Toppenliefde – Nederlandse Toppen Top 40

7 min leestijd
80%

Laten we eerlijk zijn: met uitzondering van het Zuid-Limburgse heuvellandschap wonen wij Nederlanders op afval. Wat het klimaat in miljoenen jaren in het hoger gelegen landschap elders in Europa heeft afgeschraapt, werken rivieren, beken en stroompjes keurig netjes af naar lager gelegen delen.

Of we het nu onze geboortegrond noemen, of de grond waar een tweede leven vaste grond kreeg, het is niets minder dan puin. Soms behoorlijk bruikbaar puin, zoals vruchtbare rivierklei of het grind in Limburg, maar het blijft toch afval van bergen dat rivieren hier met eeuwigdurend geduld keurig hebben uitgesmeerd over het terrein dat we geheel terecht Neder-land noemen. In landen waar de leveranciers van ons puin soeverein uitkijken over de menselijke mieren ver onder hen, praat geen wielrenner over een rivierduin ergens driehonderd kilometer ver weg, maar hier, levend op de geplette fooien van deze bergkoningen, valt ons zelfs de kleinste verheffingen in het vlakke landschap op.

In ons enorm vlakke land is het niet zo gek dat ‘we’ in vervoering raken over ieder stukje landschap dat zich aan deze regel onttrekt. Zo schreef Marc van den Broek begin jaren negentig het prachtige ‘Rimpelingen in het vlakke land’, een bundeling artikelen uit de Volkskrant over reliëf als terpen, rivierduinen, zandverstuivingen enzovoort, de echte heuvels uitgezonderd. Met liefde gemaakt en met genot gelezen. Net als de schrijver heb ik namelijk ook wat met zelfs de kleinste rimpels in ons vlakland, al blijven de echte heuvels natuurlijk nog een tikkeltje spannender. Het boekje ‘Bergop in Nederland, de 50 leukste beklimmingen in kaart’ van Jos Berkers en Jennemieke Snijders werd met even veel liefde voor de bescheiden hoogteverschillen in ons land gemaakt. Ook dit boek met enorm plezier gelezen. Het staat nog steeds in de boekenkast en dient zelfs als inspiratie voor toekomstige ritten.

Met liefde gemaakt gaat zeker op voor het boek ‘De Nederlandse Toppen Top-40’ van Pieter Cramer en Huug Schipper. Deze heren zijn niet alleen verliefd op het bestijgen van heuvels, ze houden er overduidelijk ook van een goed boek te maken. Het boek is volledig opgemaakt in zwart-wit met een oranje steunkleur. Die oer-Hollandse kleur is handig gebruikt om een deel van de foto’s een duotoon mee te geven. Mijn met een stevige dosis ‘Ni`jluuseger’ nuchterheid behepte lief riep hierover smalend ‘dat de foto’s anders gewoon te saai zouden zijn geweest’, en ze heeft een punt. De kracht van het boek is echter dat deze zwakte juist is omgezet in een krachtig element in de vormgeving.

De liefde voor het boekenvak blijkt ook uit de keuze voor de letter waarin dit boek is gezet. Grafisch ontwerper Petr van Blokland schiep speciaal voor dit boek de ‘Protire’, een lettertype dat hij baseerde op de luchtband. Bent u er nog? Lees dan verder, want het is zowel logisch als briljant. De dunste gewichten van de Protire lijken gemaakt te zijn van racefietsbandjes, terwijl de dikste meer weg hebben van de banden van een forse motorfiets. De dunste varianten hebben schreven, maar als er maar genoeg lucht in de ‘bandjes’ wordt gepompt, verdwijnen de schreven langzaam maar zeker. In alle opzichten een bijzondere letter dus, die het ook goed doet in het boek. Het ongestreken papier waarop het boek is gedrukt, maakt het plaatje compleet. Het boek ruikt daardoor namelijk heerlijk. Niet onbelangrijk als het lange tijd onder je neus hangt.

Maar pas op, deze verleidelijke verpakking dient ‘slechts’ om ons in aanraking te brengen met de ware liefde van beide heren, namelijk het fietsen over de talloze rimpelingen die ons vlakke landje gelukkig telt. Ze hadden van tevoren uiteraard criteria opgesteld waaraan een ‘berg’ moet voldoen om in de Top-40 terecht te kunnen komen, maar de laatste regels, dat er niet al te krampachtig mocht worden afgeweken van de eerder vernoemde criteria, maakt dat er een paar heerlijke verrassingen in het boek staan. Wacht dacht u bijvoorbeeld van de Van Brienenoordbrug in Rotterdam, of de Rijzende weg op de grens van Noord-Brabant en Zeeland? Het Kopje van Bloemendaal kent iedereen wel, in Drenthe is de VAM-berg eveneens bekend, maar de Klimweg in Schoorl, of de Aardmansberg tussen Apeldoorn en Garderen?

Laatstgenoemde berg ken ik toevallig wel, maar ik kan hem eerlijk gezegd slechts herinneren als een irritant lang stuk vals plat. Dat deze klim desondanks het vermelden waard is, heeft te maken met de oud-wielrenner die er lang geleden zijn trainingsrondjes op heeft afgewerkt. Dat is ook zo’n sterk punt van het boek: de auteurs hebben aan iedere berg een beroemde wielrenner gekoppeld die mag verhalen van zijn (of haar) ervaringen met deze berg. Deze interviews zijn in spreektaal opgeschreven, maar dat vergeeft de lezer de auteurs vrij snel, omdat de verhalen simpelweg te boeiend zijn om te kniesoren over het taalgebruik. Bovendien hoorde ik daardoor de renners als het ware de verhalen over ‘hun’ berg vertellen, en werd het daardoor alleen maar interessanter.

