Waarover ik praat als ik over hardlopen praat

Haruki Murakami is schrijver én fanatiek hardloper. Hij schreef een boek over de betekenis die deze sport voor hem heeft. ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ is een mooie mix van waarneming, filosofie, levensbeschrijving en herkenbare hardloopzaken.

Een succesvol auteur weet een verhaal op te bouwen, hoe je verhaallijnen moet uitrollen en laten samensmelten en kan zeker ook een spanningsboog creëren en onderhouden. Mag een lezer dat ook verwachten van een boek dat een auteur over hardlopen heeft geschreven? De kaft van het boek laat duidelijk weten dat het hier geen roman betreft. Toch slaan veel lezers waarschijnlijk met de ‘verkeerde’ verwachting de eerste bladzijden om. En zouden zomaar teleurgesteld kunnen raken over het feit dat Murakami de spanning bewust niet opzoekt en in plaats daarvan losjes van zich af kletst over zijn leven en hoe hardlopen daarin is verzeild geraakt.

Laat niemand zich hierdoor ontmoedigen, want ook zonder de gebruikelijke spanning van een roman is ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ wel degelijk effectief van opzet en bevat het werk meer dan genoeg interessante passages over het leven van de auteur en de rol die hardlopen daarin speelt. Murakimi is op z’n best in de beschrijvingen van bijzondere hardloopwedstrijden die hij heeft afgelegd. In het verhaal over zijn eerste marathon, die hij van Athene naar Marathon liep als item voor een magazine, zijn de Griekse hitte en de dorst onderweg bijna fysiek voelbaar. De ontberingen die de schrijver tegenkomt tijdens een ultraloop van 100 kilometer rondom het Saroma-meer bij Hokkaido en wat hij moest doen om de finish te halen, zijn niet echt herkenbaar meer voor iemand die het nog niet verder heeft geschopt dan een marathon, maar juist daardoor wel meeslepend interessant.

Minder verrassend voor een schrijver is dat Murakimi zich in ‘Waarover ik praat als ik over hardlopen praat’ een echte waarnemer toont. Zo omschrijft hij hoe het oppervlaktewater van de rivier de Charles er iedere keer weer anders uitziet. Hij ziet de jonge, veelbelovende meiden van de universiteiten met wapperende paardenstaarten langs de Charles snellen. Hij is geen partij voor hen, maar verliezen vindt de schrijver helemaal niet zo erg. Sterker nog, hij gunt de sportende toekomst van dit land de jeugdige overmoed en vanzelfsprekendheid waarmee ze zich voortbewegen. Bijna filosofisch is ook zijn beschouwing over de opbouw naar een belangrijke hardloopwedstrijd. Een beschrijving die overigens verrassend overeenkomt met de bekende schema’s die wij hardlopers vaak afwerken.

Na de ultraloop in Japan belandt Murakimi in een ‘runnersdip’. Een periode waar hij weer uitkomt zonder precies te weten waardoor. Hij krijgt weer zin in hardlopen en gaat wederom meedoen aan de marathon van New York. Die verloopt niet helemaal zoals gehoopt. Zoals bij wel meer tegenslagen gaat de schrijver hier ontspannen mee om. Het belangrijkste is volgens hem dat hij in ieder geval is blijven rennen. Als er iets is dat voor de levensopvatting en de sportbeleving van Murakimi staat, dan is het deze uitspraak wel.

Scroll Up

Pin It on Pinterest