Ondergronds

De familie was het afgelopen weekend bijeen om de 75ste verjaardag van moeders te vieren. De locatie stond allang vast: Zutendaal in Belgisch Limburg. Ook heel lang van tevoren bekend was dat de dames zaterdag in Maastricht zouden gaan winkelen.

De heren besloten de kinderen mee te nemen naar de mergelgrotten. Ik was er niet helemaal gerust op. De mannen zouden het uiteraard bereninteressant vinden, maar een heel uur lang?

Met een licht steekje over deze vraag word ik wakker. Gedachten over een zeurende Josse en/of gillende Tamas onderdruk ik direct. We zullen wel zien, het gaat de laatste tijd tenslotte best goed. De aanloop naar de ondergrondse toer is prima. Fort Maastricht dichtbij de ingang van de grotten blijkt al indrukwekkend genoeg te zijn. Ik ben niet de enige die het uitzicht op Maastricht beneden ons opvalt. ‘Kijk pap, net een landkaart’, concludeert Josse als hij het dal in kijkt.

Bij de ingang van de grotten moeten we even wachten. De gids vraagt aandacht voor het landschap achter ons. Lichte glooiingen, aarzelend groen en een kerkje dat boven de bomen uitsteekt, veel buitenlandser wordt het in Nederland niet. Ogenschijnlijk bescheiden vertelt de gids ook nog dat het gebouw naast het kerkje een beroemde bewoner heeft: André Rieu. Zijn twinkeloogjes verraden dat hij wel degelijk trotst is. En waarom niet.

Als we naar binnen mogen, zijn de mannen direct onder de indruk. Iedereen eigenlijk wel. Iedere nis of zijgang wordt met enthousiaste kreten begroet. De instructies van vaderlijke aard hebben blijkbaar hun werk gedaan: de rechterhand van Josse blijft ontspannen maar trouw in mijn linkerhand liggen. Lekker gevoel. Een meter voor me zie ik dat Tamas het ook heeft begrepen, want hij houdt trouw de hand van nicht Yvonne vast. Wat zal ze zich trots voelen.

‘De mijnheer praat wel lang’, is het eerlijke oordeel van Josse over de verhalen van de gids. Mijn antwoord dat hij zoveel over deze grotten weet dat hij eigenlijk nog veel meer zou willen vertellen, lijkt Josse te bevredigen. Hij laat het onderwerp verder rusten. Ik snap hem overigens maar al te goed: de mannen zouden het liefst van gang naar gang rennen om allemaal spannende dingen te ontdekken.

Als we bij een tweesprong komen, vraagt de gids of we iets heel interessants willen zien, of een spannend slot van de toer willen meemaken. ‘Spannend’, klinkt het als uit één mond. We wilden spanning en we krijgen spanning. We moeten de lampen inleveren en mogen een metertje of honderd door een pikdonkere gang lopen. Nu is echt iedereen onder de indruk. Ik voel een extra handje op mijn hand. Tamas vindt het bij mij toch ietsje veiliger. De andere hand ligt op de schouder van Umai en de rest van de ketting kan ik niet zien, want het was echt pikkedonker. Best lastig lopen dus. Ik weet zeker dat niet alleen de kinderen blij waren dat het licht weer in zicht kwam na dit avontuur.

Als de toer is beëindigd, stap ik trots het daglicht weer in. De ongerustheid over de spanningsboog van onze mannen blijkt ongegrond te zijn geweest. Begraven die twijfel, de mannen gaan gewoon lekker!

Scroll Up

Pin It on Pinterest