Ode aan het Staphorsterveld

De opsomming van ritjes die na de beklimming der beklimmingen werden afgelegd, eindigde de vorige keer vrij abrupt met de constatering dat de schrijver de jaren heeft bereikt dat extra inspanningen soms ook wat langer merkbaar zijn. Het is misschien niemand opgevallen, maar het was in dit artikel de bedoeling dat ik alle ritten na de Ventoux zou opsommen. Dit streven vond helaas een hongerklop ergens middenin een nacht in het midden van de week. Batterij leeg, dus bleven er twee ritten over. Een dag later kwam daar de derde rit bij. Voor de derde keer op rij sneed mijn racefiets door het slagenlandschap van het Staphorsterveld en evenzoveel keren viel mij de niet-vanzelfsprekende schoonheid van het achterland van Meppel mij op.

Pak een willekeurige landkaart en aanschouw het gebied linksonder van Meppel. Een aantal kaarsrecht aangelegde wegen start loodrecht op de Dedemsvaart en kromt in drie of vier knikken tak-tak-tak-tak naar Staphorst. Daar loodrecht op lopen een paar wegen die met maar één doel zijn aangelegd: zo snel mogelijk door het gebied heen sjezen. Behoorlijk saai, zo lijkt het. Ik weet dat de werkelijkheid minder erg is dan deze klinisch getrokken lijnen, maar toch gaan mijn gedachten bij het uitzetten van een rit in eerste instantie zelden uit naar het Staphorsterveld. De trainingen gaan meestal door andere gebieden, maar soms ligt de route dan zo dat een afsluitende lus door het slagenlandschap niet meer dan logisch is. Als ik de trainingen van de afgelopen tijd bekijk, komt dat stiekem best veel voor. Wat is dat eigenlijk met het Staphorsterveld? Blijkbaar fiets ik er een stuk vaker dan ik dacht…

Het Staphorsterveld is in de eerste plaats natuurlijk vooral leeg, althans behoorlijk verstoken van menselijke bouwwerken. Zo’n leegte, die kun je al fietsend heerlijk vullen met allerhande gedachten, fantasieën en hersenspinsels. Eenmaal zo bezig, roepen verwijzingen naar het binnenste van het gebied direct een verlangen naar nog meer verhalen op. Zo stap ik zondag 27 september op de valreep van het weekend even na zessen nog op de fiets om een tochtje te rijden dat voor driekwart om het hele gebied heen loopt. Op het dijkje naar Zwartsluis kom ik voor de zoveelste keer het bordje tegen dat toevallige passanten probeert te verleiden tot het nemen van een ‘Bed and Breakfast’. Ook vanaf de weg van Staphorst naar Zwartsluis kom je het bordje tegen. Altijd nieuwsgierig geweest naar het etablissement, maar ook die avond laat ik de verleiding het onbekende gebied in te gaan links liggen.

Iets voor Hasselt duikt plotseling een volgende Sirene op, dit keer in de vorm van een bord dat in rode letters meldt dat linksaf de weg door de leegte mij naar Zwartewatersklooster zou kunnen voeren. Ik overweeg toe te geven aan deze lokroep, de spieren verslappen zelfs kort en ik voel een reflex om de remhandels in te knijpen en om te draaien, maar ik houd me gelijk Odysseus vast aan mijn plan. De bedoeling is namelijk om vanaf Hasselt richting Lichtmis te rijden en ergens langs de Dedemsvaart linksaf het Staphorsterveld in te duiken. Leuk bedacht, maar dat is alleen mogelijk met de auto. Het fietspad volgt de vaart namelijk trouw, maar aan de verkeerde kant. Dat betekent doorrijden tot Lichtmis, waar het fietspad moet wijken voor het kapitalisme van mijnheer Van der Most. De weg loopt door, maar een hek verspert het logische en waarschijnlijk ook historische vervolg van het asfalt. Een verplicht ommetje rond het terrein van de golfclub, parkeergarage en restaurant met omgebouwde en ’s avond groenverlichte watertoren brengt mij op de klinkers richting Rouveen. Nog voor ik het centrum met de karakteristieke stompe toren bereik, duik ik het Staphorsterveld in, om rechttoe rechtaan in vier slagen Meppel te bereiken. In het donker overigens, dit zal ongetwijfeld echt de allerlaatste avondrit van het seizoen 2009 zijn geweest.

Kerkje Rouveen in de verteHet Staphorsterveld is op een leuke manier hier en daar ook een tikkeltje rommelig, zo ontdek ik op de eerste dag van oktober, als ik eindelijk onvoorwaardelijk toegeef aan de lokroep van Zwartewatersklooster. In onverwacht aangename temperaturen, maar met een forse wind gaat de rit eerst een klein stukje door De Wieden, om vanuit Zwartsluis over het dijkje terug te buigen richting Meppel. Bij het ‘bed-en-ontbijt-bordje’ duik ik het iets lager gelegen grasland in, dat hier bekend staat als de Olde Maten. Het kan aan mij liggen, maar alles in deze hoek van het Staphorsterveld lijkt net iets minder strak onderhouden, bijna alsof de mensen hier beseffen dat dit ook helemaal niet zo belangrijk is, een gedachte waarvan ik vurig hoop dat ie op meer gebaseerd is dan de verende veengronden van de Olde Maten.

