Omroepen halen P2P uit illegaliteit

Breedband- en draadloze verbindingen doen de entertainment- en media-industrie goed. Uit een wereldwijde analyse en prognose van PricewaterhouseCoopers blijkt dat deze industrie zal groeien tot een omzet van 1,8 biljoen dollar in 2009. Vorig jaar werd 11,4 miljard dollar online besteed, in 2009 zal dat 73 miljard zijn. In de Verenigde Staten is een mooi voorbeeld in ontwikkeling van de manier waarop internet de media-industrie kan helpen groeien. Televisiebeelden worden daar via P2P-netwerken uitgezonden.

In Europa kent Groot-Brittannië de grootste media- en entertainmentindustrie. Vorig jaar werd daar 74 miljard dollar in omgezet. Duitsland volgde met 62 miljard dollar en Frankrijk was met een omzet van 46 miljard dollar Europees nummer drie. In de PricewaterhouseCoopers Global Enertainment & Media Outlook: 2005-2009 wordt over vier jaar dezelfde top-3 verwacht. Nederland neemt binnen Europa de zesde plaats in met een omzet van 15 miljard dollar.

De groei van de industrie is voor een groot deel te danken aan nieuwe vormen van online bestedingen, vooral een gevolg van de toename van snelle internetverbindingen en draadloze technologieën. Daarnaast werken de opleving van de economie ën de groeiende reclame mee. Dit laatste dan wel weer in combinatie met de groeiende online verspreiding van muziek, films,boeken en videospellen.

In de Verenigde Staten is op dit gebied een heel interessante ontwikkeling op stoom gekomen. Grote televisiestations, maar ook kleinere onafhankelijke producenten, hebben daar systemen opgezet om televisiebeelden uit te zenden via zogenaamde peer-to-peernetwerken (P2P). Ze maken daarbij gebruik van een techniek die het mogelijk maakt om de zeer grote videobestanden relatief snel over breedbandinternet te downloaden. Wanneer iemand begint aan het downloaden van een uitzending via zo’n P2P-netwerk en al een gedeelte heeft binnengehaald, wordt dat stukje uitzending direct gebruikt om andere geïnteresseerden in het netwerk die data toe te zenden (uploaden).

Deze gedeelde distributie van videobeelden werkt vele malen sneller dan het geval waarin iedereen afzonderlijk de gehele uitzending vanaf een centraal punt moet downloaden. De techniek is niet nieuw: er worden op deze manier al vele gigabytes aan films, muziek en software uitgewisseld via het BitTorrent-netwerk. De uitwisseling van deze bestanden is over het algemeen illegaal, terwijl voor de nieuwe televisievariant juist wél toestemming is verkregen van de makers van de beelden.

De Amerikaanse televisiezender KQED is een groot voorstander van het uitwisselen van bestanden via P2P-netwerken en heeft daarom sinds vier maanden Open Media Network draaien. Het netwerk is gebaseerd op bovengenoemde technieken en stelt grote en kleine televisiemaatschappijen in staat om hun programma’s in hoge kwaliteit over internet te verspreiden. Het aanbod is vooralsnog bescheiden, maar KQED werkt hard aan uitbreiding van het programma.

KQED staat niet alleen in deze trend, en is eerlijk gezegd ook niet de eerste. Eerder maakten Kontiki en Red Swoosh al gebruik van P2P-technieken om grote film- en softwarebestanden te verspreiden. Wel nieuw is dat een brancheorganisatie van Amerikaanse onafhankelijke videoproducenten onlangs een programma op de markt heeft gebracht dat in eigen beheer gemaakte videoproducties verzamelt en verspreidt. DTV, zoals het programma heet, maakt hierbij gebruik van het eerder genoemde BitTorrent-protocol. De makers beloven een ‘iTunes-achtige’ ervaring. Als het succes van deze online muziekwinkel van Apple ook is weggelegd voor DTV, dan is dat waarschijnlijk genoeg om P2P-netwerken uit hun illegaliteit te halen.

Scroll Up

Pin It on Pinterest