Two Rivers Marathon in m’n uppie

GO!

Toen storm Ciara de Two Rivers saboteerde, liep ik een marathon over een fraai parcours mis en kon ik fluiten naar de medaille annex flessenopener en speciaalbier. Gelukkig verzon de organisatie een ‘list’ om dit recht te zetten.

De eisen om alsnog in aanmerking te komen voor de medaille en het bier waren eenvoudig: loop de afstand waarvoor je je hebt ingeschreven vóór eind maart over het officiële parcours, toon ons het bewijs op je smartphone en geniet van je prijzen. De mogelijke vrijdagen om deze marathon alsnog te lopen waren snel gevonden. En toen gooide mijn rug behoorlijk roet in het eten. De afgelopen weken blijkbaar iets te veel klussen in en om het huis gedaan in rare houdingen, en de voorbereiding op de Two Rivers Marathon was toch al verre van ideaal geweest.

De maand februari werd daarom afgeschreven als optie om de marathon in het Land van Maas en Waal te voltooien, maar wel goed gebruikt om met voorzichtige opbouw van belasting in beweging te blijven. Het bleek genoeg om de rugklachten grotendeels te temmen, maar of het voldoende zou zijn om de conditie voor een marathon in stand te houden, viel nog te bezien. Mijn lief vond het lopen van een marathon zonder verzorgingsposten onderweg dus een tamelijk onbezonnen onderneming. En hoe schatte ik het zelf in? Ik ken de nukken van mijn rug inmiddels vrij goed, voelde dat het zou moeten kunnen, maar had ook wel enige twijfels. De ov-chipkaart zou daarom meegaan. Je weet immers maar nooit…

Vrijdag, de dag dat het dan toch echt gaat gebeuren. Op pad met een rugzakje gevuld met extra kleding, water, een sneetje ontbijtkoek, twee boterhammen, ov-chipkaart en giropasje, aangevuld met een flipbelt met vijf nakd-repen en een smartphone, blijkt het allemaal reuze mee te vallen. De wind heeft een rustdag genomen, de zon steekt voorzichtig haar kop tussen de wolken door en de rug houdt zich ook koest. De halve marathon blijkt een makkie, meld ik het thuisfront via WhatsApp. In optimale doen hol ik dan onbezorgd verder tot zo’n dertig kilometer, maar dat is mij vandaag niet gegeven. Al na ongeveer 24 kilometer beginnen de benen wat vermoeid aan te voelen en moet ik me bedwingen niet nu al te gaan aftellen. Wat me het beste lukt als het parcours me dicht langs de schitterende, ondergelopen uiterwaarden van de Maas leidt. Wat is onze rivierdelta toch mooi!

Bij Rossum meld ik het thuisfront dat er al 32 kilometer zijn afgelegd, dat alles nog prima gaat, ik ook nog veel mazzel heb met het weer en dat nu het aftellen echt mag beginnen. Nog geen kilometer na de laatste pauze trekt het dicht, koelt het af, dreigt het regelmatig en daalt er uiteindelijk ook nog een buitje op mij neer. Het doet me niet zo veel eigenlijk, want het rivierenlandschap toont zich hier op zijn ruigst. Man, wat is dat mooi. Rechts van me ligt een enorme plas water met eilandjes van donkerbruine struiken. In de verte ploegt een vrachtschip door de Waal, de rivier die dit onwerkelijke landschap heeft gevormd. Mijn ogen hebben geen flauw idee waar het ondergelopen deel overgaat in de rivier. Hopelijk heeft het navigatiesysteem van de schipper meer kennis van dit gebied.

Als ik het 40-kilometerpunt bereik, blijkt het verschil tussen een marathonwedstrijd en een marathon die je in je uppie loopt. Waar de laatste kilometers van een wedstrijd vaak aanleiding zijn om de reserves in de strijd te werpen, besluit ik vandaag op mijn gemak het laatste stukje naar Zaltbommel te lopen. Het is mooi geweest, letterlijk en figuurlijk.

Het beeld op de kade van Zaltbommel is overigens een kunstwerk van Marcel Smink. De jongen wijst niemand de weg, maar toont met zijn linkerarm hoe hoog het water van de Waal mag komen te staan voordat de Bommelaren natte voeten krijgen. Die 8,87 meter boven NAP werd in het verleden enkele malen bijna bereikt. Dat moeten echt extreme omstandigheden zijn geweest, want die symbolische jongen staat echt best hoog en droog boven de Waal.