Riskante onderneming - De Kale Berg

GO!

Vol verwachting stapte ik enkele maanden geleden de lokale boekhandel binnen. Ik ben in die periode druk bezig met de voorbereiding op mijn debuut als klimgeit, een primeur die de flanken van de Mont Ventoux ten deel zou vallen.

De gedachte alleen al zorgt voor de nodige opwinding en wat is er dan mooier dan een schrijven tot mij te nemen dat dit gevoel aanwakkert. Met ferme pas loop ik langs de toonbank en trefzeker stap ik af op het schap met boeken over sport, de ogen scannen razendsnel de kaften af en blijven stilstaan bij het boek dat ik absoluut wil lezen: ‘De Kale berg, op en over de Mont Ventoux’ van Lex Reurings en Willem Janssen Steenberg.

Gretig vouwen mijn handen het boek open en ik begin te bladeren. Ik blijf steken bij een verslag van een beklimming en moet me inhouden om niet direct het hele verslag te lezen. De spieren spannen zich en het eerste schokje door de benen op weg naar de kassa is voelbaar. Ik kap deze reflex echter af en blader verder. Mijn ogen vinden een schema, dat bij nadere inspectie een overzicht blijkt te zijn van verzetten, types fietsen en de verwachte tijd die een renner nodig zou hebben de top te bereiken met dat verzet bij een vast aantal omwentelingen per minuut.

Ergens in mijn bovenkamer begint een verontrust gevoel om aandacht te vragen. De vingers tasten de uiteinden van de bladzijden af en splijten op afroep van de hersenen het gesloten papieren front. Ik beland middenin een relaas over de weersomstandigheden tijdens de voorbereidingen van de schrijvers op de beklimming van de Mont Ventoux. Het verontruste gevoel maakt direct plaats voor teleurstelling: ik was op zoek naar heroïsche teksten en blijk een handboek gevonden te hebben. Ik aarzel nog even, maar besluit ‘De Kale Berg’ zijn tijdelijke plek tussen alle sportverhalen terug te geven.

Als ik een tijd later mijn gevoelens over het boek deel met een collega, weet deze mij ervan te overtuigen dat het echt wel het lezen waard is. Het wordt uiteindelijk gebombardeerd tot verjaardagscadeau en weet in deze hoedanigheid ook daadwerkelijk mijn leven binnen te dringen. Kan met deze voorgeschiedenis sprake zijn van een objectieve beschouwing van een boek? De neutrale waarnemer zou hoofdschuddend tot de conclusie kunnen komen dat hier sprake is van een dermate valse start dat een eerlijke wedstrijd volstrekt onmogelijk is geworden. Misschien, maar dat is niet de gemoedstoestand waarin ik het boek aansneed. Met dezelfde gretigheid waarmee ik maanden terug de boekwinkel betrad, begon ik aan ‘De Kale Berg’ en aanvankelijk wordt dat gevoel verleidelijk gevoed door de teksten. Het voorwoord van Peter Winnen is prima, de persoonlijke verhalen over beklimmingen helemaal goed en de geschiedenis van de Mont Ventoux kort, krachtig en boeiend beschreven.

Natuurlijk mag een hoofdstuk over Tom Simpson niet ontbreken, want zijn verhaal alleen al is voldoende gebleken om van de Kale Berg een legende te maken. Dat gold zeker ook voor ‘kleine Robertje’, maar toen ik afgelopen september stilstond bij het monument van ‘De Mus’ deed het me niet zo veel. Het was tenslotte zijn eigen gedrogeerde schuld dat hij de dood vond even onder de top, was mijn ietwat botte mening. Het mooie aan het hoofdstuk over hem in dit boek is dat mijn beeld behoorlijk gekanteld is. Simpson was niet zozeer een wielrenner die door de amfetamine de dood vond, nee hij was een absolute topatleet die werd geveld door een combinatie van de zware weersomstandigheden, een niet helemaal helder geworden cocktail van lichaamsvreemde stoffen en vooral een bovengemiddeld doorzettingsvermogen. ‘Put me on my bike’ schijnen zijn laatste woorden te zijn geweest, nadat hij al volkomen uitgeput van zijn fiets was gestort. Hoe diep kan een topsporter gaan, vragen reporters zich regelmatig af. Nou, zo diep dus, tot de allerzwartste afgrond…

Het boek gaat sterk verder met persoonlijke verhalen en een hoofdstuk over de ‘idioten’ die de Mont Ventoux drie, vier, vijf, zes of nog meer keren op één dag hebben beklommen. Dit raakt het prestatiegerichte deel van mijn persoonlijkheid vol in het hart. Sindsdien loop ik met het idee rond dat ik volgend jaar drie keer de Ventoux ga bedwingen op dezelfde dag. Trouwens, de verhalen en foto’s over de niet-geasfalteerde beklimmingen per mountainbike roepen eveneens een diep verlagen in mij op. Hemeltjelief, er is nog zoveel te behalen op de woeste hellingen van die berg.