Het doel is Zwartewatersklooster, maar als ik aan het einde van de Postweg de haaks erop gelegen Conradsweg bereik, krijg ik even niet voor mijn ogen welke kant ik moet afslaan. Ik kies links en dat is eigenlijk een omweg. Grappig, want een greep in mijn achterzak naar mijn iPhone was voldoende geweest om het kaartje tevoorschijn te toveren. Ach, eigenlijk kun je helemaal niet ‘verkeerd’ rijden in dit gebied. Ook de weerszijden van de Rechterensweg hebben die slordige charme. Ter hoogte van de Stadsweg sla ik rechtsaf en bij de Veldschuur fiets ik rechtsaf, het fietspad op. De Veldschur is allesbehalve slordig of rommelig en charmant kan ik de groots gebrachte kreet op het dak ook niet noemen. ‘Bid en werk’ of ‘Ora et Labora’ voor de latinisten onder ons, het doet mij vooral denken aan mijn wortels, het katholieke zuiden, waar de kerk en de werkgevers tot in de jaren vijftig de boel onder controle hielden onder het motto ‘Als jullie ze arm houden, dan houden wij ze dom’. Snel verder dus en een fietspad langs smalle sloten brengt mij naar Zwartewatersklooster. Ik val direct voor het buurtschap. Het sfeervolle, iets verhoogd aangelegde kerkhofje, de ogenschijnlijk willekeurig neergezette boerderijen, de rust en het weggetje dat hier zachtjes doorheen kronkelt, toveren een glimlach op mijn gezicht. Er borrelen allerlei vergelijkingen met eerdere reiservaringen omhoog, maar ik zou met zelfs de mooiste onder hen het buurtschap onrecht aandoen.

Het Staphorsterveld is ook rijkelijk voorzien van zandpaden. Die mijdt iedere rechtgeaarde racefietsers natuurlijk als de pest. Jammer als je gewoon puur op het gevoel kriskras door het gebied wilt fietsen. Zie je in de verte een bomenrij aankomen die een weg naar links doet vermoeden, blijkt het asfalt al na drie meter een roemloos en modderig einde te beleven. Doorrijden dan maar met een licht gevoel van spijt. Een compromis kan dan een klinkerweg zijn, want die liggen er ook nog best een aantal. Ik kies die donderdag voor de irritant schots en scheef liggende klinkers van Kerkenland. Het is even afzien, maar aan het eind ligt de Rechterensweg en dan is het nog een klein stukje naar Meppel. Helaas verloopt het deze keer wat anders: het laatste stuk klinkerweg ligt open. Ik heb geen zin in omkeren en sla de Reinkesweg in. Een zandpad, een nachtmerrie en een afgang als ik niet snel genoeg uit mijn klikschoenen kom en in een zandhoop plof. Het is de eerste keer dat het me overkomt en hopelijk de laatste. Wat voelt dat lullig zeg!

Het Staphorsterveld eentonig? Wat mij betreft niet dus en er valt nog genoeg te variëren. Een week later is het weer mij bijzonder gunstig gezind. De dag ervoor hoosde het voortdurend, maar vandaag schijnt de zon. Het is koud en de oktoberzon doet een krachteloze poging het asfalt op te drogen. De lange broek gaat voor het eerst dit seizoen aan en ik pers een kort ritje tussen de activiteiten van de dag. Door net andere accenten te leggen en andere afslagen te nemen, kom ik op een andere manier in Zwartewatersklooster en rijd over een vrolijk slingerend weggetje naar de dijk tussen Zwartsluis en Hasselt. Echt puur genieten allemaal.

O ja, het waait over het algemeen wat harder in het Staphorsterveld dan in de bosrijke streken boven Meppel. Beste lezer, zie dat vooral als een voordeel, want als je zoals zondag 11 oktober maar genoeg door het gebied slingert, fiets je zonder schema een fantastische intervaltraining. Overigens waaide het vandaag wel heel erg hard. Met de wind in de rug haalde ik soms snelheden van tegen de 40 km/u, maar op het laatst moest ik met tegenwind met pijn in de benen keihard werken om een slakkengang van 24,5 km/u te halen. De wind waaide vandaag volgens het KNMI op het IJsselmeer met een kracht van 6 tot 7. Nou, in het Staphorsterveld voor mijn gevoel ook. Ik voel mijn benen nog, wat slechts bevestigt hoe een fantastisch trainingsgebied het Staphorsterveld eigenlijk is. Moet ik nog meer zeggen? Het is er ook vrijwel altijd stil. Er is weinig verkeer en toeristische fietsers ben ik er zelden tegengekomen. Je kunt dus lekker je gang gaan op de racefiets in dit pareltje.

Scroll Up

Pin It on Pinterest