Sportief schaakspel tijdens Midwinter Marathon

Rick, Dennis, Robert en Bertram bijeen voor de Midwinter Marathon in Apeldoorn

In de Asselronde (net) vóór twee jongere hardlopers eindigen, is natuurlijk te gek. Maar het ware verhaal van deze Midwinter Marathon is de kick van de wedstrijd in een wedstrijd die je er samen met je loopmaatjes op weg naar de finish van maakt.

Vier musketiers van de Koeberg loopgroep durven het vandaag aan om 25 kilometer door het glooiende landschap ten noorden van Apeldoorn te hardlopen. Drie daarvan starten in hetzelfde vak, de vierde moet het helaas helemaal alleen zien te doen. Musketier ‘D’ lijkt er zich niet minder om te verheugen, hij heeft vooral zin een voor hem nieuwe uitdaging.

Bij de scheiding tussen vak B en C nemen de musketiers afscheid en wensen hem succes. Kort na het nemen van de selfie klinkt het startschot en gaan de drie musketiers er vandoor. Uiteraard weer veel te snel. Nog geen driehonderd meter verder staat een dame met een bord van de sponsor met de opzwepende tekst ‘Kan het niet wat harder?’ Humor, of je reinste cynisme, wie zal het zeggen? Musketier ‘B’ is ondertussen ook met het tempo bezig. ‘Zal ik dan maar weer de verstandige rol op me nemen’, roept hij tegen de ruggen van de overige twee. De boodschap is duidelijk: we gaan weer veel te enthousiast van start en moeten toch echt aan het opbouwen van de race gaan denken. Hetgeen ook gebeurt.

Drie musketiers aan de start van de Asselronde

Wanneer we de brede straat met een ruk naar rechts verlaten, klimt het gekleurde lint van deelnemers langzaam maar zeker de Veluwe in. De duizenden hardloopschoenen zetten zich af op besneeuwde en soms verraderlijk gladde ondergrond. De ogen van hun kopers zien besneeuwde hellingen en heidevlaktes. Midwinter Marathon is vandaag een goed gekozen naam. De zon schijnt echter fanatiek en veel wind staat er niet. ‘Het is eigenlijk best warm’, roep ik daarom verbaasd tegen musketier ‘B’. Het instemmende antwoord van rechts bevestigd mijn waarneming.

Bij het naderen van de tweede verzorgingspost zijn de drie musketiers nog steeds bij elkaar. Ze vinden het tijd voor een gelletje. Ik dank musketier ‘R’ in stilte voor het exemplaar dat ik in Apeldoorn van hem kreeg. Het blijkt een mierenzoete substantie die ik met moeite naar binnen krijg. Heel andere koek dan de wat weeïge gelletjes die ik zelf gebruik. Maar ik ga niet klagen, want ik had me op dit punt gewoon beter moeten voorbereiden op de wedstrijd. Wel neem ik bij de verzorgingspost de tijd om de substantie met water uitgebreid weg te spoelen.

Er begint zich een patroon af te tekenen. Musketier ‘R’ gebruikt de verzorgingsposten, maar probeert zo min mogelijk tijd te verliezen. De andere twee doen het kalmer aan, raken daardoor steeds tientallen meters achterop en moeten dat gat weer dichtlopen. Musketier ‘B’ heeft inmiddels last van zijn maag, maar weet het tempo vol te houden. Hij is beslist niet blij, maar wel van plan om vandaag een mooie tijd neer te zetten. De plannen van ‘R’ zijn inmiddels duidelijk: die wil als eerste over de streep komen. Ik weet het nog niet helemaal. Vooraf was deze wedstrijd vooral een lekker pittige training voor de 60 van Texel waarop ik me aan het voorbereiden ben. Ik wil sowieso binnen de twee uur finishen, maar voel vandaag zoveel kracht in mijn lijf dat ik er meer wil uithalen. Wat moet ik doen? Ik besluit het nog even aan te zien.

Bij de verzorgingspost net voor het lange stuk over de provinciale weg herhaalt het patroon zich, alleen is het gat met ‘R’ opeens wel erg groot geworden. Zonder er een woord aan vuil te maken besluiten we hem te laten gaan. Langzaam maar zeker gaat het blauw gekleurde bovenlijf op in de menigte ver voor ons. Mentaal blijkt de brede en lange weg richting Apeldoorn zwaar. Mijn lijf doet hier niet aan mee. Ik zet na enkele kilometers aan voor een tempoversnelling. Woordeloos neem ik afscheid van ‘B’. Ook al weet ik dat woorden tijdens een wedstrijd niet nodig zijn, voelt het nog steeds raar om ‘zomaar’ weg te lopen.

Alleen snel ik verder richting de rotonde, die volgens een deelnemer in vak B het begin van de afdaling naar Apeldoorn aangeeft. Dat blijkt helaas net niet helemaal waar, maar het deert me niet echt. Strak het nieuwe tempo vasthoudend gaat het verder en als de afdaling echt een feit is, zie ik opeens in de verte de lange gestalte van ‘R’. Even twijfel ik nog, maar het is hem echt. Deze wending van de wedstrijd geeft me zo’n boost dat ik nog iets meer aanzet. Er volgt een naar later blijkt voor mij historische wedstrijdkilometer van onder de 4 minuten. Als ik musketier ‘R’ bereik, kan ik het niet laten om treiterig te vragen ‘of het niet wat harder kan’. De verbaasde en ook een tikkeltje verontruste blik in zijn ogen bezorgen me een steekje van spijt over mijn opmerking. Gelukkig perst ‘R’ er een oprecht compliment uit over het feit dat ik hem weer heb weten bij te halen.

Robert en Rick bereiken de finish van de Asselronde

We lopen een halve kilometer samen op. Eigenlijk wil ik alleen verder om als eerste te eindigen, maar die hele snelle kilometer naar ‘R’ toe heeft me behoorlijk opgebroken. Het is nog slechts twee kilometer naar de finish, maar ik weet nu al dat die heel zwaar gaan worden. Veel te snel voor het einde komt de finish al in zicht. De ogen zijn al bij de finish, het lijf moet hier nog bijna een kilometer op wachten. Ik loop nog steeds vooraan en verwacht ieder moment te worden ingehaald door ‘R’, die een veel sterker eindschot heeft dan ik. Er komen geluiden uit mijn keel die normaal aan het eind van een beukende intervaltraining te horen zijn. Het finishdoek wordt tergend langzaam groter. Als de eindstreep in zich komt, snel ik met een soort van grijns op het gezicht over de finish, op twee meter gevolgd door ‘R’. Ik weet niet of hij heeft afgezien van een ultieme poging voor mij te finishen of niet. Ik geniet gewoon even van het feit dat ik vandaag sinds lange tijd voor musketiers ‘B’ en ‘R’ ben geëindigd in een wedstrijd.

run2function op Instagram

@run2function