De oud-renner die aan de Aardmansberg werd gekoppeld, is Fedor den Hertog en zijn verhalen hebben op mij de meeste indruk gemaakt. De wortels van Fedor liggen in Rusland en hij heeft naar eigen zeggen de spirituele kijk op het leven geërfd van zijn grootouders. Dit moet wel waar zijn, gezien de anekdote over zijn vertrek in de jaren vijftig naar Rusland. Zijn toenmalige juf gaf hem een bijbeltje mee met daarin geschreven ‘dat daar heel slechte mensen wonen’. Het heeft enorme indruk op Fedor gemaakt. Toen het gezin Den hertog namelijk na een lange en moeizame reis met open handen werd ontvangen door hun verre familieleden, wist de toen tienjarige Fedor direct dat dit geen slechte mensen konden zijn. Het zijn de gedachten die mensen slecht maken, aldus deze vroegwijze tiener.

Dit soort wijsheden kenmerkt de later wielrenner Fedor. Het levert verrukkelijk materiaal op. Zo rijdt Fedor niet tegen de berg omhoog, maar hij rijdt er overheen. Is stukken makkelijker volgens hem. Nog beter de opmerking dat hij niet tegen de wind in rijdt, maar erdoorheen. Als ik nu ergens na een draai te maken krijg met forse tegenwind, spreek ik in gedachten even de mantra uit ‘dat mijn hoofd een speerpunt is die de wind doorklieft’. Ik moet er altijd nog om glimlachen, soms bijna hardop om grinniken, maar het helpt echt, geloof me. Tot slot nog een les die ik te harte heb genomen van Fedor: de buikademhaling. Bij het inademen buik naar buiten, zodat de longen maximaal gevuld kunnen worden met zuurstof en daarna eveneens lang en diep uitademen. Heel moeilijk, omdat je bijna in een reflex kort en snel gaat ademhalen bij hevige inspanning, maar ik blijf het proberen omdat ik merk dat ook dit goed werkt.

Pieter en Huug zijn zelf ook redelijk geneigd tot het laten uitwaaieren van de gedachten tijdens het beklimmen van de toppen en als er verder weinig valt te filosoferen over een berg, dan is er altijd nog het nodige over de geschiedenis te verhalen. En zo heeft iedere notering in de Toppen Top-40 wel een interessant stuk tekst. Het hoogtepunt van deze beproefde methode is wat mij betreft de bespreking van de klim vanuit Slenaken naar Heijenrath, die vanaf die kant de Loorberg heet, maar eigenlijk al de derde variant is van een berg die verder juist helemaal geen naam heeft. Wie denkt dat de heren dan wel eens een keertje zijn uitgepraat, vergist zich. De Loorberg is feitelijk een verhaal van een door hitte gevelde toerfietser die, op de top in het restaurant waar ik ooit met een vriendin onder vergelijkbare omstandigheden een heerlijk verfrissende cola dronk, een gesprek afluistert tussen cynische ‘luiheidsgoeroe’ Midas Dekkers, sportarts op Papendal en ‘bewegingspropagandist’ Leo Heere en oud-wielrenner en kenner van de biologische psychologie Peter Winnen. Een prachtige passage die ermee eindigt dat Midas de arme toerfietser probeert over te halen te gaan niksen. ‘Je hoeft er alleen maar het doen voor te laten’, probeert hij nog. De fietser vindt het wel een mooie cyclische mantra en verdwijnt in het landschap.

De lezer zou door al die verhalen, bespiegelingen en anekdotes bijna vergeten dat hier een competitie plaatsvindt, een veldslag misschien wel. Er moet tenslotte een ranglijst opgemaakt worden. De top 4 verklap ik niet, maar als we bedenken dat de belangrijkste criteria de zwaarte van de klim, het historisch belang en de locatie zijn, dan denk ik dat de meeste kenners wel weten welke hellingen daar in zijn terechtgekomen. Mijn persoonlijke nummer één heeft het net niet gehaald, maar ik kan er niet echt om rouwen, want bijna iedereen die er in het boek iets over zegt, is het met mij eens: Camerig is de mooiste klim van Nederland. Beide varianten zijn heerlijk lang en voeren de fietser langs on-Nederlandse vergezichten, bossen, beklimmingen en afdalingen. Ik kan me alleen al op die hellingen prima een dag vermaken, iets wat bijvoorbeeld Michael Boogerd regelmatig met veel plezier en gretigheid heeft gedaan om te trainen.

De lezer zou tot slot ook nog kunnen vergeten dat de ‘Nederlandse Toppen Top-40’ een heel mooi naslagwerk is. Er staan immers veertig hellingen van allure in, maar als dat de belangrijkste argument is om te prijzen, doe je het boek in mijn ogen echt te kort. Kopen dat boek, zou ik zeggen, maar misschien moest u daarmee toch nog even wachten. In mijn exemplaar, aan het eind van het wielerseizoen 2009 gekocht, zat een fraai boekje met vele toerritten die dit wielerseizoen hebben plaatsgevonden. Het boek was sowieso een aangepaste versie van de eerste editie uit 2008, dus misschien komt er ook wel versie voor volgend jaar. Maar ach, het is aan de andere kant echt fantastische kost om de donkere wintermaanden door te komen, dat beloof ik!

Scroll Up

Pin It on Pinterest