Psichologie

Vroeger, toen ik nog jong en onschuldig was, geloofde ik heilig in het bestaan van helderziendheid, telepathie en meer van dergelijke zaken. Ik werd daar ook in gesterkt door verhalen in bladen als ‘Aarde en Kosmos’ en ‘Kijk’. Artikelen over deze onderwerpen werden door mij verslonden. Of het nu mijn weinig kritische instelling over dit onderwerp was of bekrachtiging door vrienden van me die er ook wel in geloofden weet ik niet, maar de overtuiging dat telepathie en helderziendheid bestonden bleef lang overeind. Maar niet voor eeuwig: met het voortschrijden der jaren kreeg ik andere interesses en hobby’s en -nog belangrijker- ik ging studeren. De daarin aangeleerde kritische kijk op onderzoeken, de kennis over de psi-verschijnselen en algemene principes als ‘selectieve perceptie’ zorgden voor een verdere afkalving van het ‘geloof’.

En toen werd er onlangs in de Volkskrant zomaar twee keer achter elkaar aandacht besteed aan het verschijnsel telepathie. In een Amerikaans Ganzfeld-experiment is het bestaan van telepathie aangetoond. Het gaat weliswaar om statistisch bewijs en de onderzoekers zijn zelf slechts gematigd optimistisch, maar toch. Verder verwachten de onderzoekers dat de resultaten van hun onderzoek bij replicatie door andere onderzoekers even sterk zouden zijn en dat voorzichtigheid bleef geboden, maar toch, maar toch. Het uitgedoofd gewaande vlammetje flakkerde weer op: had ik niet enkele jaren geleden gelezen over een door Amerikaanse professoren geleid onderzoek naar voorspellende vermogens van mensen, waarbij een studente een vliegramp met grote nauwkeurigheid een half jaar van te voren had voorspeld?

Het lijkt er dus op dat ik weer terug val in het oude, kritiekloze geloof in dergelijke zaken, maar daar gaat het mij hier niet om. Kennelijk wil ik, en velen met mij, in telepathie en aanverwante zaken geloven. Is dit, zeker onder studenten psychologie, geen verontrustend verschijnsel? Misschien, maar waar komt dit hardnekkige geloof dan vandaan? Natuurlijk zijn hier rationele verklaringen voor: iedereen weet zich wel iets te herinneren dat ‘gewoon niet toevallig kan zijn’, daarbij vergetend dat er tegelijkertijd wel honderden voorvallen zijn die helemaal niet bijzonder zijn. Iets opvallends wordt immers veel beter onthouden dan onopvallende zaken. Toch denk ik niet dat dit de kern van de zaak is. Vele mensen weten dit immers ook wel en blijven desondanks volharden in hun geloof in bovennatuurlijke zaken.

Het probleem ligt dus dieper. Letterlijk misschien wel. Want volgens sommige psychologen zijn de oudere delen van onze hersenen van meer invloed op onze emoties en gedrag dan nu wordt aangenomen. Zij willen hiermee onder andere verklaren waarom mensen iets rationeel weten en er vervolgens toch niet naar handelen. En waarom zou het hardnekkige geloof in het bovennatuurlijke hier ook niet vandaan kunnen komen? Hoe dan ook, zolang men zich maar bewust is van dergelijke tegenstrijdigheden, blijft het geloof in telepathie relatief onschuldig. Ik kan in ieder geval niet ontkennen aangenaam verrast te zijn geweest met het recentelijk gepubliceerde onderzoek. Toch maar eens de oude exemplaren van ‘Aarde en Kosmos’ en ‘Kijk’ op zien te snorren…

Scroll Up

Pin It on Pinterest