The Streets of San Francisco

Enige tijd geleden kwam mijn hoofdredacteur met de vraag of ik naar de Seybold-conferentie in San Francisco wilde. Hij kon niet, dus leek het hem wel een goed idee dat ik mij naar het westen van de VS begaf. Geen slecht plan, scheen het me voor.

Daar stond ik dan: na tien uur vliegen vanuit Londen voelde ik eindelijk weer vaste grond onder mijn voeten. De eerste handeling bestond — met een aantal eveneens zwaar verslaafde collega’s uit alle delen van de wereld — uit het doen oplichten van een peuk. Heerlijk, en de onderlinge blikken van herkenning om het urenlang gederfde genot schiep meteen een band. Alleen hoefde ik me duidelijk niet te voelen in San Francisco. Eenmaal ingecheckt in het prima hotel vlakbij de beurs — een vermogende persenfabrikant betaalde, mooi meegenomen — ging ik samen met collega Durk van Compres een verkennend rondje door de stad lopen. Ik wist dat San Francisco met driekwart miljoen inwoners een relatief kleine stad is, en dat is duidelijk merkbaar in de sfeer die er hangt. Beetje raar was het wel: aan de ene kant onmiskenbaar Amerika, aan de andere kant als Amsterdammer maar al te vertrouwd. We voelden ons er daarom wel heel snel thuis, alleen jammer dat de dodelijke vermoeidheid heel snel toesloeg. Niet zo gek als je bedenkt dat het pas vier uur ‘s middags was, maar voor ons Nederlanders al negen uur later. De jetlag slaat vroeg in de avond tijdens de welkomstreceptie definitief toe tussen twee slokken rode wijn door. Naar bed dus, al was het pas acht uur.

De volgende ochtend om vier uur stonden mijn ogen wijd open en kon ik wel aan slaap denken, maar ervan komen deed het niet meer. Er restte mij niets anders dan de vele kanalen op de tv te verkennen. Ook maar al te bekend, al waren het er een beetje meer dan thuis. Na het ontbijt volgde een dag lang de persbijeenkomst, waarvan de inhoud mij dankzij een snelle actie van de Nederlandse importeur van tevoren al bekend was. Het avondprogramma bestond uit een diner, wat vreselijk saai en van middelmatig culinair niveau was, maar wel een onverwacht juweeltje opleverde. De organisatie had twee lokale zangeressen laten opdragen met stemmen die door het ingeslapen etablissement donderden. Ik veerde op uit mijn door jetlag veroorzaakte lethargie: hier zongen twee ladies of jazz die het verdienden om heel beroemd te worden. Ik was echt geroerd, en een hoop mensen in de zaal met mij. Volgens mij loopt er in San Francisco een heel leger zangtalenten rond die het helaas nooit zullen halen. Durk benaderde later een van hen met de vraag of ze ook cd’s verkocht. Ze had er nog wel een in haar auto liggen, maar die bleek het teruggekeerd in het hotel helaas niet te doen. We zullen het beiden dus met de herinnering moeten doen.

De volgende dag, maandag, ging Seybold van start. Ver voordat het zover was, vijf uur ‘s ochtends, was ik al weer wakker. Liggend in de letterlijke vensterbank keek ik af en toe naar buiten. Het uitzicht vanuit de eenentwintigste verdieping — de rokersetage van het hotel, zoals de dame aan de balie het fijntjes noemde —  was erg fraai. In dit deel van de stad vooral veel wolkenkrabbers, die bij het gloren van de dag prachtig warmrood oplichtten. De maandag was begonnen, en het werd tijd om de beurs te gaan verkennen. De voor mij interessante seminars startten echter pas ‘s middags. Mm, een wandeling door de stad als doder van de tijd? Nu proef ik de sfeer van de stad pas echt goed, en het bevalt me. Door een winkelstraat die zich alleen qua breedte onderscheidt van de Kalverstraat naar het stadhuis waarvan de koepel die van de Sint Pieter in Rome naar de kroon wil steken. Vandaar langs snel lager wordende gebouwenrijen naar de baai. Opeens hoor ik het bijna onaardse gegil van een brandweerauto, nog versterkt door oorverdovend getoeter bij het oversteken van een kruising. Snel komt hij dichterbij, een oerdier van glanzend staal en dieprode pandsering, zo uit de jaren zestig weggereden.

Nog onder de indruk loop ik verder door wijken met karakteristieke houten huizen, lommerrijke parken en een bijna onwerkelijke rustieke uitstraling. Is dit een Amerikaanse stad? Ja, ik loop echt door the Streets of San Francisco, waarvan de steilte door de spectaculair opgenomen achtervolgingsscènes uit de gelijknamige serie me in werkelijkheid een beetje tegenvalt. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt wordt bereikt op Telegraph Hill, met een prachtig uitzicht over de stad, de Bay Bridge, Alcatraz en natuurlijk de Golden Gate. Met de nodige moeite scheur ik mij na enige tijd los van dit betoverende tafereel en keer terug naar mijn redactionele verplichtingen. Diezelfde avond, de vermoeidheid begint helaas alweer heftig toe te slaan, is mij nog een blik vergund op deze brug. In een restaurant op de derde verdieping heb ik een adembenemend uitzicht op de Golden Gate, waar de zon langzaam onderdoor zakt, de baai in. Deze zakenreis krijgt nu toch echt even een hoog vakantiegehalte! Later op de avond maak ik in het gezelschap van het overgebleven deel van het Nederlands contingent journalisten nog iets unieks mee: een bar waar je zowaar mag roken. Dat de asbakken gewone wijnglazen in Franse plattelandsstijl zijn, mag de pret niet drukken. Niets staat een gezellige nacht in de weg, ware het niet dat mijn dichtvallende ogen snel roet in het eten gooien.

Dinsdag is een drukke dag, met veelvuldig beursbezoek, lezingen, de keynote van Steve Jobs van Apple en persconferenties. Werk dus. Erg — of is het ergerlijk? — opvallend hoe enthousiast het publiek reageert op zo’n beetje iedere lettergreep die Jobs uit zijn mond laat vallen. Dat ben ik zeker niet gewend van het Europese publiek. Ik ben toch ook best een fan van Apple-computers, maar om nu zo overdreven te doen. Het is toch maar de zoveelste snellere computer, die over drie maanden alweer achterhaald is? De volgende dag nog snel wat sessies bijgewoond en de laatste uurtjes nog even een wandeltocht gemaakt. De langs de haven gelegen straat The Embarcadero biedt wisselende uitzichten op de stad, waarvan ik sommige gebouwen al begin te herkennen. Na een klimpartij kom ik op Lombard Street terecht, een merendeels rechte straat die op een nabijgelegen heuvel ineens verandert in een wild kronkelende bergweg. Daar heet ie dus even Crookedest Street, de kromste straat van San Francisco. Vandaar nog even door Chinatown en het Historical District, langs een stukje van de route van de Cable Car, en via het hotel naar het vliegveld. Alsof de piloot mijn sentimentele gevoelens doorheeft, maakt hij een grote boog om de stad heen. Alle mooie plekjes die ik in die paar dagen heb leren kennen, vliegen aan me voorbij, mij met een gevoel van verlangen achterlatend.

Scroll Up

Pin It on Pinterest