Stilte in je kop

Wielrennen betekent uiteraard door een omgeving fietsen en daar kan de wielrenner dan van genieten. Dat lukt me eerlijk gezegd lang niet altijd. Ik vind dat ik ervan moet genieten, maar dat politiek correcte standpunt wordt maar al te vaak geweld aangedaan door de beslommeringen van de rit. Je hoort mensen wel eens zeggen dat sporten hun kop zo lekker leeg maakt en wielrennen is op het eerste gezicht bij uitstek geschikt om het hoofd te ontdoen van die overheersende, ja allesbepalende gedachten die bij het overgrote deel der mensheid door het hoofd tollen. Racen op de fiets komt immers neer op herhaling in de overtreffende trap: vele duizenden keren een volledig vergelijkbare trapbeweging maken, dat is het eigenlijk wel. Het is een soort mantra en als wij fietsers ons een beetje zouden concentreren op dit mantra, zou er zowaar iets moois in onze hersenen kunnen gebeuren: de storm aan gedachten wordt verdreven door een stilte die wordt gedragen door een langdurige herhaling van handelingen.

Tot zover de verheven theorie, want tijdens de meeste ritten racen de gedachten harder door mijn kop dan mijn fiets over het asfalt. Gewijde stilte? Ha, laat me niet lachen! In plaats van stilte heb ik vaak last van een constante stroom gedachten als ‘Hoe lang is het nog naar het volgende dorp?’, ‘De wind zit me wel weer tegen vandaag’, ‘Is dit nog wel de juiste route?’, ‘Ik had mijn ketting ook wel eens wat vet mogen meegeven’, ‘Shit, ik krijg weer last van mijn knie als ik aanzet’, ‘Volgens mij zit er te veel speling in mijn pedalen’, ‘O jee, daar in de verte hang een enorme donderwolk’; of onderwerpen die helemaal niets met fietsen te maken hebben, zoals ‘Ik zou ook wel in zo’n prachtige boerderij willen wonen, alhoewel, het is wel ver van de bewoonde wereld en dat is weer niet handig voor de kinderen, maar aan de andere kant, misschien is het wel een kinderrijke omgeving en kunnen ze makkelijk vriendjes maken en heerlijk spelen op het platteland, tja, maar naar welke school moeten ze dan en hoe ver is dat dan weer reizen en hoe organiseren we dat; wat zeur ik nou, denk aan de rust van het landleven, de gemeenschapszin en wat zou het dat dit ook behoorlijk bekrompen kan zijn; ach man, wat is er eigenlijk zo slecht aan ons huidige leventje, we hebben toch helemaal geen zin in verhuizing, nieuwe vriendenkringen opbouwen, nieuwe sportclubs, scholen, werk, ik weet niet wat, enzovoort, enzovoort; een gedachtestroom die meestal wordt onderbroken door praktische zaken als een verkeersbord met belangrijke informatie, het bereiken van een plaatsnaambord, moeten afremmen voor een voorrangsweg, enzovoort.

De benen hebben het wezen van de mantra ondertussen beter begrepen en blijven lekker doormalen, daar ver onder de bron van al die gedachten. Als de rit lang genoeg duurt, geschiedt tegen alle verwachtingen in het wondertje dan soms alsnog. De aandacht verschuift langzaam maar zeker naar beneden, naar het lichaam dat een behoorlijke inspanning levert om de snelheid er in te houden, naar de warmte die dit oplevert, het vocht dat zich hier en daar ophoopt, het heerlijke ritme van de benen, waarover je het gevoel hebt dat het eeuwig kan duren, een gevoel dat wreed wordt verstoord als je het ritme door de omstandigheden moet aanpassen. Dit alles maakt dat je niet zozeer een hersenpan bent die naar de verrichtingen van jouw lichaam op de fiets kijkt, maar één bent met alle bewegingen. Dit levert soms een moment van stilte in mijn hoofd op. Helaas betekent het moment dat ik mij hiervan bewust word, ook meteen het einde van de stilte en de start van een nieuwe stroom van gedachten.

Is dit wat we bedoelen met ‘het verstand op nul en de blik op oneindig’? Waarschijnlijk niet, al zit er misschien wel meer waarheid in deze uitdrukking dan we denken. Moeilijke omstandigheden onderweg maak je namelijk onnodig groter door er heel hard en voortdurend aan te gaan denken, of je er in gedachten heel boos tegen te verzetten. De steile helling wordt op deze manier een muur, de tegenwind een verwoestende storm, de warmte een verzengende hitte, de dorst een kurkdroge woestijn, allemaal obstakels die je door jouw gedachten onnodig meezeult. Het verstand op nul betekent in dat geval dat je de gedachten geen kans geeft de rit te gaan overheersen, de blik op oneindig dat je niet steeds aan het eind van de rit zit te denken. Ik kan eerlijk gezegd geen betere manier bedenken om begin september de Mont Ventoux te beklimmen!

Scroll Up

Pin It on Pinterest