Strooptocht

Het jaar is bijna volbracht. Het knalt en knettert al druk op straat. De mannen krijgen er energie van, om het positief te labelen. Umai is geheimzinnige kippenclubdingen aan het doen met een klasgenote, Lidia werkt de laatste werkdag af en dus hebben wij mannen de buurt voor onszelf.

Ik wil gewoon een stukje wandelen, maar Josse en Tamas hebben andere plannen. Bij de eerste knal wenden ze hun hoofdjes in de richting waar het geluid volgens hen vandaan komt. ‘Pap, we willen het vuurwerk zien.’

Het duurt nog vrij lang eer we de bron hebben gevonden. Drie opgewonden, stoere jongetjes, nauwelijks ouder dan Josse en Tamas, zijn in de weer met rotjes. Geen ouder te zien. Wel alle drie een beschermende bril op, gelukkig. Onze mannen vinden het prachtig. Ik ook. Het is tientallen jaren geleden dat ik zelf met vuurwerk en vriendjes door de buurt struinde op zoek naar sensatie, maar het gevoel is heel makkelijk op te roepen, merk ik nu. Tegelijkertijd ben ik me heel erg bewust van het feit dat we nu iets opzoeken waarvoor ik onze jongens als beschermende vader juist zou moeten waarschuwen. Ik besluit het er bij te laten. Deze vuurwerkstrooptocht ga ik niet verpesten.

Ik probeer een rustpunt in de strooptocht aan te brengen door de wandeling door Hesselingen te leiden. De jongens protesteren een beetje, maar gaan toch mee. En ze hebben geluk: ook hier klinken droge knallen. Bij de skatebaan aangekomen, blijken twee bekenden de oorzaak. Als ik hun namen roep, kijken ze even op. Mijn aanwezigheid is echter geen reden om op te houden, tot genoegen van Josse en Tamas. Als ik om me heen kijk, zie ik deze bomen. Of zijn het borstels?

De strooptocht gaat verder en we weten nog een paar groepjes te vinden. Al bijna thuis zien we een jongen eenzaam bezig met een plastic raketje. Behendig propt hij dopjes met kruit op de punt. Met een ferme zwieper lanceert hij de raket. Met de punt naar beneden komt de ruimtereis met een overtuigende knal teneinde. We blijven hangen. Zo lang dat de jongens contact met elkaar maken. Josse en Tamas mogen van de raketwerper zelfs zelf een poging wagen. Verrukt horen ze hun eigen knal. Ik vrees even dat ik ze hier nooit meer weg krijg, maar het blijkt mee te vallen. De vuurwerkstropers zijn blijkbaar bevredigd.

Scroll Up

Pin It on Pinterest