Het boek is op een derde van de afstand volledig op stoom gekomen. De moraal is optimaal, de spieren in staat tot het ultieme, de geest voelt zich letterlijk en figuurlijk ver verheven boven de aardse beslommeringen van de dag en ruikt aan het dagsucces, zo lijkt het, maar helaas loopt het vanaf hier helemaal spaak. Trainingsschema’s? Heel nuttig, maar ook een beetje saai wat mij betreft.

Overzicht van verwachte klimduur bij bepaalde verzetten? Gaat er bij de echte kenners ongetwijfeld in als een knijpflacon energiegel in vermoeide tijden, maar is wat mij betreft niet echt interessant. Kom op jongens, het gaat bij de Ventoux toch zeker niet om techniek, het zijn de emoties van mensen die ons doen besluiten die waanzinnige berg te gaan bedwingen. Verhalen over de voorbereiding interessant? Ja, dat zou kunnen, want ontberingen als kou, keiharde wind tegen en onverklaarbaar ontbreken van de vorm van de dag herkennen ‘wij wielrenners’ allemaal wel, maar dat feit alleen is niet genoeg om het relaas tientallen pagina’s achter elkaar boeiend te houden.

De etappe lijkt verloren, maar dan hervindt de klimmer zijn krachten met verhalen over andere, bijzondere manieren om de Mont Ventoux te bestijgen. Beklimmingen per tandem, eenwieler, hardlopend en in een zweefvliegtuig leveren prachtige verhalen op. Een wat te denken van een stel dat ieder op de fiets een aparte helling van de Ventoux op rijdt om elkaar op de top in de armen te vallen en in het huwelijk te treden? Noem mij sentimenteel, maar ik kan die mensen dus met een brok in de keel bijna letterlijk zien zwoegen op weg naar hun hopelijk levenslange samenzijn.

Helaas blijkt het boek hiermee de allerlaatste reserves te hebben aangesproken. Toeristische informatie over de streek rondom de berg interessant? Jazeker, maar die is ergens anders ook wel te vinden. Fietsroutes rondom de Ventoux van belang? Absoluut, maar die staan ook wel op de kaarten die mensen meenemen, of in hun GPRS-apparaten en anders wel in de hoofden van lokale organisatoren van al dan niet begeleide tochten. Tips over de beklimming zijn ook nuttig, maar wat mij betreft helaas ook een bijdrage aan het technische karakter van een te groot deel van dit boek. Een korte beschrijving van de dorpen in de directe en wijdere omgeving van de Kale Berg is zeker interessant, maar daarvoor bestaan ook andere gidsen. De renner begint vermoeid te raken door al deze informatie en verlangt naar het einde. De beloofde literaire benadering van de Ventoux zorgt ervoor dat het lichaam blijft functioneren, maar voor echte recuperatie is het helaas te laat. De finish wordt bereikt, maar de euforie blijft achterwege. Het is volbracht, en dat is helaas een behoorlijk zwaar gevoel, terwijl ik had gehoopt door persoonlijke en anderszins inspirerende verhalen voortgestuwd de top te bereiken.

Terwijl ik het boek aan het lezen was, is alweer de zevende druk van ‘De Kale Berg’ verschenen. Ik begrijp het succes van dit boek wel, want voor de mensen die van plan zijn de Ventoux te beklimmen is de titel een lokroep, terwijl het voor de mensen die er al zijn geweest deels een feest der herkenning is. Ik kan echter niet anders concluderen dat het schrijven van een boek over één helling, hoe beroemd, gevreesd, legendarisch en aanlokkelijk ook, een behoorlijk riskante onderneming is. Reurings en Janssen hebben hun stinkende best gedaan de Kale Berg eer aan te doen, maar het object van hun verering verdient op een paar onderdelen helaas toch verbetering.

Waardering: 72%