil mee grissen voor de wasmachine, schiet een enorme pijnscheut door mijn rug. Nee hè, niet nu. Dit kan echt niet, de kinderen mogen minimaal een uur het huis niet in. Ik moet met ze naar buiten, maar het voelt onmogelijk. Ik besluit toch te gaan.

De mannen scheuren er op hun fietsjes vandoor. Umai wijkt niet van mijn zijde. Haar bezorgdheid is tastbaar. Ik geniet ervan. Zij ook. Ik weet hoe ik met zo’n rug om moet gaan. Niet forceren, maar wel blijven bewegen. En de rugspieren daarbij zo veel mogelijk ontspannen. Het valt niet mee. Lopen kan ik het niet noemen, het is meer schuifelen. Gadver, wat voel ik me oud…

De mannen zijn in opperbeste stemming. Ze weten dat ik niet zo snel ben vandaag en wachten me steeds op. Als we op de Randweg zijn, zie ik ze in de verte verdwijnen richting rotonde. Ik keuvel wat met Umai. Plotseling hoor ik een ontzette kreet uit haar mond. Tamas is gevallen. Ik zie hem inderdaad liggen en hoor hem hier huilen. Umai rent er snel heen. Ik strompel rustig door. Waarschijnlijk daardoor blijf ik ook kalm. Ik kan toch even helemaal niets doen. Ver weg zie ik Grote Zus pogingen doen Tamas te kalmeren. Geloof me, dat valt bijna nooit mee…

Als ik op de onheilsplek aankom, blijkt Tamas zo hard te zijn gevallen dat de knoop van zijn broek eraf is gesprongen, de rits kapot is geslagen en zijn knie te bloeden. Opgave dreigt, maar ik vertel kalm maar stellig dat we toch echt even verder moeten. Tamas accepteert zowaar mijn stelling dat die broek niet erg is omdat hij er toch op zit. Ook Josse is geschrokken van de crash van zijn broer. Met een aarzelend stemmetje zegt hij dat hij liever verder gaat lopen. Ik weet ook hem gerust te stellen. Ze stappen op en fietsen weer vooruit. Mijn helden.

Naast me loopt de derde held. Met z’n vieren vervolgen we onze weg. Staan uitgebreid stil bij sommige dingen die we op de route tegenkomen, zoals dit verdeelstation. De pijn in mijn rug vergeet ik er niet door, zo romantisch is dit afleidingstochtje nu ook weer niet. Als na een ruim uur de kust veilig blijkt te zijn, vindt niemand het erg om naar huis te gaan. Het is mooi geweest. Heel mooi wat mij betreft.

Scroll Up

Pin It on Pinterest