Nazomer

Het bijna herfstige weer van de afgelopen week dreigt het heerlijke nazomergevoel van de maand ervoor te verdringen. Dat zou jammer zijn, want het weer in september was toch wel behoorlijk zomers. Het is op zich niet onlogisch dat ik na het letterlijk en figuurlijk bereiken van het hoogtepunt enigszins verzadigd terug zou zijn gekeerd in Nederland, maar niets is eigenlijk minder waar. Ik heb er een hobby bij en bedenk inmiddels manieren om de opgedane fietsconditie gedurende de winter in stand te houden. En tot het zo ver is, probeer ik het maximum uit het seizoen te halen, de afgelopen maand prima bijgestaan door de gunstige klimatologische omstandigheden.

De eerste week na de terugkeer uit Frankrijk begon het woensdag 9 september al te kriebelen. Iets na zeven uur vertrok ik voor een kort ritje over de dijk naar Zwartsluis, door het Staphorsterveld naar Staphorst en een lusje over Lankhorst. Het laatste lusje begon het al behoorlijk te schemeren. Praktische gedachten als het gevaar van zonder verlichting over landelijke wegen fietsen, maakten in mijn hoofd plaats voor een vleugje verlangen naar de lange zomeravonden van nog niet eens zo heel lang geleden. De behoorlijk stevige wind tegen op weg naar Lankhorst maakt een einde aan dit gedachtentreintje. Werk aan de winkel! Ook bij deze rit danst de iPhone bij iedere hobbel in de middelste achterzak van mijn wielershirt. Het apparaat wordt ook deze keer bestuurd door Trails, een programma dat keurig netjes mijn GPS-coördinaten bijhoudt. Aan het eind van de rit wordt de route die hieruit volgt met één druk op de knop naar EveryTrail verzonden.

De zondag daarna was een heerlijke wandeling met het gezin plus oma door De Wieden nabij Doosje niet voldoende om de behoefte aan beweging te stillen. Aan het eind van de middag werd de wieleruitrusting daarom uit de kast gehaald, de schoenen aan de trappers vast geklikt en de racefiets op koers richting Reestdal gezet. Even na Oud Avereest ging het rechtsaf richting Staatsbos. Ik ontdekte een fietspad door de uiterste zuidoostelijke punt van dit aangelegde woud. Ik bleek hier nog nooit te zijn geweest. Het was een mooi, intiem stuk Overijssel met doorkijkjes die ik nog nooit had aanschouwd. Ik was een vreemdeling in mijn eigen omgeving, waardoor een beetje een vakantiesfeer werd opgeroepen. Leuk. Wie erg zuinig is op zijn racefiets, moet deze route echter maar mijden, want er zitten ter hoogte van het mij onbekende stuk Staatsbos een paar asfaltloze en met stenen bezaaide stukken weg tussen.

UItlopers StaatsbosEen week na het in schemer geëindigde ritje wordt woensdag 16 september de fiets wederom voor een tochtje op het randje van de duisternis van de haak gehaald. De rit voert dit keer langs de Hoogeveense Vaart naar Rogat en van daaruit richting Kraloo en Berghuizen. Ter hoogte van Koekange fiets ik dit keer rechtdoor op een kruispunt waarvan de rechter tak de bekende weg naar huis is, onbekende einders tegemoet. Mijn richtinggevoel vertelt mij dat ik met deze koers de Vaart weer terugvind, maar die intuïtie wordt danig op de proef gesteld als ik een fietspad bereik dat me tegelijkertijd richting het water en verder af van Meppel voert. De zigzagkoers eindigt bij de sluizen in de Hoogeveense vaart waar de Koekangerweg overheen gaat. Wat een enorm hoogteverschil trouwens, als het mensenwerk hier wegvalt, heeft Drenthe er een volwassen waterval bij! Op weg naar De Wijk constateer ik met pijn in het hart dat het avondseizoen definitief ten einde is. Het is eigenlijk al donker, en ik moet het Reestdal nog door. Ik speel nog met de gedachte om ledlampjes op mijn racefiets te monteren, al weet ik dat dit er hoogstwaarschijnlijk niet van gaat komen. De zomer is definitief over. In het donker kom ik thuis van een rit die me toch weer een nieuw fietspad bracht.

DwingelerveldDiezelfde week slaat de zomer direct terug met een zonovergoten weekend, dat ik op zondag nuttig door een heerlijke trainingsrit naar Dwingeloo en terug, volgens een route die grotendeels loopt over de paden zoals beschreven in aflevering ‘Engelse sferen’ van dit blog. Het behoorlijke frisse begin bleek een bevestiging van het besluit om het wielershirt met lange mouwen aan te trekken. Later kreeg ik weer een beetje spijt van, want toen bleek de zon heel goed in staat om het Dwingelerveld op te warmen. Daar werd het ook drukker met fietsers die vrolijk kletsend van hetzelfde nazomerweer genoten als ik. Jammer voor één dame dat ik verder weinig geluid voortbreng op de fiets, want op het moment dat ik haar even voor Ruinen voorbij flitste, slaakte ze een harde gil. Blijkbaar schrok ze nogal van mijn even plotselinge verschijnen als verdwijnen. Het was echt mijn bedoeling niet, al moet ik er nu wel een beetje om grinniken. Even voor Weerwille verlaat ik de ‘Engelse sferen’ en zet koers richting Hoogeveense Vaart, die ik vanwege de rit van een week eerder feilloos weet te vinden. Ik geniet van de rit, van het weer, van het heerlijk moeten werken om de sterke tegenwind te overwinnen en vanwege het besef dat ik het afgelopen jaar op de racefiets meer van mijn eigen omgeving heb leren kennen dan in vele jaren daarvoor.

In de buurt van ScheerwoldeEen week later stijgt het kwik tot een hoogte die normaal gesproken voorbehouden is aan augustusdagen. Ik werk zaterdag snel de verplichte nummers af en spring op de fiets. De Wieden en de Weerribben zijn het doel. Iedereen onderweg heeft er vandaag zin in: de fietsers die ik tegenkom, de groep bestuurders van Buggy’s, opvarenden van jachten, sloepen, roeiboten en zeiljachten, boeren en buitenlui, zonder uitzondering wordt het zomerweer in dank aanvaard. Mooiste scène onderweg: drukte van belang aan boten voor de brug bij Wetering. De rij aan de ene kant vaart met gepaste traagheid door de opening door, aan de andere kant gadegeslagen door een rij boten, aangevoerd door een redelijk poenerig exemplaar, bestuurd door een eigenaar die in het dagelijks leven gewend is zijn zin te krijgen, zo schat ik vanuit mijn fietszadel in. Als de ene file is opgelost, blijft het sein ‘verkeer aan de andere kant, ga uw gang’ lange tijd uit. De aanvoerder vaart heel langzaam op een begint licht geïrriteerd te scheepstoeteren. Het antwoord van de brugwachter is meedogenloos: het wegdek komt hoog in de lucht in beweging en landt tien seconden later op vaste grond. Wij fietsers kunnen door, de aanvoerder te water moet nog even wachten. Na zestig kilometer heb ik het eigenlijk wel gehad, maar ik moet nog zo’n slordige twintig kilometer fietsen. Ik besluit niet op te geven ondanks de sterke tegenwind en er de rest van de rit nog tegenaan te gaan. Het lukt me het tempo te behouden, maar ik voel mijn spieren een dag of wat daarna nog wel. Tja, je wordt ouder papa…

Scroll Up

Pin It on Pinterest