Zen en de kunst van het hardlopen

Als je vanaf eind oktober bezig bent met een trainingsopbouw naar een wedstrijd van 60 kilometer en je moet het met de startlijn in zicht opgeven, lijk je helemaal voor niets bezig te zijn geweest. Maar je kunt het ook anders zien.

Oké, vandaag moet het gebeuren, alleen is ‘het’ niet het ‘het’ wat een halfjaar geleden de bedoeling was. In de voorbereiding voor de 60 van Texel liep ik half februari ruim dertig kilometer over een parcours dat alles in zich heeft dat ik op het Waddeneiland zou tegenkomen. Asfalt, waaltjes, grind, schelpenpaden, mul zand en klimmetjes, het zat er allemaal in die dag. De vrijdag erop verslond het lijf 37 kilometer en voelde ik dat ik zonder veel extra inspanning een marathon had kunnen lopen. Ik aanschouwde de rest van mijn hardloopschema met trots en vertrouwen: ik zou er begin april helemaal klaar voor zijn.

Een week later train ik op mijn werk net iets te fanatiek en ga ik met zo’n vijftien kilometer per uur de rode brug over de IJssel op. Gewoon omdat het kan, het lijf is in vorm en heeft er zin in om zich een beetje uit te sloven. Als ik de jongste van het stel collega’s hoor naderen, houd ik het tempo nog even vast. Samen komen we boven. Moe maar voldaan dribbelen we omlaag, terug naar de dagelijkse sleur achter de computer. Het einde van een perfect uurtje ontspanning, alleen voel ik een spanning in mijn rug opkomen. Precies die spanning die zich in de Kerstvakantie al had gemanifesteerd. ’s Avonds lijkt er met het begeleiden van de startersgroep niets aan de hand, maar als ik me tijdens de intervaltraining direct daarna stevig inspan, is de rug weer nadrukkelijk aanwezig. En het gaat ook niet meer weg…

De remedie is even helder als frustrerend in dit stadium van de trainingsopbouw: rust en oefeningen om de ‘core’ te versterken. En zo geschiedde. De rugpijn ging over, het verlangen om toch aan de 60 van Texel mee te doen blijkt hardnekkiger. Twee weken voor deze wedstrijd loop ik voor het eerst weer bijna dertig kilometer. De mooiste route van Zwolle naar Meppel langs het Zwarte Water en het Meppeler Diep gaat best goed, maar maakt ook pijnlijk duidelijk dat ik nooit op tijd klaar kan zijn voor bijna anderhalve marathon. Deze zonnige vrijdag neem ik definitief afscheid van Texel.

Is opgeven erg? Ja, natuurlijk! Maar ergens tussen die bewuste vrijdag en vandaag realiseerde ik me dat deze hele onderneming mij ook heel veel heeft opgeleverd. Ik heb binnen een paar weken tijd langs een winterse Vecht gelopen en dezelfde rivier in lentesferen vergezeld. Heb door prachtige landgoederen bij Dalfsen hardgelopen, de Gennerdijk herontdekt, de fietssnelweg van Zwolle naar Meppel ‘gedaan’, een wedstrijd in een wedstrijd gewonnen, door de verminderde trainingsduur weer tijd gekregen voor wandelingen met mijn lief en de kinderen, en vooral ontdekt hoe lekker ik lange afstanden lopen vind. Maar omdat ik toch nog niet helemaal ‘Zen’ ben met het afzeggen van de 60 van Texel, moet er vandaag iets heroïsch gebeuren. Het wordt de 42.2 van Meppel. Best wel ‘Zen’ gelopen, met rugzakje en boterhammen voor onderweg. Nou ja, tot ongeveer 35 kilometer. Daarna werd het ouderwets harken om thuis te komen.

 

Scroll Up

Pin It on Pinterest